In de Renaissance verzuchtte een geleerde dat er ‘veel Theologie en Medicijnen’ is, maar ‘slechts weinig Rechtsgeleerdheid’. De schalen van de weegschaal zijn halve cirkels (de illustratie is een beetje vertekend; ze behoren halve cirkels te zijn). Zij vormen dus samen een hele cirkel. Het universum manifesteert zich in terugkerende cycli: de seizoenen; dag en nacht; de aarde om de zon; leven, groei, dood en wedergeboorte. Het laatste voorbeeld wordt in het Westen niet erkend, maar volg ons even for the sake of argument..

De schalen hangen aan drie kettingen, die zelf zijn opgehangen aan een draagbalk, tezamen vormend 7 rechte lijnen van gelijke lengte (weer is de illustatie wellicht
een beetje vertekend; de ‘justitie-balans’ behoort echter zo te zijn samengesteld). De oppervlakte van een cirkel wordt berekend met behulp van het getal ???? π pi, uitgedrukt in de breuk 22/7. Het probleem met deze breuk is, dat hij nooit precies en volledig in decimalen kan worden uitgedrukt, omdat het aantal decimalen eindeloos is en zij niet repeteren. Het π is een irrationeel getal en wordt ook transcendent genoemd. Rechtsgeleerdheid zonder bewustzijn van deze transcendentie, is inderdaad slechts ‘weinig rechtsgeleerdheid’.

Transformatie van het Recht
De tijd is daar om de Rechtsgeleerdheid te onderworpen aan cruciaal zelfonderzoek, op een wijze die even rigoureus en minutieus is als in andere disciplines van wetenschap, echter met erkenning van de transcendentie van het Recht. Het woord ‘cruciaal’ is bewust gekozen. Het Christendom zegt: ‘Jesus mihi omnia’ (= ‘Jezus is mij alles’). Deze spreuk wordt aangehaald om te onderstrepen dat de impuls tot het in gang zetten van ingrijpende algemene hervormingen in wetenschap en kunst - alsook in politiek en religie -, zich vereenzelvigt met het ‘Christus-principe’.

Wij spreken dus over een hervorming van de Rechtsgeleerdheid die het gevolg is van de impuls die Jezus 2000 jaar geleden gaf. Een hervorming waar men tijdens de Renaissance nog niet rijp voor was, reden waarom geklaagd werd over het feit dat er slechts ‘weinig rechtsgeleerdheid’ is. Het moet gaan om een transformatie waarin
de rechterlijke macht een prominente rol wordt toebedeeld in de trias politica. De rol namelijk van primus inter pares. Dit insereert een fundamentele doorbreking van de huidige status quo.

Universele beginselen
De Bijbel kan worden gezien als een universeel heilig boek, even boeiend en heilig als alle andere. Als de Moslim zegt: ‘Mohamed mihi omnia’, dan zegt hij precies hetzelfde als wanneer de Christen zegt: ‘Jesus mihi omnia’. Het gaat hier om een beginsel van bewustzijn dat in alle religies gevonden wordt onder verschillende benamingen. Alhoewel wij in het navolgende dus verwijzen naar de Bijbel, moet men begrijpen dat daarmee geen specifi eke voorkeur voor het Christendom wordt uitgesproken.

Mattheus 27:24

Pilatus wast de handen. De rechter die wist dat de verdachte onschuldig was en de macht (en plicht!) had hem in vrijheid te stellen, leverde hem toch uit aan zijn vijanden en accordeerde daarmee zijn kruisiging. En hij spoelde het bloed bij voorbaat van de handen, hopende aldus zijn verantwoordelijkheid te ontlopen.

Waarom wordt op deze gebeurtenis de nadruk gelegd? Omdat het principe achter deze gebeurtenis anno 2007 zich in de rechtszaal veelvuldig herhaalt. Herhaaldelijk overwegen rechters - uiteraard in andere bewoordingen - dat hetgeen hen is voorgelegd rechtvaardig is, maar dat de wet hen voorschrijft toch het onrechtvaardige te beslissen. M.a.w.: de wet gaat vóór het recht.

Een voorbeeld. De vreemdeling die de armoede in eigen land ontvlucht, krijgt in ons land (Nederland en de Antillen) geen economisch asiel (in de meeste andere Westerse landen ook niet). Hij wordt teruggestuurd, de uitzichtloze armoede in. Immers, alleen politiek asiel (in geval van ernstige politieke of religieuze vervolging) wordt door de wet erkend. ‘Ik was vreemdeling en gij naamt mij niet op!’ Aldus is de strekking van onze wet, in strijd met Mattheus 25:35. En de rechter past deze
wet toe. Zeker nu. Schreeuwt de menigte buiten immers niet: ‘Stuur hem terug?’.

Twee millennia geleden schreeuwde de menigte: ‘Kruisigt hem!’. Het enige verschil tussen beide situaties is dat Pilatus zich achter de Joodse wet verschool en de
moderne rechter achter de ‘democratisch tot stand gekomen wet’. Beiden achten zichzelf dus niet verantwoordelijk en wassen de handen... Het gaat hier om bewustzijn, om begrijpen van wat hier wezenlijk gebeurt, niet om specifi eke gevallen. Door een en ander in Bijbelse context te plaatsen wordt het onderliggende principe beter begrepen. Waar hier op wordt gehamerd, is het verschil tussen rechtspreken en wetspreken. Toepassing van de wet versus toepassing van het recht.

De omkering naar de suprematie van het recht (in plaats van suprematie van de wet dus) is alleen maar mogelijk als men erkent dat er zoiets als ‘recht’ bestaat en dat dit ‘recht’ kenbaar is. Dat is wezenlijk hetzelfde als erkenning van het bestaan van een Opperwezen (‘God’, of spiritueel beginsel) en dat dit beginsel kenbaar is.

Precies het omgekeerde dus van wat de wetenschap in het algemeen de mens voorhoudt, namelijk: ‘God is geen kenbaar object en dus geen voorwerp van studie’.

M.a.w. zegt de huidige (rechts)wetenschap: ‘Recht is geen kenbaar object en dus geen voorwerp van studie’. M.a.w. zegt ook de hedendaagse rechtsgeleerdheid: ‘Oh, God! Er is geen God’.

Comments

  • Be the first to comment, please use the form below.

Post A Comment





0.6106 // 49