Besluitenlijst Ned, Ned-Antillen, Curaçao en SXM
Download This Document (.pdf)
-
1
Besluitenlijst
Westin Hotel, Sint Maarten, 26 november 2008
1. De politieke Stuurgroep Staatkundige Veranderingen , waarin vertegenwoordigd zijn:
• Nederland;
• het Land Nederlandse Antillen;
• Curaçao en
• Sint Maarten.
heeft besloten:
2. Toetsingsadviescommisie (TAC)
• De stuurgroep stemt in met de procedure ten aanzien van het rapport van de
Toetsingsadviescommissie zoals beschreven in de bijlage van deze besluitenlijst.
3. Projectgroep Rechtspleging Rechtshandhaving en Constitutionele Zaken
3.1 CRW Politie
• De stuurgroep beslist over de inhoud van het concept voorstel voor de CRW Politie (versie
stuurgroep 25 november, 11.15 uur) als volgt.
a. - In de considerans van de concept crw politie wordt de afspraak in C3 van de Slotverklaring
opgenomen (inhoudende dat de Minister van Justitie van Curaçao en de Minister van Justitie van Sint
Maarten verantwoordelijk zijn voor de politie van hun land en daarover verantwoording afleggen in de
Staten van hun Land). De tekst van de considerans is opgenomen onder I in de bijlage. Artikel 4.1 komt
te luiden zoals artikel 4.1 onder I van de bijlage.
- In de mvt wordt nadrukkelijk aangegeven dat de PG werkzaam is onder ministeriële
verantwoordelijkheid en wordt voor een nadere uiteenzetting daarover verwezen naar de crw OM.
Tevens wordt verwezen naar de considerans.
b1. - Onderzoeken naar zware, georganiseerde en grensoverschrijdende criminaliteit zoals
omschreven in artikel 2.3aa, eerste lid, (bijlage, onder II) worden uitgevoerd in een onderdeel van het
korps waarin ambtenaren van politie van de korpsen en van de gemeenschappelijke voorziening
politie (GVP) in een evenredige samenstelling op basis van gelijkwaardigheid nauw met elkaar
samenwerken (artikelen 2.3a en 2.3aa onder II in de bijlage). De tekst van artikel 2.3a en 2.3aa uit
de bijlage vervangt de artikelen 2.3a en 5.3 van het bij de geannoteerde agenda gevoegde concept
voorstel crw politie (versie stuurgroep 25 november 2008, 11.15 uur).
- Bepaald wordt dat indien ambtenaren van politie beschikbaar worden gesteld voor andere
werkzaamheden van onderzoeken naar zware, georganiseerde en grensoverschrijdende criminaliteit
zij deze werkzaamheden uitvoeren in de betreffende onderdelen van de korpsen (artikel 5.1, vierde
lid, onder II van de bijlage).
b2. - In het voorstel wordt geregeld dat het personeel dat aan de korpsen beschikbaar wordt gesteld
via de GVP zijn werkzaamheden uitvoert onder functionele verantwoordelijkheid van de korpschef
(artikel 5.2a, bijlage onder III).
2
- In de mvt wordt aangegeven dat voor verschillende aspecten van het personeelsbeheer en -beleid
de directeur GVP verantwoordelijk is ten opzichte van de ambtenaren van politie van de GVP die
werkzaam zijn in de korpsen.
b3. Aan onderzoeken naar zware, georganiseerde en grensoverschrijdende criminaliteit zoals
omschreven in artikel 2.3aa, eerste lid, onder II van bijlage wordt leiding gegeven in nauwe
samenwerking tussen een leidinggevende uit het korps en een leidinggevende afkomstig van de
GVP. In het voorstel wordt hiertoe opgenomen artikel 2.3aa, derde lid, onder II in bijlage.
c.- In het voorstel wordt geregeld dat er tweemaandelijks overleg plaatsvindt tussen de PG, de
hoofdofficieren van justitie, de korpschefs en de directeur GVP over zware, georganiseerde en
grensoverschrijdende criminaliteit (artikel 5.8b, voorstel onder V van de bijlage).
- Het driehoeksoverleg en het overleg van de korpschefs wordt geregeld conform artikel 4.4 en 5.14
zoals opgenomen onder IV van de bijlage.
d. Degene die leiding geeft aan de GVP wordt overal in het voorstel aangeduid als directeur
gemeenschappelijke voorziening politie.
e. - De landen hebben de mogelijkheid via de GVP specialistische en ondersteunende diensten ter
beschikking te stellen aan de korpsen zoals geregeld in artikel 5.5 opgenomen onder VI van de
bijlage.
- De landen voorzien samen in het politieonderwijs. Dit laat open op welke wijze dat gebeurt. Zie
artikel 5.18 opgenomen onder VI van de bijlage.
f. In de crw politie wordt geen bepaling opgenomen die het mogelijk maakt bij amvrb te regelen dat
andere politietaken dan genoemd in artikel 2.3aa, eerste lid, onder II in de bijlage in de korpsen te
kunnen laten verrichten door ambtenaren van politie die beschikbaar worden gesteld door de GVP.
Volstaan wordt met de mogelijkheid dit in onderling overleg te doen (artikel 5.1, derde lid).
g. - Bepaald wordt dat de ministers samenwerkingsafspraken maken. (Zie artikel 5.15, tweede lid,
onder VII van de bijlage).
- In de mvt worden de mogelijke onderwerpen van samenwerking aangeduid. (Zie passage voor mvt
onder VII van de bijlage)
h. - Elk van de landen heeft een eigen landsrecherche (artikel 2.3b voorstel onder VIII van de
bijlage).
- In de mvt wordt opgemerkt dat de bevoegdheid van de PG in bijzondere gevallen medewerking te
vorderen van de GVP ook betrekking kan hebben op ondersteuning van de landsrecherche,
bijvoorbeeld als bijzondere specialistische deskundigheid nodig is. In de mvt wordt ook opgenomen
dat uit artikel 3.1 van het voorstel volgt dat de bij de recherche werkzame ambtenaren van politie
bevoegd en inzetbaar zijn in elk van de landen, zodat de PG de mogelijkheid heeft de
landsrechercheurs in te zetten in elk van de landen.
i. De korpschefs van Curaçao en Sint Maarten worden bij landsbesluit benoemd (zie bijlage onder IX,
artikel 6.4, eerste lid).
• De stuurgroep stemt in met het bij de agenda voor de stuurgroep van 25 en 26 november
gevoegde voorstel van consensusrijkswet politie (versie stuurgroep 25 november, 11.15 uur)
met inachtneming van de beslissingen onder a tot en met i.
• De stuurgroep draagt de PRRC op in het voorstel de hiervoor genoemde beslissingen te
verwerken en de tekst van het voorstel doorlopend te nummeren.
• De stuurgroep mandateert aan de PRRC de memorie van toelichting vast te stellen en draagt
de PRRC op dit te doen voor 12 december a.s.
3
3.2 Grensafbakening
• Er is consensus over het voorstel van rijkswet tot vaststelling van een zeegrens tussen Curaçao
en Bonaire en tussen Sint Maarten en Saba zoals gevoegd bij de agenda van de politieke
stuurgroep van 25 en 26 november 2008. Het voorstel kan in deze vorm worden ingediend in de
Rijksministerraad.
3.3 Implementatie Raad voor de Rechtshandhaving
• De stuurgroep stemt in met het voorstel en profielschets voor de kwartiermakers (bijlage)
3.4 Eenvormig procesrecht
• Het begrip procesrecht, genoemd in punt A 12 van de Slotverklaring van 2 november 2006,
omvat mede het bestuursprocesrecht, zoals thans geregeld in de Landsverordening
administratieve rechtspraak, en het overige bestuursprocesrecht, voor zover van belang voor de
rechtsprekende taak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Curaçao, Aruba, Sint
Maarten en voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
4. Projectgroep Financiën
4.1 CRW Financieel Toezicht
• De stuurgroep stemt in met het bij de agenda voor de stuurgroep van 25 en 26 november
gevoegde voorstel van consensus rijkswet financieel toezicht (derde versie 26 november 2008,
zie bijlage). Bij aanbieding van het voorstel aan de Raad van ministers van het Koninkrijk zal
worden geadviseerd na ommekomst van het advies van de Raad van State het voorstel opnieuw
voor bespreking in deze Raad te agenderen. In de aanbiedingsbrief aan de Raad van State zal
specifiek aandacht gevraagd worden voor de vormgeving van de beroepsprocedure bij de Raad
van State en mogelijke varianten daarvan.
• De stuurgroep mandateert aan projectgroep financiën de memorie van toelichting vast te stellen
en draagt de projectgroep financiën op dit te doen voor 12 december a.s.
4.2 Schuldsanering
• De omvang van de te saneren schuld bedraagt op grond van het eindrapport van de
subwerkgroep verdeling schuldtitels d.d. 3 november 2008, naar de stand van de
schuldportefeuille per 6 augustus 2008 een bedrag van 3.138 mln NAf. Dit zal nog
geactualiseerd moeten worden pal voor aanvang van de sanering in verband met herfinanciering
van rente en aflossingen. Tevens zal Nederland de betalingsachterstanden van Land, Curaçao
en Sint Maarten saneren tot een maximum van 483,5 mln NAf.
• De schuldsanering tijdens de transitieperiode wordt als volgt vastgesteld. Nederland neemt
100% van de aflossingsverplichting op zich en betaalt de rentelasten tot aan de rentelastnorm
2005 (ca. 70%).
• Bij het ingaan van de nieuwe staatkundige verhoudingen neemt Nederland alle (Curaçao en
Land) schuldtitels over, en krijgt een direct opeisbare vordering op Sint Maarten, voor haar
aandeel in de Landschuld, en Curaçao tot aan de contante waarde van de schuld die de nieuwe
landen tot aan de rentelastnorm moeten behouden.
• De verdeling van de inkomsten van het Land over de periode 2001-2003 over de eilanden zoals
voorgesteld door de subwerkgroep verdeling schuldtitels wordt vooralsnog vastgesteld. Het Land
geeft aan SOAB de opdracht om de inkomstenverdeling van het Land te beoordelen en waar
nodig aan te passen.
• Het rapport van de SOAB d.d. 1 juli 2008 inzake berekening rentelastnorm en schuldomvang
wordt vastgesteld. Daarmee is de collectieve sector van Land, Curaçao en Sint Maarten
vastgesteld met dien verstande dat de SOAB voor 12 december a.s. zal aangeven of de
instellingen Marven N.V., ComadecoN.V., Sint Maarten Development and Mortgage Bank, en
Stichting Overheidsgebouwen alsnog onderdeel vormen van de collectieve sector van Sint
4
Maarten. Indien dat vóór die datum niet is gebeurd, worden deze instellingen bij de
eerstvolgende vaststelling van de collectieve sector van Sint Maarten, indien van toepassing,
meegenomen.
4.3 Boedelscheiding / verdeelsleutel
• De verdeelsleutel voor de boedel wordt gebaseerd op het gemiddelde van het gemiddelde
aandeel van de eilanden in het BBP Land (periode 2000-2004) en het aandeel in het officiële
bevolkingsaantal Land. Dit resulteert in de volgende verdeling: Curaçao 73,2%, Sint Maarten
18,8%, Bonaire 5,8%, Sint Eustatius 1,5% en Saba 0,7%. Dit onder de voorwaarde dat de
aandelenverhouding in GEBE N.V., UTS N.V. en Woningbouw Curaçao N.V. per 31 december
2005 geldt zoals aangetekend door Sint Maarten en Curaçao in het rapport van de commissie
boedelscheiding d.d. 22 april 2008. Voor APNA, het Werklieden Pensioenfonds, SVB, en BNA
geldt dat er een andere verdeelsleutel zal worden toegepast. Partijen stemmen in met de brief
van de Minister van Financiën aan de Staten d.d. 17 november 2008.
• Partijen stemmen in met de brief van de Minister van Financiën aan de Staten van 17 november
2008.
4.4 Monetair stelsel Curaçao/Sint Maarten
• De politieke stuurgroep stelt vast dat Curaçao en Sint Maarten principe afspraken hebben
gemaakt over de gezamenlijke centrale bank en de relevante regelgeving (zie bijlage). Deze
organieke regelgeving wordt aan de TAC voorgelegd.
4.5 Corporate governance
• Nederland zal voorafgaand aan de behandeling van de regelgeving voor corporate governance
in de vergaderingen van eilandsraden en Staten terzake elk van de entiteiten een brief sturen
waaruit dient te blijken of er gezamenlijke conclusies zijn getrokken terzake
o procedures voor vervreemding en verkrijging van aandelen in rechtspersonen door de
entiteiten;
o richtlijnen voor het dividendbeleid van rechtspersonen waarin de entiteiten deelnemen,
en
o procedures en eisen rond de benoeming en het ontslag van bestuurders van
rechtspersonen waarin de entiteiten deelnemen.
5. Afhandeling boedel en schuld na transitie
• De Projectgroep Financiën wordt belast met het in kaart brengen van de problematiek met
betrekking tot de boedel en schuld ná de opheffing van het Land en wordt opgedragen waar
nodig een werkwijze voor de afhandeling hiervan uit te werken.
6. Concept rijkswet tot wijziging Statuut
• Ingestemd wordt met het wijzigen van artikel 27 zoals opgenomen in de bijlage van deze
besluitenlijst. Artikel 27a van het concept vervalt.
• De PRRC wordt opgedragen voor de volgende politieke stuurgroep een ontwerp voor een
onderlinge regeling als bedoeld in artikel 27, tweede lid, op te stellen, die in werking treedt op het
moment dat de artikelen I en II van de rijkswet tot wijziging van het Statuut in werking treden.
Deze regeling zal onder meer de volgende aspecten bevatten: implementatieplan,
samenwerking in de zin van artikel 36 (bijvoorbeeld door middel van technische bijstand, het
maken van voorbeeldregelgeving) en termijnen.
• De stuurgroep mandateert aan de PRRC de memorie van toelichting ten aanzien van het
gewijzigde artikel 27 vast te stellen.
• Onderdeel H.4 van de Slotverklaring zal gezamenlijk door Nederland, Curaçao en Sint Maarten
uitgewerkt worden in de vorm van afspraken over de vroegtijdige betrokkenheid van de landen
bij de totstandkoming van verdragen. Aruba zal uitgenodigd worden om deel te nemen aan het
formuleren van deze afspraken.
5
• Het door Nederland voorgestelde artikel 60d vervalt. In plaats daarvan zal in een onderlinge
regeling tussen Nederland, Curaçao en Sint Maarten op basis van artikel 38a Statuut worden
voorzien in een procedure voor de beslechting van geschillen die kunnen ontstaan over de
gevolgen van de opheffing van de Nederlandse Antillen. Deze regeling zal in werking treden op
het moment dat de Nederlandse Antillen worden opgeheven.
• Over de toelichting bij artikel 1, tweede lid, van het Statuut dient nog overleg plaats te vinden
tussen Nederland, Bonaire, St. Eustatius en Saba.
• Met inachtneming van de bovenstaande besluiten stemmen Nederland, de Nederlandse Antillen,
Curaçao en Sint Maarten in met het concept van een rijkswetsvoorstel tot wijziging van het
Statuut zoals bijgevoegd bij de agenda van de politieke stuurgroep van 25 en 26 november
2008.
Aldus ondertekend,
Namens het Land Nederlandse Antillen,
De minister-president,
mw E.S. de Jongh-Elhage
Namens Nederland,
De staatssecretaris van BZK,
mw A.Th.B. Bijleveld-Schouten
Namens Curaçao,
De gedeputeerde van Constitutionele Zaken,
mw Z.A.M. Jesus-Leito
Namens Sint Maarten,
De gedeputeerde van Constitutionele Zaken,
mw S. Wescot-Williams