Brief bezoek Bijleveld aan Antillen 1 tot 4 april 2008

Download This Document (.pdf)



  • Datum
    8 april 2008
    Ons kenmerk
    2008-0000162671
    Onderdeel
    DGKB/KR
    Inlichtingen
    Drs. M.V.G. Laan
    T 070-4266602
    F 070-4268227
    Uw kenmerk
    Blad
    1 van 4
    Aantal bijlagen
    0
    Bezoekadres
    Schedeldoekshaven 200
    2511 EZ Den Haag
    Postadres
    Postbus 20011
    2500 EA Den Haag
    Internetadres
    www.minbzk.nl
    Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-
    Generaal
    Onderwerp
    Bezoek Nederlandse Antillen 1 tot 4 april 2008
    Van 1 tot 4 april heb ik een informeel werkbezoek gebracht aan de Nederlandse
    Antillen. Het belangrijkste gespreksonderwerp van de reis was de datum 15
    december 2008. Tevens heb ik gesprekken gevoerd over het gevangeniswezen
    en de Isla-raffinaderij. Ten slotte heb ik drie nieuwe samenwerkingsprogramma’s
    op het terrein van institutionele versterking en bestuurskracht en sociaaleconomische
    ontwikkeling vastgesteld. In deze brief informeer ik u over de
    resultaten van mijn reis.
    Staatkundig proces
    Net voor aanvang van mijn werkbezoek heb ik uw Kamer op 31 maart jl. de
    periodieke voortgangsrapportage van het staatkundig vernieuwingsproces
    toegezonden. Een en ander conform de met u gemaakte afspraken. Op de Antillen
    deelt men de daarin neergelegde feitelijke constatering dat de staatkundige
    verandering per 15 december 2008 onhaalbaar is. Uit de rapportage blijkt dat de
    eilanden per 15 december 2008 niet zullen voldoen aan de gestelde criteria en de
    gemaakte afspraken op het terrein van rechtshandhaving en rechtspleging, openbare
    financiën en deugdelijk bestuur. Zoals afgesproken maakt de regiegroep op dit
    moment een nieuwe realistische planning, die we in een stuurgroepvergadering van
    mei gezamenlijk bespreken.
    Ik heb met de minister-president en de minister van Binnenlandse en Constitutionele
    Zaken van de Nederlandse Antillen evenals met de gedeputeerden staatkundige
    vernieuwing van Curaçao en Sint Maarten gesproken en de verantwoordelijke
    gedeputeerden van de BES-eilanden gesproken over de voortgang in het traject. Het
    bepalen van een nieuwe datum is zoals u bij bekend een gemeenschappelijk besluit
    dat door de politieke stuurgroep moet worden genomen. In de gesprekken bestond
    overeenstemming over het feit dat 15 december 2008 een betekenisvolle datum kan
    blijven. Zo kan worden gedacht aan een gefaseerde invoering vanaf die datum. Ik zal
    daarover een voorlichting vragen aan de Raad van State.
    Tijdens mijn bezoek heb ik een bijeenkomst met de Centrale commissie van de
    eilandsraad van Curaçao bijgewoond. De Curaçaose oppositiepartijen MAN, NPA,
    Datum
    8 april 2008
    Ons kenmerk
    2008-0000162671
    Onderdeel
    DGKB/KR
    Blad
    2 van 4
    PS, FK en PLKP waren niet aanwezig bij deze bijeenkomst. In een brief die mij is
    aangeboden tijdens mijn werkbezoek pleiten zij onder meer voor een eerlijke, open
    en goed voorbereide dialoog. Daarom betreur ik het dat de oppositie niet de kans
    heeft gegrepen om met mij in debat te gaan tijdens de Centralecommissievergadering
    over de actuele ontwikkelingen op staatkundig gebied. Ik ben overigens
    ten allen tijde bereid het gesprek met hen aan te gaan.
    Ook tijdens mijn openhartig gesprek met de leden van de Curaçaose
    coalitiepartijen PAR, PNP en de FOL tijdens de Centrale Commissievergadering
    heb ik gepleit voor het creëren van meer draagvlak voor de staatkundige
    veranderingen. Meer informatie over het proces en directe contacten met de
    burgers werpt volgens de coalitie zijn vruchten af. Intussen worden aldoor
    pogingen gedaan om de impasse te doorbreken die al langere tijd bestaat tussen
    de voor- en tegenstanders van het huidige staatkundige traject. In dit verband
    heb ik gepleit voor het communiceren over realistische toekomstverwachtingen,
    Belangrijker dan discussies over structuren blijft het streven naar een beter
    welzijn voor de bevolking van Curaçao en de overige vier eilanden die deel
    uitmaken van de Nederlandse Antillen. Een mening die ook volledig wordt
    gedeeld door de coalitieleden in de Curaçaose Eilandsraad.
    Het vertrouwen van de burger groeit naarmate de economische bedrijvigheid
    groeit. Economische groei leidt tot meer werkgelegenheid en draagt belangrijk bij
    tot de armoedebestrijding. Verschillende Eilandraadsleden kijken daarom ook uit
    naar de positieve effecten van het Sociaal Economisch Initiatief (SEI) voor
    Curaçao. Ik heb de Eilandsraad voorgehouden dat voor elke investeerder het
    vertrouwen in een goed functionerende overheid heel belangrijk is.
    Ik heb overigens nadrukkelijk geconstateerd dat er binnen de Nederlandse
    Antillen/Curaçao ondertussen wordt gewerkt aan het verkrijgen en behouden van
    draagvlak voor het staatkundig veranderingsproces. De president van de Bank
    Nederlandse Antillen, de heer Tromp, en drie voormalige minister-presidenten, de
    heer Pourier, mevrouw Liberia Peters en de heer Don Martina, hebben
    aangegeven zich hiervoor te willen inzetten. Ik zie dit als een zeer positieve
    ontwikkeling.
    Gevangeniswezen
    Met de minister van Justitie van de Nederlandse Antillen heb ik gesproken over
    de stand van zaken in het gevangeniswezen. Minister Dick gaf aan dat hij
    Nederland formeel zou verzoeken om ondersteuning bij het verbeteren van het
    gevangeniswezen naar aanleiding van het CPT rapport. De brief met dit concrete
    verzoek om ondersteuning heb ik inmiddels ontvangen en zal ik tezamen met
    mijn collega van Justitie op zeer korte termijn beantwoorden. In het kader van
    Plan Veiligheid Nederlandse Antillen heb ik tijdens de laatste ministeriële
    stuurgroep in januari van dit jaar de Nederlandse Antillen al een bedrag van € 9,5
    miljoen extra toegezegd ter verbetering van het gevangeniswezen. Een belangrijk
    Datum
    8 april 2008
    Ons kenmerk
    2008-0000162671
    Onderdeel
    DGKB/KR
    Blad
    3 van 4
    onderdeel van het plan van aanpak is training en opleiding van personeel. Dit
    gebeurt met de hulp van Nederland. Binnen de trainingen en opleidingen van het
    gevangenispersoneel zal onder andere de nadruk worden gelegd op integriteit.
    Ook zal de minister van Justitie van de Nederlandse Antillen starten met de
    werving van nieuw personeel.
    Naar aanleiding van de uitzending van Nova waarin aandacht werd besteed aan
    een vermeende fraudezaak binnen de gevangenis op Sint Maarten, gaf de
    Antilliaanse minister van Justitie aan dat het Openbaar Ministerie een onderzoek
    heeft ingesteld.
    Isla-raffinaderij
    Tijdens mijn bezoek ben ik uitvoerig ingelicht over de milieuverontreiniging door
    de Isla-raffinaderij op Curaçao en de mogelijke oplossingsrichtingen ter
    vermindering daarvan tot een aanvaardbaar niveau. Dit in lijn met de wens van
    uw Kamer om met de verantwoordelijke bestuurders op Curaçao hierover in
    gesprek te gaan. De eilandelijke milieudienst en de Refineria di Korsòu N.V.
    (namens het eilandgebied eigenaar van de raffinaderij) presenteerden mij hun
    inzichten en tevens sprak ik over oplossingenrichtingen met de bestuurlijke
    stuurgroep inzake de onderhandelingen over de Isla met het Venezolaanse
    PdVSA. In de stuurgroep zijn zowel eilandgebied als Land vertegenwoordigd,
    onder meer door de gezaghebber van Curaçao en de minister-president van de
    Nederlandse Antillen.
    Ik heb ervaren dat de milieuverontreiniging door de Isla anno 2008 als
    maatschappelijk probleem onomstreden geworden is, ook voor het eilandelijke en
    landelijke bestuur. En dit is een belangrijk gegeven. De Antilliaanse
    maatschappelijke en politieke context is immers een andere dan de Nederlandse.
    Het onderwerp staat op de politieke agenda. De vraag die zich nu voordoet is hoe
    de verontreiniging terug gebracht kan worden tot een aanvaardbaar niveau, met
    medeweging van andere (bijvoorbeeld financieel-economische) belangen van het
    eilandgebied. Het bestuur heeft mij ingelicht over de activiteiten die worden
    ondernomen om dit tot stand te brengen. Belangrijk zijn dan de onderhandelingen
    met PdVSA, want momenteel wordt het eiland binnen de huidige
    contractvoorwaarden met het bedrijf teveel beperkt in haar probleemoplossend
    vermogen. Mij is verzekerd dat bij die onderhandelingen (ook internationaal)
    aanvaardbare milieustandaarden prioriteit hebben. Op korte termijn wordt de
    tekening door Curaçao en PdVSA verwacht van een Memorandum of
    Understanding op grond waarvan dit proces aanmerkelijk moet versnellen.
    Daarnaast wil het eilandgebied nog in de tweede helft van dit jaar
    milieuwetgeving afronden. Een rapport over de in te voeren milieunormen ligt
    hieraan ten grondslag en is afgerond. Ik zal bezien of ik ondersteuning kan
    verlenen bij het afronden van deze wetgeving, die ik in dit verband buitengewoon
    waardevol acht. Tenslotte besloot het eilandgebied eerder tot een vergelijkend
    Datum
    8 april 2008
    Ons kenmerk
    2008-0000162671
    Onderdeel
    DGKB/KR
    Blad
    4 van 4
    onderzoek door de GGD naar de longfuncties van schoolkinderen. Ik acht dit van
    groot belang.
    Ik constateer dat het probleem van de milieuverontreiniging meer dan voorheen
    serieus genomen wordt en dat momenteel op verschillende wijzen gewerkt wordt
    aan een schonere Isla-raffinaderij. Desalniettemin voel ik noodzaak over dit
    proces ingelicht te blijven. Daarom zal de milieuverontreiniging door de Isla de
    komende tijd tijdens mijn frequente bezoeken aan Curaçao op de agenda blijven
    staan.
    Institutionele versterking en bestuurskracht
    Op woensdag 2 april heb ik samen met gedeputeerde Jesus-Leito het protocol
    van het Samenwerkingsprogramma Institutionele Versterking en Bestuurskracht
    Curaçao 2008-2012 ondertekend. Op donderdag 3 april hebben
    gedeputeerde Johnson en ik het protocol van het Samenwerkingsprogramma
    Institutionele Versterking en Bestuurskracht Saba 2008 ondertekend. Deze
    samenwerkingsprogramma's hebben een sterke relatie met het staatkundig
    proces, waarin wordt gewerkt aan de opbouw en versterking van de
    eilandgebieden in voorbereiding op hun nieuwe positie. Ik verwacht dat de
    samenwerking ertoe bijdraagt dat de eilanden voor de overgang naar de nieuwe
    staatkundige situatie zullen voldoen aan de gestelde criteria op het terrein van
    deugdelijk bestuur. Nederland heeft voor de uitvoering van deze programma's
    € 18,2 miljoen (Curaçao, 5 jaar) respectievelijk € 508.333,- (Saba, 1 jaar)
    beschikbaar gesteld.
    Sociaal-Economisch Initatief (SEI)
    Op donderdag 3 april heb ik met Gedeputeerde Woodley het protocol van
    het Implementatieplan SEI Sint Eustatius ondertekend. Het implementatieplan
    van het SEI voor Saba was reeds op 5 maart jl. vastgesteld. Met
    deze implementatieplannen wordt uitvoering gegeven aan de SEIbeleidsplannen.
    De SEI's richten zich op verbetering van de sociaal-economische
    positie en perspectieven van de bevolking met het oog op het realiseren van een
    goede startpositie bij ingang van de nieuwe staatkundige situatie. De nadruk
    ligt hierbij op het versterken van de sociaal-economische structuur. Voor de SEI's
    van Sint Eustatius en Saba heeft Nederland € 5 miljoen ieder beschikbaar
    gesteld. Beide programma’s hebben een looptijd van drie jaar.
    DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN
    KONINKRIJKSRELATIES,
    drs. A.Th.B. Bijleveld-Schouten




0.7854 // 32