Brief Eerste Kamer 280208 over Staatkundig Proces
Download This Document (.pdf)
-
Met deze brief beantwoordik uw verzoek ominformatie ten aanzien van de stand
van zaken van het staatkundig proces. Per brief van 3 december 2007 heb ik u
reeds de laatste viermaandelijkse voortgangsrapportage toegezonden. De
volgende rapportage zal begin april worden opgesteld, deze zal ik u dan
eveneens toezenden. AanvuUend informeer ik u mede namens de minister van
Justitie in deze brief over de resultaten van de politieke stuurgroep van 22 januari
en 16 februari jongstleden, het verloop van de zogenoemde BES-week van 28 tot
en met 31 januari en het bezoek dat iksamen met de minister-president bracht
aan de Nederlandse Antillenen Aruba van 10 tot en met 15 februari.
Het algemene beeld dat oprijst uit de meest recente rapportage is dat de
voortgang opeen aantal trajecten niet zo voorspoedig verloopt als aanvankelijk
verondersteld. Dit is mede het gevolg van een aantal inhoudelijke discussies,
bijvoorbeeld over de AMvRB toezicht, de aanwijzingsbevoegdheid van de
minister van Justitie als lid van de Rijksministerraad en de gezamenlijke
procureur-generaal voor de nieuwe landen en de BES. Hierover is op 22 januari
jl. en 16 februari jl. uitvoerig gesproken in de politieke stuurgroep staatkundige
veranderingen. In deze stuurgroep zijn het Land Nederlandse Antillen, Curayao,
Sint Maarten en Nederland vertegenwoordigd. Namens Nederland zijn de
minister van Justitie en ik lid van de stuurgroep.
Op 22 januariis overeenstemming bereikt over de algemene maatregel van
rijksbestuur Tijdelijk Financieel Toezicht. Belangrijke onderwerpen in de discussie
waren de invoering van regelgeving metbetrekking tot corporate governance en
de voorwaarden waaronder de toekomstige landen leningen kunnen afsluiten.
Met de overeenstemming over deze onderwerpen is een belangrijke stap gezet
om te komen tot de schuldsanering voor het Land, Curayao en Sint Maarten.
Nadat de toelichting op de amvrb is gemaakt kan de maatregel in procedure
worden gebracht. Ik verwacht dat in de tweede helft van het jaar kan worden
begonnen. Naast de AMvRB is op 22 januari door de politieke stuurgroep een
Onderdeel
DGBKlKR
Inlichtingen
TAM. Schikhof
T 070-4267214
f 070-4268827
Uwkenmerk
Blad
1 van 4
Aantal bijlagen
4
Bezoekadres
Schedeldoekshaven 200
2511 EZ Den Haag
Postadres
Postbus 20011
2500 EA Den Haag
Internetadres
www.minbzk.nl
politieke verklaring getekend die de betrokkenheid van Sint Maarten en Cura<;ao
regelt bij de totstandkoming van (koninkrijks)regelgeving die op hen van
toepassing zalgaan worden. Dit omdat Cura<;ao en Sint Maarten opgrond van
het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden geen bevoegdheden hebben om
zelfstandig te participeren in de besluitvorming over de voorstellen van
consensusrijkswetlen en consensus algemene maatregelen van rijksbestuur ter
uitvoering van de slotverklaring van 2 november 2006. De ondertekende
verklaring is bijgevoegd.
Tijdens de stuurgroepvergadering van 16 februari is uitgebreid stilgestaan bij de
andere hiervoor genoemde punten: de aanwijzigingsbevoegdheid van de minister
van Justitie als lid van de Rijksministerraad en de gezamenlijke procureurgeneraal
voor de openbaar ministeries van nieuwe landen en van de BES. Ook
hiermee zijn belangrijke stappen gezet in het staatkundige traject. Met Cura<;ao,
Sint Maarten en het Land Nederlandse Antillen is in principe overeenstemming
bereikt over de wijze waarop de genoemde punten uit de Slotverklaring worden
opgenomen in de rijkswet voor het Openbaar Ministerie. De details hiervan zullen
nuambtelijk worden uitgewerkt.
Ondanksde voortgang die op een aantal inhoudelijke punten isgerealiseerd in
de stuurgroepis het oorspronkelijk vastgesteld tijdschema nog steeds zeer
ambitieus. De stuurgroep heeft daarom besloten om een realistische tijdsplanning
op te stellen waarin expliciet rekening wordtgehouden met de rol van de
adviserende en volksvertegenwoordigende organen. Zij moeten immers ook
voldoende tijd hebben om de diverse regelingen te beoordelen. In de
eerstvolgende stuurgroep zal hierover besluitvorming moeten plaatsvinden. Wij
hechten eraan op te merken dat gedurende het opstellen van een realistische
tijdplanning de inhoudelijkeuitwerking van de Slotverklaring gewoon voortgaat.
De BES maken geen deel uit van de politieke stuurgroep maar zijn daarbij als
waarnemer aanwezig. In het kader van de voorbereiding van nieuwe status voor
de BES vindt vanzelfsprekend regelmatig overleg plaats met de BES. Een van de
middelen voor het overleg is de organisatie van zogenaamde BES-weken. Van
26 tot en met 29 januari heeft een tweede BES-week plaatsgevonden. Tijdens
deze week is tussen departementen en bestuurders van de BES-eilanden
gesproken over het toekomstige voorzieningenniveau op de BES. Daarbij lag de
nadruk op de onderwerpen die in het Overgangsakkoord van 12 februari 2007 als
prioriteit zijn aangemerkt, namelijk volksgezondheid, sociale zekerheid, onderwijs
en jeugd, veiligheid en financien. De betrokken departementen hebben ten
aanzien van deze onderwerpen met de BES-bestuurders gesproken over hoe zij
de genoemde onderwerpen willen regelen vanaf het moment dat de nieuwe
status in gaat .en over verbeteringenin de uitvoering die mogelijk al eerder
gerealiseerd kunnen worden.
De week heb ik afgesloten meteen bestuurlijk overleg met de BES-bestuurders
waarin de belangrijkste conclusies over de voorgenomen maatregelen ten
aanzien van het voorzieningenniveau gezamenlijk zijn vastgesteld. Tijdens het
Datum
28 februari 2008
Ons kenmerk
2008-0000099644
Onderdeel
DGBKlKR
Blad
2van4
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
bestuurlijk overleg heb ik overeenstemming bereikt over de uitgangspunten voor
het wetsvoorstel openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Oaarmee
zijn de contouren voor de inrichting van de toekomstige openbare lichamen
vastgesteld. Tevens heb ikovereenstemming bereikt over de uitgangspunten
voor het wetvoorstel financiele verhouding Bonaire, Sint Eustatius en Saba,
waarmee de kaders zijn gesteld voor de financiele huishouding van de
toekomstige openbarelichamen.
Beide overeengekomen uitgangspuntennotities en de conclusies van het
bestuurlijk overleg zijn bijgevoegd. Zowel de departementen als de BES-eilanden
hebben de BES-week wederom als zeer nuttig en waardevol ervaren. Oit betreft
zowel de bespreking van inhoudelijke vraagstukken als de mogelijkheid elkaar
persoonHjk te treffen. Vanwege de ervaren meerwaarde van de bijeenkomsten
zal ik gedurende het transitieproces periodiek BES-weken organiseren.
Van 10tot en met 15 februari bracht iksamen met de minister-president een
bezoek aan de eilanden van de Nederlandse Antillen en Aruba. Tijdens het
bezoek aan de eilanden is vanzelfsprekend met bestuurders gesproken over het
. staatkundige proces. Met de bestuurders van Sint Maarten en van Curayao
hebben wij constructievegesprekken gevoerd waarin benadrukt is dat de
eilanden de status van land binnen het Koninkrijk zullen krijgen als zij voldoen
aan de criteria zoals afgesproken in de Slotverklaring van november 2005. Met
name op Sint Maarten zal extraaandacht moeten worden besteed aan het op
orde brengen van de rechtshandhaving en de waarborgen voor goed bestuur.
Samen met het op orde brengen van financien zijn dit voorwaarden voor een
goede toekomst voor de bewoners van de eiIanden. Met de driekleine eilanden
is met name gesproken over de resultaten van de BES-week, waaroverik u
elders in deze brief heb ge"informeerd.
Tijdens het bezoek hebben wij eengroot aantal jonge enthousiaste mensen
ontmoet, zoals de jonge bestuurders op Saba en Bonaire, scholieren, studenten,
jongeren bij de AntiHiaanse Militie op Curayao en talenten uit sport en cultuur. Het
enthousiasrne van deze jongeren voor de toekomst van het eigen eiland geeft
extra energie voor het staatkundige proces. Het staatkundig proces is immers
geen doel op zichzelf, maar moet de bevolking nog meer mogelijkheden geven
voor ontplooiing.
In Aruba is eveneens gesproken met bestuurders over de rol van Aruba in het
staatkundige proces. Minister-president Oduber heeft wederom aangegeven dat
hijzal meewerken aan de nieuwe statussen voor de eilanden van de
Nederlandse Antillen. Naast de ontmoetingen met de bestuurders hebben we op
een middelbare school en met vertegenwoordigers van diverse maatschappelijke
sectoren gesproken over de ontwikkelingen op Aruba. De conclusie van die
gesprekken is dat er veel positieve ontwikkelingen zijn op Aruba, maar dat Aruba
door zijn beperkte omvang ook kwetsbaar is. Blijvend investerenin bestuurlijke
checks-and-balances en onderwijsen tegelijkertijd de overheidsfinancien onder
controle houden zijn de uitdagingen voor de Arubaanse regering.