Humanisme in een veranderende samenleving

Download This Document (.pdf)



  •  
    HUMANISME IN EEN VERANDERENDE SAMENLEVING
    Een handelingsperspectief voor humanisten
    "... het is onmogelijk een recept te geven, dat bruikbaar is voor alle situaties in een voortdurend veranderende wereld. Maar wel kunnen er methoden of houdingen voor het oplossen van problemen worden aangegeven. Daarnaar wordt allerwegen gezocht, en de antwoorden, die aangedragen worden, dienen zich veelvuldig aan onder de vlag van humanisme."
    J.P. van Praag, Grondslagen van humanisme (1978)
    Dit document is een initiatief van de werkgroep Nieuw Humanistisch Perspectief en
    wordt gepresenteerd aan alle leden van het Humanistisch Verbond.
    Leden:     Rien Brederode, Rein Heijne, Bart Kruijt, Leo Nijenhuis, Bart Petersen, Egbert Prins, Frans Wienk
    Auteurs: Bart Petersen, Frans Wienk
    12 april 2007
    Inhoud
    Waarom dit initiatief? .................................................................................................. 5
    Wat wij willen.............................................................................................................. 6
    Wat wij bieden ............................................................................................................ 7 Zes doelen .............................................................................................................. 7
    Het humanisme als werkwijze .................................................................................... 8
    1.     Een maatschappelijke dialoog ......................................................................... 8 De kunst van de dialoog...................................................................................... 8 Van kleinschalig naar grootschalig ...................................................................... 9 Het bieden van ruimte ....................................................................................... 10 Het opstellen van een agenda........................................................................... 10
    2.     Een impuls voor inhoudelijke vernieuwing ..................................................... 12 Afstemming op actuele ontwikkelingen.............................................................. 12 Stimuleren van inhoudelijke vernieuwing........................................................... 13
    3. Geen humanisme zonder scholing................................................................. 14
    4.     Van ‘Zelf denken' naar ‘samen leven' ............................................................ 16 Wat willen we?................................................................................................... 17
    5. Nieuwe bondgenoten..................................................................................... 18
    6. Een verjongd humanisme .............................................................................. 19
    Samengevat ............................................................................................................. 20
    Hoe verder te handelen ............................................................................................ 21
    Het denken achter ons handelen.............................................................................. 22 Oud en nieuw humanisme .................................................................................... 22 Van collectieve naar individuele levensbeschouwing............................................ 23 Humanisten als bemiddelaars............................................................................... 24 Van denken naar handelen................................................................................... 25 Handelen als ideaal............................................................................................... 25 Een kosmopolitische ethiek................................................................................... 26 De ontwikkeling van agenda's............................................................................... 27 Inhoudelijke vernieuwing....................................................................................... 28 De rol van de leden ........................................................................................... 29 De rol van het kader .......................................................................................... 29
    Voorgeschiedenis ..................................................................................................... 30 Aanvullingen en kritieken ...................................................................................... 31
    Leestip
    De kern van ons plan is beschreven in "Het humanisme als werkwijze". De delen "Het denken achter ons handelen" en "Voorgeschiedenis" kunnen worden gelezen als een nadere toelichting daarop.
    Waarom dit initiatief?
    In de afgelopen jaren hebben we kunnen vaststellen dat onder Nederlandse humanisten een wijdverbreid gevoel heerst dat het humanisme als beweging, als kracht in de samenleving, niet voldoende tot zijn recht komt. Dat gaat verder dan de droge constatering dat het ledenbestand van het Humanistisch Verbond de laatste twintig jaar kleiner en ouder is geworden. We zien ook dat er bij de leden uiteenlopende ideeën zijn ten aanzien van de koers die het Nederlandse humanisme moet gaan varen. Vrijwel iedere oplettende humanist beseft dat de samenleving aan het veranderen is, maar er bestaat nog geen overeenstemming over de manier waarop het humanisme op deze veranderingen zou moeten inspelen.
    In 2006 leek de trend zich om te buigen. Door de ledenwerfactie stijgt het ledenaantal weer en er lijkt ook een groeiend draagvlak te zijn voor vernieuwing. Om deze ontwikkeling vast te houden is een doorbraak nodig, een nieuw perspectief op de rol van het humanisme in de samenleving.
    De meeste Nederlandse humanisten zijn niet in de gelegenheid om een analyse te maken van allerlei maatschappelijke ontwikkelingen en van de positie die het humanisme hierin inneemt; dit maakt het voor hen moeilijk om inzicht te krijgen in de kansen die de humanistische traditie heeft om zich in het huidige krachtenveld te vernieuwen. De initiatiefnemers achter dit document hebben zich sinds november 2004 in deze zaken vastgebeten, met als eerste resultaat een voorlopig advies aan het HV in 2005. Als vervolg hierop hebben zij in het voorjaar van 2006 een zevenkoppige werkgroep gevormd om samen op zoek te gaan naar een breder draagvlak. Dit document is het resultaat van die samenwerking, vandaar dat van hier af de wij-vorm wordt gebruikt.
    Wat wij willen
    In dit document ontvouwen we, vanuit een open en ondogmatische benadering, concrete voorstellen om het humanisme in onze samenleving de vooraanstaande plaats te geven die het verdient. Niet zozeer omdat het gered zou moeten worden - wij zien het humanisme niet als een doel op zichzelf - als wel omdat het één van de geestelijke grondslagen van onze betrekkelijk vrije, pluralistische samenleving vormt. Juist in de huidige omstandigheden zou die samenleving zeer gebaat zijn bij een nieuwe humanistische impuls.
    Wij staan daarin gelukkig niet alleen. In het nieuwe meerjarenprogramma van het Humanistisch Verbond staat het voornemen het humanisme als levensvisie en levenshouding de komende jaren krachtig te profileren. Ons plan is ten dele een concrete uitwerking hiervan. Daarnaast voegen we een aantal nieuwe gezichtspunten toe.
    Wij willen de Nederlandse humanisten van vandaag een aantal ideeën aan de hand doen, waardoor zij zich geïnspireerd en bemoedigd kunnen voelen. Zij kunnen er elementen uit overnemen die hen aanspreken, en er elementen aan toevoegen die door ons wellicht over het hoofd zijn gezien.
    Wat wij bieden
    Misschien wel de beste manier om levensbeschouwelijke verstarring te
    vermijden is een verschuiving van het zwaartepunt: van denken naar handelen. Natuurlijk moet het denken niet stoppen, maar ons denken staat in dienst van ons persoonlijk en maatschappelijk handelen. Daarom willen wij het humanisme in essentie als een werkwijze opvatten. In plaats van werkwijze kan ook methode, benadering, stijl of cultuur gelezen worden.
    Wat we willen vermijden is het vastleggen van het humanisme in standpunten, stellingnamen of beginselverklaringen, laat staan als een leer of ideologie. Wat we bepleiten is het opheffen van de scheiding tussen denken en doen. Het gangbare beeld is dat de doeners bij Humanitas en de humanistische dienstverlening zitten, en dat de rest van de humanisten zich dus maar moet beperken tot denken en discussiëren. Om te beginnen is het natuurlijk al vreemd om te veronderstellen dat de doeners het denkwerk aan anderen over kunnen laten. Maar waar het ons vooral om gaat is de niet-doeners, dat is een groot deel van de Nederlandse humanisten, een handelingsperspectief te bieden.
    Zes doelen
    Om dat perspectief concreet te maken hebben we de volgende doelen voor ogen:
    1    Een zinvolle en goed functionerende maatschappelijke dialoog tot stand brengen
    2    Het humanisme goed afgestemd houden op ontwikkelingen in de maatschappij door voortdurende en zorgvuldig gekozen inhoudelijke vernieuwing
    3    Een goed georganiseerd intern scholingsprogramma opzetten
    4    Het tweede deel van het motto "Zelf denken samen leven" uitwerken tot een kernthema van het Humanistisch Verbond
    5    Nieuwe samenwerking zoeken met verwante organisaties
    6    Het Humanistisch Verbond aantrekkelijk maken voor jonge mensen

    Deze doelen worden in de volgende zes hoofdstukken toegelicht en uitgewerkt.
    Het humanisme als werkwijze
    Met de hierna volgende uitwerkingen van de zes doelen willen we een startpunt bieden, een eerste schets, die laat zien hoe het Humanistisch Verbond zich verder kan ontwikkelen. Daarbij richten we ons zowel op de externe rol van het HV als op het interne functioneren. Samen denken over en werken aan een humane maatschappij waarin iedereen zich thuis voelt -dat is het perspectief dat we willen bieden.
    1. Een maatschappelijke dialoog
    Een steeds terugkerende bron van frustratie voor veel Nederlandse humanisten is de bescheiden, zo niet onzichtbare rol van het humanisme in het openbare leven.
    Sommigen menen dat een veelvuldig optreden van (vertegenwoordigers van) het Humanistisch Verbond in het zogenaamde maatschappelijk debat dit bezwaar zou kunnen wegnemen. Dit is een veel te voorbarige conclusie. Het debat gaat wellicht over maatschappelijk relevante onderwerpen, maar wordt niet door brede lagen van de maatschappij gedragen en zou dus beter als publiek debat,
    d.w.z. een debat met toeschouwers of toehoorders, kunnen worden aangeduid. Zolang daarin steeds weer dezelfde intellectuelen, politici en vertegenwoordigers van belangengroepen hun standpunten aan de man proberen te brengen, zal de gemiddelde humanist of welke andere geïnteresseerde leek ook zich nauwelijks betrokken voelen, laat staan deelnemer zijn.
    Deze impasse kan in onze ogen slechts worden doorbroken door een humanisering van het publieke debat: een ingrijpende verbreding van de discussie waarbij deelnemen belangrijker wordt dan winnen. Pas wanneer er een publieke ruimte ontstaat waarin autonome burgers elkaar op voet van gelijkheid kunnen ontmoeten om in alle vrijheid kennis en argumenten uit te wisselen, zal er een maatschappelijke dialoog op gang komen. De uitkomsten hiervan zijn niet voorspelbaar, maar kunnen op den duur tot nieuwe maatschappelijke verhoudingen leiden.
    De kunst van de dialoog
    Waarom een dialoog en geen debat of discussie? Een discussie is een gesprek waarin de deelnemers elkaar proberen te overtuigen van het eigen gelijk. Een debat is een discussie met een publiek erbij; een soort wedstrijd waarin de deelnemers erop uit zijn de andere partij verbaal te verslaan. Het publiek speelt daarbij de rol van scheidsrechter. De amusementswaarde ervan is vaak belangrijker dan wat de toehoorders ervan
    kunnen leren. De deelnemers aan een dialoog zijn erop uit om door uitwisseling van argumenten tot een beter inzicht te komen in een bepaalde kwestie. De vaardigheid een dialoog te voeren kan natuurlijk worden bevorderd door
    oefening. Toch kan iedereen die bereid is bepaalde uitgangspunten en regels in acht te nemen, deelnemen aan een dialoog.
    Om te beginnen is het van belang dat men zich niet boven zijn gesprekspartner stelt en dus een horizontale relatie aangaat. Een veroordeling, een beschuldiging of bijvoorbeeld de intentie de ander op zijn nummer te zetten, veronderstelt immers een ongelijkwaardige relatie, waarbij de initiatiefnemer zich met een beroep op hogere instanties of op grond van veronderstelde kwalificaties superieur acht aan de ander. Bij gelijkwaardigheid is de weg naar de dialoog al ingeslagen en zijn storende bedoelingen al grotendeels uitgeschakeld.
    In een echte dialoog dient niet alleen de eigen autonomie voorop te staan, maar moet in beginsel ook die van de ander worden gerespecteerd. Wie ervan uitgaat dat de gesprekspartner autonoom is, kan hem of haar slechts als individu aanspreken en dus nooit als de vertegenwoordiger van een groep.
    En hoewel vrijwel iedereen natuurlijk graag het eigen oordeel op overtuigende wijze over het voetlicht brengt, gaat het er niet om de ander om te praten of van het eigen gelijk te overtuigen. Dat vloeit eigenlijk voort uit het voorgaande, want in een horizontale, gelijkwaardige dialoog past het niet om de ander te bestoken met dogma's of voldongen feiten.
    Een werkelijke interesse voor wat de ander te vertellen heeft is misschien wel het belangrijkste onderscheid tussen een dialoog en een discussie of debat. Daarom is goed naar de ander luisteren essentieel.
    Samenvattend kenmerkt een dialoog zich door:

    • Gelijkwaardigheid van de deelnemers
    • De ander niets op willen dringen
    • Goed luisteren vanuit oprechte belangstelling


    Van kleinschalig naar grootschalig
    Een dialoog in de hiervoor omschreven zin kan ook worden gevoerd door een groep mensen die aanzienlijk groter is dan twee. Daarbij moeten we aanvaarden dat niet alle aanwezigen er in gelijke mate aan deelnemen, zolang iedereen maar de kans heeft zich naar eigen behoefte in het gesprek te mengen. Het zal echter duidelijk zijn dat een dergelijk gesprek al snel een grens bereikt in termen van tijd, ruimte en aantal deelnemers.
    Om toch een brede maatschappelijke dialoog tot stand te brengen, zullen we al die kleinschalig gevoerde dialogen op de een of andere manier met elkaar moeten verbinden. In feite is het nu ook al zo, dat de publieke discussie met al haar tekortkomingen een opeenvolging en optelsom vormt van een reeks kleinere en grotere debatten en monologen.
    Voor een maatschappelijke dialoog die in belangrijke mate buiten bereik van de grote media plaatsvindt zijn grotere inspanningen nodig. Hier kan een organisatie als het Humanistisch Verbond een rol van betekenis spelen. Die rol moet niet beperkt zijn tot het achteraf samenvatten en coördineren van verspreide bijeenkomsten, maar moet bestaan in het scheppen van de juiste voorwaarden voor het tot stand komen en in goede banen leiden van het hele proces. We onderscheiden twee hoofdonderdelen: het bieden van ruimte en het opstellen van een agenda.
    Het bieden van ruimte
    Wat ons opvalt is de behoefte van veel mensen aan een goed gesprek en hun onmacht om in die behoefte te voorzien. Kennelijk bestaat er in onze samenleving te weinig ruimte voor mensen om te communiceren over zaken die voor hen van fundamenteel belang zijn.
    Het mooie is nu dat de humanistische cultuur al eeuwen lang bij uitstek een cultuur is van het woord, waarin alle ruimte aanwezig is voor een redelijke uitwisseling van ervaringen en argumenten. Er is grote behoefte aan een mogelijkheid voor gewone burgers om met elkaar, en eventueel met meer deskundige medeburgers belangeloos van gedachten te kunnen wisselen over zaken die hun levensgeluk bepalen, zonder dat die zaken in het keurslijf van een individuele therapie of van politieke dan wel economische belangen worden gedwongen.
    Humanistische organisaties verkeren in een prachtige positie om daarvoor een platform te bieden. Meer nog dan een ruimte in letterlijke zin bedoelen wij hiermee die faciliteiten die de ruimte in figuurlijke zin vergroten: methoden om een open dialoog te voeren, de voor het humanisme kenmerkende aandacht voor de morele kanten van een probleem, inspirerende ideeën uit de traditie en de actualiteit van het (humanistische) denken, en de deskundigheid om zulke gesprekken in goede banen te leiden en op een hoger plan te brengen.
    Het opstellen van een agenda
    Een belangrijke vereiste voor het tot stand brengen van een gesprek over fundamentele zaken is het samenstellen van een agenda. Zonder een agenda zullen zulke gesprekken mogelijk wel tot stand komen, maar zullen ze in sterke mate bepaald worden door de waan van de dag, de mediahypes, politieke en andere kortetermijnbelangen en niet in de laatste plaats het opportunisme van de meest dominerende deelnemers.
    In grote trekken kan men twee soorten agenda's onderscheiden, een persoonlijk georiënteerde en een maatschappelijk georiënteerde. Dit onderscheid komt overeen met de indeling in een existentieel en een publiek humanisme die in het Meerjarenprogramma van het HV wordt gemaakt.
    Het eerste type agenda zal dan de klassieke existentiële vraagstukken in kaart moeten brengen, de zogenoemde levensvragen en zingevingskwesties, en daarnaast de morele dilemma's van alledag: hoe moet ik als individu op een verantwoorde manier leven? In feite bestaan her en der al aanzetten voor een dergelijke agenda, vaak onder de noemer levenskunst.
    Het tweede type agenda, dat van de maatschappelijke thema's, is door het georganiseerde humanisme tot nu toe grotendeels verwaarloosd. Deze thematiek is dan ook aanzienlijk ingewikkelder dan de existentiële. De agenda wordt bovendien in sterke mate beheerst door de wetten van de media en door politieke belangen. Er is in het publieke debat relatief veel aandacht voor het sensationele: schandalen, incidenten, theologische twisten, partijpolitieke en ideologische conflicten.
    Aan ons dus de taak om de publieke agenda een humanistische invulling te geven. Van oudsher spelen ethische thema`s daarbij een hoofdrol.
    Daarnaast bestaat er een dringende noodzaak om sociaal-politieke vragen serieus aan de orde te stellen. Dit domein wordt in sterke mate gegijzeld door politieke belangengroepen, die er baat bij hebben deze problemen te verengen tot financieel-economische of sektarische conflicten. Humanisten hebben de mogelijkheid om, vanuit een brede kosmopolitische visie, zulke kwesties op een meer fundamentele manier ter discussie te stellen.
    Voorstellen

    • Er wordt een landelijke werkgroep gevormd met de opdracht om te inventariseren welke faciliteiten noodzakelijk zijn voor een goed functionerende maatschappelijke dialoog. Die faciliteiten moeten het hele proces ondersteunen: de voorbereiding, de begeleiding en de afwikkeling (rapportage, eventuele consequenties) van de dialoog. De bevindingen van deze werkgroep worden vastgelegd in een voor ieder HV-lid beschikbare handleiding.

    • Er worden afzonderlijke werkgroepen gevormd om agenda's op te stellen ten behoeve van:
    • o de existentiële dialoog
    • o de ethische dialoog
    • o de sociaal-politieke dialoog In de werkgroepen zullen zowel deskundigen als leken worden


    opgenomen. De zo tot stand gekomen agenda's zijn niet bindend voor lokale organisatoren (b.v. HV-afdelingen), maar wel sturend.

    • Zodra de agenda's er zijn, wordt een permanente agendacommissie ingesteld om zowel het gebruik als de inhoud van de agenda's kritisch te begeleiden. De agenda's zullen regelmatig moeten worden aangepast aan praktijkervaringen en maatschappelijke ontwikkelingen.
    • Er wordt onderzocht of en hoe een maatschappelijke dialoog volgens de geschetste criteria ook op het internet kan worden ingevoerd. De bedoeling is niet een vervanging van ontmoetingen in levenden lijve, maar een belangrijke aanvulling hierop.


    2. Een impuls voor inhoudelijke vernieuwing
    De polarisatie tussen allerlei groeperingen in de samenleving lijkt toe te nemen, evenals de behoefte aan eenvoudig te begrijpen "recht door zee" oplossingen om de daarmee gepaard gaande conflicten het hoofd te bieden. Veel mensen voelen zich angstig en eenzaam in deze maatschappij en zoeken houvast temidden van alle snelle veranderingen. Een zorgelijke situatie die vatbaar is voor escalatie.
    Deze verdeeldheid, die zich op alle niveaus van de samenleving heeft genesteld, vraagt om een reactie vanuit het humanisme. Juist in deze omstandigheden zou het humanisme een verbindende rol kunnen en moeten spelen. Om deze rol op zich te kunnen nemen is inhoudelijke vernieuwing noodzakelijk, die goed is afgestemd op de actuele ontwikkelingen in de maatschappij. Een inspirerende mogelijkheid om een bijdrage te leveren aan het oplossen van de problemen van deze tijd.
    Vanzelfsprekend is inhoudelijke vernieuwing niet alleen van belang als reactie op de hierboven geschetste ontwikkelingen. Alle veranderingen in de samenleving kunnen aanleiding geven om de consequenties daarvan grondig na te gaan. Toch blijft de oogst aan vernieuwende en inspirerende visies en ideeën vanuit de humanistische beweging erg mager.
    Deze inhoudelijke vernieuwing kan zich op oneindig veel onderwerpen richten. Het belang van de selectie van die onderwerpen wordt vaak nauwelijks onderkend. De mate waarin ze bij kunnen dragen aan het oplossen van de grote vraagstukken van deze tijd is zeer verschillend. Van groot belang is daarom de vraag waar we als HV wat aan bij willen dragen.
    We doen eerst enkele voorstellen hoe te komen tot een verantwoorde keuze van thema's. Daarna stellen we een aantal maatregelen voor om de organisatie beter in te richten voor inhoudelijke vernieuwing.
    Afstemming op actuele ontwikkelingen
    Om bij de tijd te blijven is het niet zozeer de vraag of wat we doen wel goed is, maar veel meer welke onderwerpen we aanpakken en welke we laten liggen. Het is essentieel om onszelf grondig af te vragen welke actuele problemen de realisatie van onze humanistische idealen het meest in de weg staan. We moeten vermijden dat we ons teveel laten leiden door de waan van de dag en het beeld dat de media schetsen van de werkelijkheid. Een uiterst zorgvuldige en goed onderbouwde selectie van de thema's waar we ons op richten is bepalend voor onze betekenis in de samenleving. Het stellen van de juiste vragen is daarbij meestal belangrijker dan het vinden van de juiste antwoorden.
    Voorstellen

    • Maak het selecteren van de thema's waar het HV zich op richt, tot een expliciet onderdeel van het beleid.
    • Betrek alle leden hierbij, bijvoorbeeld door het houden van peilingen.
    • Onderzoek of laat onderzoeken wat de zorgen zijn van onze sympathisanten en weeg het resultaat daarvan mee bij de selectie van thema's. Wellicht kan de Universiteit voor Humanistiek betrokken worden bij de uitvoering van dit onderzoek.


    Stimuleren van inhoudelijke vernieuwing
    In het Meerjarenprogramma 2007-2012 wordt het belang van het actief betrekken van de leden bij inhoudelijke vernieuwing onderkend. Wij willen daarin nog iets verder gaan door te stellen dat de belangrijkste bron van vernieuwing gevormd wordt, dan wel gevormd zou moeten worden door de leden.
    Daarnaast dient de organisatie beter ingericht te worden om het verder ontwikkelen van het humanistische gedachtegoed te ondersteunen. Om dit te bereiken zou het kader zich meer moeten richten op het initiëren, faciliteren, structureren, samenvatten en publiceren van de discussies. Ook wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn van de inzet van moderne middelen zoals Internet en methoden om met een groep mensen die verspreid door het hele land wonen, afstemming te bereiken over inhoudelijke thema's.
    Voorstellen

    • De leden worden uitgenodigd een vernieuwingsthema te kiezen om mee aan de slag te gaan op lokaal, regionaal of landelijk niveau.
    • Het hoofdbestuur en de afdelingsbesturen nemen initiatieven om inhoudelijke vernieuwing organisatorisch te ondersteunen.
    • Met betrekking tot communicatievoorzieningen is er een specifieke behoefte van mensen die in een bepaald thema geïnteresseerd zijn, om makkelijker met elkaar in contact te komen. Hiervoor zou de website ingezet kunnen worden met een "Ik zoek contact met geïnteresseerden in ..." pagina. Dit is een belangrijk hulpmiddel voor leden om, over de afdelingsgrenzen heen, met elkaar in contact te komen.
    • De kernbegrippen van het humanisme onderbrengen bij Wikipedia. Dit is een gratis toegankelijke encyclopedie op Internet (nl.wikipedia.org) waar iedereen aan bij kan dragen.
    • De toepassingsmogelijkheden van de door Wikipedia gebruikte methode om tot consensus te komen op bruikbaarheid bij inhoudelijke vernieuwing onderzoeken.


    3. Geen humanisme zonder scholing
    In het voorgaande is bij herhaling gezinspeeld op de geweldige kansen die er liggen voor het humanisme om een betekenisvolle rol te spelen in de maatschappelijke dynamiek van dit moment. Daar staat tegenover dat de humanistische beweging en de meeste individuele humanisten niet in alle opzichten klaar zijn om die rol op zich te nemen. Hoe komt dat?
    Naar onze overtuiging is dat geen kwestie van bestuurlijk of persoonlijk falen, maar is het een rechtstreeks gevolg van de manier waarop het Humanistisch Verbond georganiseerd is en van de maatschappelijke omstandigheden waarin het tot nu toe geopereerd heeft.
    Wie lid wordt van een sportvereniging en deel wil nemen aan de competitie, wordt verplicht om aan de training mee te doen. Zelfs wie slechts als recreant mee wil spelen, dient eerst een basistraining te volgen, tenzij hij of zij die training elders al heeft ondergaan.
    Wie lid wordt van het HV, krijgt in de meeste afdelingen geen basiscursus aangeboden; of dat nieuwe lid na verloop van tijd nog de mogelijkheid krijgt én benut om een cursus te volgen over welk onderwerp dan ook, is afhankelijk van toevallige omstandigheden. Als humanisme een tak van sport zou zijn, haalt het HV niet eens het niveau van een recreantenclub.
    Waar het inhoudelijk vooral aan ontbreekt, is een helder besef van de humanistische identiteit en hoe die zich in de loop van de geschiedenis ontwikkeld heeft. Dat besef is in de naoorlogse maatschappelijke context sterk ondermijnd door de voortdurende benadrukking van wat het humanisme niet wilde zijn: niet-confessioneel, buitenkerkelijk, antireligieus, ongelovig, zonder openbaring.
    Het (opnieuw) formuleren van de waarden waar het humanisme wel voor staat, zonder te vervallen in nietszeggende gemeenplaatsen (zoals vrijheid, gerechtigheid, menselijke waardigheid), vergt een omslag op verschillende niveaus.
    Sinds enige tijd kennen we in Nederland een Universiteit voor Humanistiek die er in elk geval voor zorgt dat humanistische zorgverleners die de praktijk ingaan, de beschikking hebben over een brede kennis van het humanistische gedachtegoed. Een dergelijk instituut zou daarnaast in staat moeten zijn die kennis op een effectievere manier te delen met 'gewone' humanisten dan nu het geval is.
    Al jaren wordt er hier en daar, vooral plaatselijk en soms ook landelijk, door kleine groepjes humanisten hard gewerkt aan interne en externe kennisoverdracht door middel van Humanistisch Vormingsonderwijs, cursussen, gespreksgroepen, Humanistische Cafés, lokale samenwerkingsverbanden (zoals Huis van Erasmus in Rotterdam), thematische debatten, forumdiscussies en interactieve websites.
    Tot nog toe gaat het om incidentele, verspreide initiatieven; wat we nu nodig hebben, is een grootscheeps scholingsoffensief. En dat kan alleen als de gapende kloof tussen deskundigen (Universiteit voor Humanistiek, Socrates hoogleraren, professionele dienstverleners e.d.) en leken (de afdelingen en de gewone leden) binnen de humanistische beweging wordt overbrugd.
    Voorstellen

    • Het kortstondige experiment van het landelijk bureau (in 2005) om afdelingen een stagiair plus readers aan te bieden ten behoeve van een gratis introductiecursus voor nieuwe leden, wordt van nu af een standaardonderdeel van het aanmeldingspakket. Ieder nieuw lid moet binnen een jaar na aanmelding in de gelegenheid gesteld worden om in de eigen afdeling of op comfortabele reisafstand een gratis introductiecursus te volgen van 6 à 8 avonden.
    • Er wordt een landelijke stuurgroep van ter zake kundigen gevormd met de opdracht de eerder aangeboden introductiecursus aan een kritische beoordeling te onderwerpen en de aspirant-docenten (UvH-stagiairs, of vrijwilligers uit de betreffende afdeling) te ondersteunen c.q. begeleiden. Blijkt de bestaande introductie niet te voldoen of aan te passen, dan moet alsnog een eenvoudige en aansprekende basisleergang Humanisme worden samengesteld. Mogelijk kan dankbaar gebruik worden gemaakt van de in 2006 opgestelde voorlopige "humanistische canon".
    • Omdat de beschikbaarheid van de introductiecursus in minder dichtbevolkte gebieden problematisch zal zijn, gaat de genoemde stuurgroep of een hieruit afgeleide commissie onderzoeken of en hoe een basisleergang Humanisme in digitale en interactieve vorm beschikbaar kan worden gesteld.
    • Naast inhoudelijke cursussen moeten ook cursussen in gesprekstechnieken worden aangeboden, zodat diegenen die dat willen een actief aandeel in de maatschappelijke dialoog kunnen hebben.
    • Er wordt een landelijke werkgroep gevormd (die deels uit dezelfde personen kan bestaan als de stuurgroep) met de opdracht om het hele bestaande aanbod aan plaatselijke en landelijke (vervolg)cursussen in kaart te brengen en te onderzoeken welke plaatselijke cursussen een ruimere verspreiding, eventueel met enkele aanpassingen, zouden kunnen krijgen. Uiteindelijk moet dit een jaarlijkse brochure opleveren waarin het totale aanbod aan (vervolg)cursussen per regio beschreven is.
    • Het hoofdbestuur treedt in overleg met de Universiteit voor Humanistiek om na te gaan welke bijdragen de UvH kan leveren aan interne scholing binnen het HV, en onder welke voorwaarden.


    4. Van ‘Zelf denken' naar ‘samen leven'
    "De huidige samenleving is als stuifzand. Mensen vliegen alle kanten op, de ene hype volgt op de andere en niets beklijft. Toch zijn burgers op zoek naar samenhang en naar verbindende elementen ..."
    Zo begint de toelichting achter op het boek De stuifzandsamenleving van Kees
    Schuyt, die in 2005 de Jaap van Praag prijs ontving. Het HV heeft niet voor niets
    "Zelf denken samen leven" als motto gekozen.
    Maar wie op zoek gaat naar de uitwerking van het tweede deel hiervan, vindt op de webpagina1, waar het motto wordt uitgelegd ..... niets! Ook verder is er binnen het HV nog bedroevend weinig gedaan met het thema "samen leven". Toeval? Of verdragen de twee delen van het motto elkaar niet zo goed? Is "zelf denken" verworden tot een doorgeschoten individualisme of zelfs egoïsme?
    De symptomen zijn bekend. Om er enkele te noemen: buren die elkaar niet kennen, de eenzaamheid die veel mensen voelen, het hoge gebruik van antidepressiva, de agressie in de samenleving, de scheiding tussen arm en rijk, de afbrokkeling van het buurt-en verenigingsleven.
    Wat is er aan de hand? Zijn we ons nog wel voldoende bewust van de waarde van het samen leven en overzien we nog wel de consequenties van het nastreven van de doelen die ons door de moderne maatschappij opgelegd lijken te worden?
    Er is alle aanleiding om het tweede deel van ons motto eens grondig onder de loep te nemen. Autonomie staat niet haaks op samen leven. Toch bestaan daarover veel misverstanden. Vooral de begrippen autonomie en vrijheid worden vaak verward. Soms kan vrijheid van mensen vergeleken worden met communicerende vaten. Als de ene mens meer vrijheid neemt, beperkt dit de vrijheid voor een ander. Het gaat dan niet om het maximaliseren van de individuele vrijheid, maar om de rechtvaardige verdeling daarvan.
    Mensen kunnen niet verantwoordelijk gesteld worden voor anderen, ook niet voor de zogenaamde ‘zwakkeren' in de samenleving. Maar mensen zijn wel verantwoordelijk voor hun eigen gedrag. En dat gedrag is op zijn beurt wel van invloed op andere mensen. Daarmee is men dus wel verantwoordelijk voor zijn invloed op anderen. Sociale verantwoordelijkheid wordt zo bepaald door de inspanning of de intentie en niet door het resultaat.
    Samen leven wordt vaak geproblematiseerd en gezien in het perspectief van concessies doen aan de eigen vrijheid en ergernis aan het gedrag van anderen. Daardoor komen de positieve kanten van relaties met anderen in de schaduw te staan. De aandacht zou meer gericht moeten zijn op de waardevolle kanten van samen leven ofwel wat we voor elkaar zouden kunnen betekenen en minder op hoe we zo min mogelijk last van elkaar kunnen hebben.
    1 http://www.humanistischverbond.nl/hv/zelfdenkensamenleven.html
    Wat willen we?
    Een belangrijke vraag is, wat wij humanisten voor elkaar willen betekenen. Willen we alleen een intellectueel dikke-ik zijn, dat vooral luidkeels verkondigt wat er allemaal niet deugt aan de huidige samenleving of willen we de warmte en de verbondenheid waar veel mensen zo'n behoefte aan hebben, als een belangrijke waarde vorm geven binnen onze vereniging? En als dat laatste het geval is, wat is daar dan voor nodig?
    Een humane samenleving kenmerkt zich vooral door het streven iedereen daarin een thuis te bieden; een plek om je gewaardeerd te voelen en verbonden met de mensen om je heen. Het is een samenleving die erop gericht is het beste in de mensen naar boven te halen en die er begrip voor heeft dat mensen die hun best ervoor doen, daar soms niet in slagen. Het is ook een samenleving waarin het hoogste ideaal niet is om beter te zijn dan een ander, maar waar het belangrijk is je in te zetten om anderen te laten groeien in hun menszijn in de wetenschap dat anderen er ook op uit zijn om jou zelf te laten groeien.
    Als we daar een voorbeeld voor willen zijn, dan speelt het Humanistisch Verbond een belangrijke rol in de samenleving. Want dan bieden we een perspectief waar mensen echt op zitten te wachten.
    We willen mensen binnen en buiten het HV inspireren om anders tegen ‘samen leven' aan te kijken en weer te ontdekken hoe dat het leven kan verrijken. Wij vinden het daarom van groot belang dat het HV het tweede deel van het motto snel een belangrijke plaats op de agenda geeft.
    Voorstellen

    • Het jaar 2008, als vervolg op het thema ‘autonomie' in 2006, uit te roepen tot het jaar van ‘samen leven'.
    • Alle afdelingen worden uitgenodigd om rond dit thema werk-of discussiegroepen op te zetten. De ideeën die daaruit naar voren komen worden op een landelijk congres uitgewisseld en gebundeld.


    5. Nieuwe bondgenoten
    Het Humanistisch Verbond is in de afgelopen jaren betrokken geraakt bij verschillende vormen van samenwerking, zowel met verwante organisaties (verenigd in de Humanistische Alliantie) als met vakbonden en levensbeschouwelijke organisaties. In het laatste geval gaat het meestal om puur doelgerichte coalities, met voorbijzien van ideologische of inhoudelijke tegenstellingen. Dat is een zinvolle strategie waar zeker verdere stappen in mogelijk zijn. Wij willen echter aandacht vragen voor een tweetal ontwikkelingen die aanleiding vormen om nog andersoortige contacten of mogelijk coalities aan te gaan.
    In de eerste plaats signaleren wij een verschuiving van scheidslijnen. Waar traditioneel onze tegenstanders (of concurrenten?) gemakkelijk te identificeren waren als de gevestigde kerken en godsdiensten, is er nu een nieuwe scheiding der geesten waar te nemen die dwars door de gevestigde organisaties (waaronder mogelijk ook het Humanistisch Verbond) heenloopt.
    Wij doelen op de tegenstelling tussen hen die onverkort vasthouden aan oude zekerheden en verworvenheden, en hen die zich vanuit een open en onbevooroordeelde houding actief bezinnen op hun eigen dogma's en bronnen. Anders gezegd: tussen degenen die overtuigd zijn van hun eigen waarheid (al of niet met een hoofdletter) en degenen die geloven in een veelvormige, dynamische werkelijkheid waarin hooguit plaats-en tijdgebonden waarheden bestaan maar waarin niets vastligt.
    Naar onze mening ligt het op de weg van het Humanistisch Verbond om een grotere afstand te bewaren tot de stromingen van het eerste type (zoals de neoconservatieven en fundamentalisten van allerlei slag) en meer onderzoek te doen naar en aansluiting te zoeken bij de stromingen van het tweede type.
    Ook op individueel niveau moet dit een punt van aandacht zijn. Kunnen gelovige of religieuze humanisten zich thuis voelen in het Humanistisch Verbond? Immers, onze tegenstanders zijn niet zij die geloven, maar zij die zeker weten, en bovenal zij die hun zekerheden aan anderen op willen dringen.
    Een tweede ontwikkeling is dat er steeds meer bewegingen opkomen die hun aantrekkingskracht ontlenen aan vernieuwingen in de vorm van hun levensbeschouwelijke beleving. Dat kan om rituelen gaan maar ook om verschillende vormen van spiritualiteit. Het is op zijn minst boeiend en leerzaam om ons daar eens meer in te verdiepen, zeker als er ook inhoudelijke raakpunten zijn, zoals een gerichtheid op dit leven en een accentuering van autonomie. Daarbij moeten we ook oog hebben voor afwijkende en vernieuwende praktijken binnen de gevestigde levensbeschouwingen.
    Voorstellen

    • Bij het aangaan van samenwerkingsverbanden een open niet­dogmatische houding als belangrijkste criterium hanteren.
    • Onderzoeken welke waarden en gebruiken van andere levensbeschouwelijke organisaties, waaronder de religies, de humanistische traditie kunnen verrijken.


    6. Een verjongd humanisme
    In de aanhef van dit document constateren we dat het ledenbestand van het Humanistisch Verbond al jaren stagneert en mede daardoor vergrijst. Nog los van de waarde die men aan dit verschijnsel hecht, brengt het een problematisch toekomstperspectief met zich mee, dat alleen kan worden afgewend wanneer de organisatie er in slaagt meer jonge leden aan te trekken.
    Belangrijker dan het 'overlevingsmotief' is voor ons de overweging, dat een organisatie als het Humanistisch Verbond midden in de samenleving hoort te staan en derhalve óók zou moeten weerspiegelen wat er onder de jonge generaties leeft. Sterker nog, iets soortgelijks kunnen we ook zeggen over de eveneens ondervertegenwoordigde generatie van dertigers en veertigers. Dit kan te maken hebben met andere prioriteiten van de mensen in deze levensfase, maar evenzeer met een mogelijk gebrek aan aandacht voor thema's die juist deze groep aangaan, zoals de opvoeding en het gezin.
    Het Humanistisch Verbond kent al heel lang een jongerenafdeling, sinds enkele jaren onder de naam Jong HV. Deze groep kenmerkt zich door een frisse, losse benadering van het humanisme, een open blik op de wereld en een sterke actiegerichtheid. Denken en praten is goed maar er moet ook iets mee gebeuren. Ook wordt intensief aandacht besteed aan de verbinding tussen het humanisme en het eigen persoonlijke leven.
    Jong HV staat echter betrekkelijk los van de rest van het HV en daardoor is er weinig kruisbestuiving. De jongeren hebben daardoor slechts beperkt toegang tot de kennis en ervaring van de oudere leden. Deze laatsten worden op hun beurt nauwelijks geprikkeld door de onbevangen kijk op de wereld van de jonge humanisten. Het lijkt een kip-ei-probleem: er is wellicht weinig vernieuwing omdat er weinig jonge leden zijn en er komen weinig jonge leden bij omdat de vernieuwing uitblijft. Wij vinden de interactie tussen deze leeftijdsgroepen bijzonder waardevol en zelfs noodzakelijk voor de toekomst van het Humanistisch Verbond.
    Wij verwachten dat de door ons voorgestelde ontwikkeling naar een ondogmatisch, vernieuwend, handelingsgericht en kosmopolitisch humanisme ook zal bijdragen aan een grotere aantrekkingskracht op jongeren.
    Voorstellen

    • Betrek de jonge humanisten nadrukkelijk bij de rest van het HV. Een tijdelijke vertegenwoordiger van Jong HV in het bestuur lijkt daarvoor een goede eerste stap.
    • Ontwikkel een visie op de rol van het humanisme in het gezin en de opvoeding. Daarin wordt de samenhang met het humanistisch vormingsonderwijs meegenomen.
    • Houd bij het organiseren van activiteiten altijd rekening met jongeren, studenten en gezinnen.


    Samengevat
    Met de wens om het Humanistisch Verbond en daarmee de humanistische beweging een grotere rol te laten spelen, zijn we op zoek gegaan naar een nieuw perspectief.
    In die zoektocht zijn we vertrokken vanuit de gedachte dat ons denken pas betekenis krijgt als het in dienst gesteld wordt van het handelen. Dat handelen is gericht op een doel. We willen immers allemaal een prettig leven, goede relaties met anderen, een veilige stad, een betere wereld.
    De dialoog speelt daarbij een centrale rol. Als voertuig voor het denken en om het handelen op elkaar af te stemmen. Als we meesters zijn in de kunst van de dialoog, kunnen we wantrouwen en conflicten overwinnen. Daarom willen we een maatschappelijke dialoog opzetten: een uitnodiging aan alle burgers om mee te denken en mee te spreken over de zaken die hen aangaan, in plaats van toeschouwer te blijven.
    Zonder dialoog is er geen inhoudelijke vernieuwing, en die is nodig omdat de samenleving voortdurend verandert. Steeds opnieuw moeten we ons afvragen wat de belangrijkste vragen zijn. Samen zoeken we dan naar bruikbare antwoorden.
    Om de zo vergaarde kennis en ideeën toegankelijk te maken voor iedereen is een goed scholingsprogramma onontbeerlijk. Scholing dient er niet op gericht te zijn om mensen ergens van te overtuigen (zending), maar om ze kennis aan te bieden (dienstverlening).
    Deze scholing biedt een achtergrond waartegen we onze relaties met anderen kunnen plaatsen. Die relatie met de medemens is wellicht de belangrijkste waarde in ons leven. Door de manier waarop we binnen de vereniging met elkaar omgaan, kunnen we het beste laten zien wat de waarde van het humanisme is.
    In onze samenleving zijn er velen die zich door het humanisme laten inspireren, maar we zoeken ook samenwerking met mensen die vanuit andere inspiratiebronnen dezelfde doelen nastreven als wij. We stellen ons open voor waardevolle ideeën en gebruiken van andere levensbeschouwelijke organisaties.
    Tot slot is verjonging hard nodig om de humanistische beweging een toekomstperspectief te geven. Daarom willen we de organisatie aantrekkelijk maken voor de jeugd en de jongere humanisten meer betrekken bij het beleid.
    Hoe verder te handelen
    We hebben in het voorgaande onze voorstellen gepresenteerd om het humanisme een grotere rol in de samenleving te laten spelen. Het is een uitnodiging aan alle humanisten die een actieve bijdrage willen leveren aan een of meer van onze zes speerpunten: het opzetten van de maatschappelijke dialoog, inhoudelijke vernieuwing, interne scholing, het thema 'samen leven', externe samenwerking en verjonging.
    Dit plan wordt, in samenhang met het meerjarenprogramma (MJP) op de landelijke bijeenkomst van 23 juni 2007 aan de leden voorgelegd. Daar zal het besproken en, waar nodig, bijgesteld worden. Er wordt dan een stuurgroep gevormd met twee taken:

    • Het MJP, onze voorstellen en de uitkomsten van 23 juni op elkaar afstemmen en de behandeling daarvan op de algemene ledenvergadering van 24 november 2007 voorbereiden.
    • De uitvoering van het plan op poten zetten en coördineren. Voorzover het activiteiten betreft die passen binnen het huidige MJP kan daar direct mee worden gestart. Met de overige activiteiten wordt gewacht op goedkeuring door de ALV.


    De werkgroep Nieuw Humanistisch Perspectief blijft beschikbaar om dit plan verder uit te werken en in te passen in het meerjarenbeleid van het HV. Tevens zijn we bereid om, voorafgaand aan de bijeenkomst van 23 juni, onze ideeën toe te lichten en uit te leggen in de afdelingen, en daarover met de leden een dialoog aan te gaan.
    "Het stellen van de juiste vragen is de basis voor een dialoog waarin mensen kunnen groeien. Luisteren is daarbij de sleutel om bruikbare antwoorden te vinden. En met die antwoorden creëren we een handelingsperspectief waarmee het leven betekenis krijgt."
    Frans Wienk
    Het denken achter ons handelen
    In het voorgaande deel hebben we ons plan zoveel mogelijk uitgewerkt in concrete voorstellen. Aan deze voorstellen ligt een visie op het humanisme ten grondslag, die we in dit deel nader zullen onderbouwen.
    Oud en nieuw humanisme
    Voor steeds meer humanisten wordt duidelijk dat het humanisme als vervanger van religie of zuil in de 21e eeuw geen reële optie meer is. Dit wordt treffend verwoord door Joachim Duyndam, die in zijn bijdrage aan de mede door hem geredigeerde bundel Humanisme en religie (2005) vaststelt dat als gevolg van de 'individualisering van de zingeving' de zogenoemde voldoende-vormen van levensbeschouwing (die een totaalpakket aanbieden dat in alle levensbeschouwelijke behoeften kan voorzien) hun tijd gehad hebben. In deze voorstelling van zaken kunnen wij ons goed vinden. Maar wat te denken van Duyndams conclusie dat het humanisme dus teruggeworpen wordt op zijn oorspronkelijke vormen?
    Laten we eens nagaan wat dit betekent. Het humanisme kent vele verschijningsvormen, maar door verschillende auteurs worden historisch twee hoofdvormen van humanisme onderscheiden. Cliteur en Van Dooren spreken in het voorwoord van hun Geschiedenis van het humanisme (1991) dan ook van een humanisme van de eerste en van de tweede soort:
    1    De herleving van klassieke, voorchristelijke idealen m.b.t. menselijke ontplooiing en waardigheid;
    2    De moderne, niet-godsdienstige visie op mens en wereld, uitgedragen door het georganiseerde humanisme dat in tal van landen is ontstaan in de 20e eeuw (in Nederland vertegenwoordigd door het Humanistisch Verbond, internationaal door de IHEU).

    Deze laatste is de levensbeschouwing die volgens Duyndam haar tijd gehad heeft. We zouden dan dus terug moeten naar het humanisme van de eerste soort, dat ten minste drie verschijningsvormen heeft gekend.
    In eerste instantie werd een herleving van klassieke idealen krachtig bepleit door christelijke denkers tijdens de Renaissance (14e tot 16e eeuw) in West-Europa. Pas bij de tweede herleving in de 19e eeuw kwam de term humanisme naar voren, maar deze beweging -ook wel aangeduid als neohumanisme of vormingshumanisme -heeft buiten Duitsland nauwelijks voet aan de grond gekregen.
    Dit geldt eveneens voor het Derde Humanisme dat omstreeks 1920 gepropageerd werd.
    Duyndam zelf voert daarnaast nog een Verlichtingshumanisme op, maar dit is een wat vreemde eend in de bijt. Wij stellen vast dat juist het moderne humanisme van de tweede soort altijd al in zeer sterke mate was georiënteerd op de idealen van de Verlichting, maar dan overgoten met een levensbeschouwelijke saus. Waar wordt het huidige humanisme dan op teruggeworpen? Van het tweede en derde humanisme is al opgemerkt dat deze sterk verbonden zijn met de Duitse cultuur.
    Blijft dus over het oorspronkelijke Renaissancehumanisme, een cultuurbeweging die in de literatuur met gepaste eerbied wordt besproken maar noch voor de geleerde besprekers noch voor de gewone humanisten van nu een begaanbare weg blijkt, omdat ze plaatsvond in een maatschappelijke context die in een aantal belangrijke opzichten onvergelijkbaar is met de onze.
    Zo bezien is er dus geen bruikbaar alternatief voorhanden voor het door Duyndam failliet verklaarde humanisme van de tweede soort! In plaats van terug te vallen op een klassieke vorm van humanisme, lijkt het veel realistischer eens ernstig te onderzoeken of we het moderne -maar inmiddels ietwat achterhaalde -humanisme van na de tweede wereldoorlog zodanig kunnen omvormen dat het in de 21e eeuw weer een maatschappelijke rol van betekenis kan spelen.
    Van collectieve naar individuele levensbeschouwing
    Of we het nu prettig vinden of niet, de samenleving is sinds de oprichting van het Humanistisch Verbond in sterke mate geïndividualiseerd en gefragmenteerd. Ze is niet meer opgedeeld in een klein aantal vaste zuilen of blokken, waarbinnen ook het humanisme met enige vanzelfsprekendheid zijn eigen domein kon claimen.
    Nu de christelijke kerkgenootschappen en de politiek-ideologische stromingen hun bindende kracht in de laatste decennia grotendeels hebben verloren, is het zich afzetten tegen confessionele tegenstanders en het eisen van erkenning en respect voor het zedelijk gehalte van een buitenkerkelijke bevolkingsgroep geen zinvol ideaal meer, laat staan een motivatie voor jongeren om zich aan te sluiten.
    Tegelijkertijd heeft ook het humanisme als collectieve levensbeschouwing sterk aan betekenis ingeboet. Mensen laten zich niet zo gemakkelijk meer inlijven bij een grote organisatie, maar gaan overal op zoek naar inzichten en verklaringen die hen aanspreken.
    Sommigen sluiten zich uiteindelijk toch aan bij een groep geestverwanten, anderen blijven shoppen en weer anderen ontwikkelen een persoonlijke vorm van zingeving of ietsisme, samengesteld uit de bruikbare onderdelen die ze onderweg hebben opgedaan. Onder hen zullen er zeker zijn die zich aangesproken voelen door onderdelen van het humanistisch gedachtegoed, maar het is volstrekt zinloos in dit klimaat nog een kant-en-klare levensbeschouwing te willen aanbieden.
    Wat wij bepleiten is niet een verwerping van het levensbeschouwelijke humanisme, maar een ombuiging van dat humanisme door er drie waardevolle elementen uit de humanistische traditie in terug te brengen: de humanist als bemiddelaar tussen filosofen en leken, het humanisme als een vorm van handelen en het kosmopolitisme als morele oriëntatie. Het gaat om elementen waarvoor in de naoorlogse jaren om begrijpelijke redenen weinig aandacht bestond, maar die juist nu, in een sterk veranderde maatschappelijke context, de humanistische beweging op cruciale punten kunnen versterken.
    Humanisten als bemiddelaars
    Opmerkelijk genoeg is datgene wat we zojuist beschreven als een uitgesproken postmodern gedragspatroon, het levensbeschouwelijk en filosofisch shoppen, binnen het humanisme al sinds mensenheugenis een gangbare praktijk.
    Bij gebrek aan een bindende geloofsbelijdenis en aan erkende grondleggers zijn alle oorspronkelijke humanisten selectief gaan winkelen in de geschiedenis van de filosofie. Deze eigenaardigheid heeft er toe geleid dat humanisten door de eeuwen heen een bemiddelende rol hebben gespeeld tussen filosofen en leken.
    Aan de ene kant maakten zij zelf meestal geen deel uit van de officiële, academische filosofie, en evenmin waren zij geïnteresseerd in het bouwen van abstracte onaantastbare denksystemen op afstand van de menselijke samenleving.
    Aan de andere kant verwierven ze, door hun zoektocht naar ideeën over de mens en zijn plaats in de wereld, een indrukwekkende kennis, aanvankelijk vooral van de klassieke wijsgerige stromingen en later van de ideeëngeschiedenis in het algemeen.
    Omdat ze handelden vanuit een overtuiging en niet vanuit een wetenschappelijke oriëntatie, waren ze veel meer geneigd hun kennis met een lekenpubliek te delen dan de beroepsfilosofen.
    Met het georganiseerde humanisme in de tweede helft van de 20e eeuw kwam er een voorlopig einde aan deze vruchtbare praktijk. Immers, men werd nu in de gelegenheid gesteld humanist te worden door het storten van een contributie, zodat het humanisme definitief een lekenbeweging werd.
    Dat is op zichzelf een mooi democratisch verschijnsel, maar wanneer het hier bij blijft hebben we een groot probleem. Zonder enige geestelijke bagage en zonder duidelijk besef van een gemeenschappelijke identiteit heeft een humanist weinig te bieden aan al diegenen die zich volgens recent onderzoek aangetrokken voelen tot het humanisme. Het is derhalve van groot belang dat elke humanist die dat wil, weer ruimschoots in de gelegenheid wordt gesteld zich vertrouwd te maken met de bronnen en verschijningsvormen van het humanisme.
    Net als in het oorspronkelijke humanisme gaat het ook nu in de eerste plaats om kennisoverdracht, te beginnen met interne scholing van humanisten. Alleen wanneer humanisten weten welk geestelijk erfgoed ze vertegenwoordigen en wat dat betekent voor hun positie in de wereld van vandaag, zijn ze in staat iets bij te dragen aan de door ons bepleite maatschappelijke dialoog.
    Van denken naar handelen
    Waarom laat het humanisme zich zo goed als een werkwijze omschrijven? Dat heeft alles te maken met de oorsprong van het humanistische denken. Aan dit denken ligt in wezen een voor de hand liggend methodisch principe ten grondslag: de mens wordt gekozen als uitgangspunt, omdat we alleen maar als mens naar de wereld (en dus ook naar onszelf) kunnen kijken en geen beroep willen doen op een hogere instantie.
    Typerend voor het humanistische denken is nu dat deze op zichzelf breed aanvaarde methodische keuze voor de mens leidt tot een horizontale (op de medemens gerichte) levensbeschouwing en vervolgens tot een cultuur van verdraagzaamheid, wederzijds respect en verbondenheid. Bovendien is op basis hiervan een optimistisch vertrouwen ontstaan in de ontplooiing van de menselijke mogelijkheden.
    Heel belangrijk is ten slotte dat humanisten hieraan doorgaans de moraal verbinden dat wij autonoom moeten handelen (onze eigen normen en grenzen bepalen) en daarvoor onze verantwoordelijkheid moeten nemen. Toch blijft het de vraag of humanisten zich met deze uitgangspunten overtuigend kunnen profileren ten opzichte van anderen. In de 21e eeuw beschouwen ook niet­humanisten zichzelf overwegend als mondige, autonome burgers, die zelf wel zullen uitmaken hoe zij tegen de wereld in het algemeen en de mensheid in het bijzonder aankijken.
    In onze ogen wordt het pas interessant als hieruit handelingsconsequenties voortkomen. Daarom is het van het grootste belang het humanisme als een vorm van handelen zichtbaar te maken.
    Handelen als ideaal
    Bij het schetsen van een handelingsperspectief hebben we ons ten dele laten inspireren door de visie van Hannah Arendt (The Human Condition, 1958, ook bekend als Vita activa). Zij onderscheidt drie soorten activiteiten, die elk bepaald zijn door een basisvoorwaarde van het menselijk bestaan.
    Om te beginnen komt ze met een nieuwe omschrijving van het begrip "arbeid". Hieronder verstaat ze alle inspanningen gericht op ons voortbestaan: voortplanting, verzorging, consumptie en massaproductie. Deze activiteiten, hoe vernuftig of bevredigend ze soms ook mogen zijn, zijn bepaald door de eeuwige cyclus van het menselijk (over)leven.
    Vervolgens definieert Arendt twee soorten activiteiten waarmee mensen boven deze beperktheid uit kunnen stijgen. De ene soort noemt zij "werk", waaronder zij de creatieve inspanningen verstaat. Daarmee kunnen enkelingen zich afzonderen en iets blijvends ontwerpen of vervaardigen: de gebouwde omgeving, duurzame producten, kunstwerken. Deze activiteiten vinden plaats onder de voorwaarde van beheersing of onderwerping van de natuur.
    De hoogste menselijke activiteit is volgens Arendt "handelen". Deze voltrekt zich in de publieke ruimte, waar de individuele mens in contact treedt met anderen, in vrijheid en op voet van gelijkheid, zonder vooropgezet doel en zonder voorspelbare uitkomst. De betekenis van dit handelen, waarin ook het vrijuit spreken is begrepen, is af te meten aan het verhaal dat er achteraf over verteld wordt en de herinnering die eraan blijft bestaan.
    Het handelen bestaat bij de gratie van pluraliteit, de veelvormigheid van mensen. Onder deze voorwaarde kunnen mensen laten zien wie zij zijn en waarin ze zich onderscheiden van anderen. Arendts cultuurkritiek bestaat hierin, dat in de moderne tijd "arbeid" en overleven onevenredig veel ruimte hebben gekregen, waardoor het creatieve "werk" en het publieke "handelen" nog slechts voor weinigen is weggelegd. De moraal van dit verhaal is voor ons, dat we de publieke ruimte moeten heroveren. Alleen dan kunnen humanisten en andere autonome burgers, om nog even met Hannah Arendt te spreken, het woord nemen over de zaken die hen aangaan en daarmee een publieke daad stellen. In onze eigen woorden is dat de uitdaging om een maatschappelijke dialoog tot stand te brengen.
    Een kosmopolitische ethiek
    In het voorgaande hebben we aandacht gevraagd voor de kunst van de dialoog en een aantal voorwaarden opgesomd waaraan een dialoog in elk geval zou moeten voldoen. Heel kort samengevat komt het er op aan dat de deelnemers een open gesprek aangaan en niet bij voorbaat stellingen betrekken. Om een voorbeeld te geven, wie zichzelf presenteert als verlicht laat geen ruimte om de Verlichting nog als een mogelijk proces of project aan de orde te stellen. Aan de andere kant komen we ook niet verder wanneer we alles open laten en ons door niets laten leiden. Weliswaar staan we al sinds Sokrates in een traditie van ontmythologisering en laten we ons zoveel mogelijk leiden door de rede, maar dat is niet toereikend. Een moraal of een ethiek hebben we kennelijk nodig als richtsnoer of referentiekader, die kunnen we niet per gesprek steeds opnieuw ontwikkelen.
    Een voor humanisten zeer aantrekkelijk referentiekader vinden we in de kosmopolitische ethiek die met name door Henk Manschot is uitgewerkt en tot nu toe veel te weinig aandacht heeft gekregen (zie zijn afscheidscollege 'De nieuwe commune van Zeno. Over humanistiek, vriendschap en wereldburgerschap', 2005).
    Hij stelt vast dat hij het humanisme heeft onderzocht langs twee lijnen. De eerste noemt hij "de weg naar binnen": levenskunst, zorgend burgerschap, morele educatie. De aandacht is daarbij gericht op een behoedzaam omgaan met concrete situaties in de levensloop van individuen (vergelijk onze existentiële agenda).
    De tweede lijn is "de weg naar buiten", naar de ander die niet direct op onze weg komt en de wereld die vaak buiten ons blikveld valt. Hier staat het humanisme in een lange traditie van kosmopolitisme, die teruggaat tot de Griekse oudheid.
    Manschot stelt voor dit kosmopolitisme in drie richtingen uit te bouwen tot een nieuw referentiekader voor de 21e eeuw. In reactie op kortzichtige en sektarische tendensen (insluiting en uitsluiting) welke ons al sinds de opkomst van de Griekse polis (stadstaat) parten spelen, komt er allereerst een nieuwe morele oriëntatie naar voren waarin de mens als wereldburger wordt gedefinieerd.
    Een tweede richting is de verhouding van de mens tot de aarde en de wijdere kosmos, waarin lange tijd de mens heer en meester leek te willen worden. Ook humanisten moeten zich hier bezinnen op het vinden van een nieuwe balans tussen heersen over de natuur en opgaan in de natuur.
    Als derde richting introduceert Manschot de kosmopolitische levenskunst, waarmee de cirkel weer rond is. Wanneer mensen zich gelukkiger gaan voelen bij een verantwoorde omgang met de ons omringende natuur en een persoonlijke keuze voor duurzaamheid, komen eigenbelang en mondiaal belang bij elkaar (een interessante aanvulling op het afdwingen van gedragsverandering middels rampscenario's...).
    In het kader van diezelfde levenskunst pleit Manschot -verwijzend naar een lange rij kosmopolitische denkers die uiteindelijk een goed heenkomen vonden ­voor een nieuwe cultuur van dialoog, ontmoeting en vriendschap over grenzen en culturele verschillen heen; hij beschouwt dit als een noodzakelijke aanvulling op het formele opeisen en afdwingen van mensenrechten. Het aantrekkelijke van deze hele benadering is dat zo het grote en het kleine, de weg naar buiten en de weg naar binnen, op een bijna vanzelfsprekende, onnadrukkelijke manier met elkaar worden verbonden.
    De ontwikkeling van agenda's
    Met ons pleidooi voor een veelomvattende kosmopolitische ethiek willen we allerminst de indruk wekken dat het humanisme in ethisch opzicht te kort schiet. Integendeel, in Nederland heeft de humanistische beweging in de afgelopen decennia juist op deze agenda zijn sporen verdiend. Met succes is aandacht gevraagd voor enkele traditionele ethische en juridische vraagstukken (zoals euthanasie of de vrijheid om af te wijken van gangbare maatschappelijke normen). We doen er dan ook goed aan de ruimte voor zulke discussies ook in de toekomst zoveel mogelijk veilig te stellen, zonder te vervallen in dogmatiek en in de verdediging van historische "verworvenheden".
    Nog urgenter is het om nieuwe ethische vraagstukken, die voortvloeien uit snelle technische en wetenschappelijke ontwikkelingen, op de agenda te zetten. Weliswaar worden die soms uitvoerig besproken in vakkringen, maar voor de leek wordt het effect van zulke ontwikkelingen pas in zijn volle omvang duidelijk als ze in de praktijk al toegepast worden en dus min of meer voldongen feiten zijn.
    Het humanisme heeft op dit punt een traditie hoog te houden. Steeds hebben humanistische denkers kritisch commentaar geleverd op de eenzijdigheid en de gevaren van de dominerende wetenschappelijke praktijk, of dat nu de laat­middeleeuwse scholastiek was, de technisch-industriële vooruitgang (en sociale ellende) van de 19e eeuw, dan wel de technocratische dromen (en rampen) van de 20e en 21e eeuw.
    Tegelijkertijd hebben humanisten zich altijd sterk gemaakt voor het wetenschappelijke denken als tegenwicht voor het mythisch-religieuze denken. En meer dan welke stroming ook beschikt het humanisme over een rijk gedachtegoed als het gaat om de positie van de mens ten opzichte van de natuur en de wetenschap.
    Dit gedachtegoed zou verder uitgebouwd kunnen worden aan de hand van het hiervoor geschetste kosmopolitische referentiekader. Op deze wijze leggen we ook een verbinding met een nog te ontwikkelen sociaal-politieke agenda.
    Wat moeten we bij voorbeeld denken van het verschijnsel globalisering vanuit een kosmopolitisch gezichtspunt? En als we er niet om heen kunnen, voor welk soort globalisering kiezen we dan? Willen we in ons deel van de wereld alsmaar welvarender worden, of zijn er betere opties?
    Hoe kunnen we meer kwaliteit (leefbaarheid, duurzaamheid) brengen in economische processen? Hoe verhouden mensenrechten zich tot militaire inzet? Hoe kunnen we komen tot een werkelijke democratisering van onze samenleving (in plaats van een in crisis verkerende liberale democratie te verdedigen of te exporteren)? Welke thema's op de agenda komen, moet in goed doordachte procedures nader worden bepaald. Deze voorbeelden laten slechts zien dat vanuit een kosmopolitisch gezichtspunt andere vragen naar voren komen dan vanuit een naar binnen gericht politiek of economisch gezichtspunt.
    Inhoudelijke vernieuwing
    Uit recent onderzoek2 blijkt dat een zeer groot en groeiend deel van de Nederlandse samenleving zich aangetrokken voelt tot of geïnteresseerd is in het humanisme. Toch heeft het ledenaantal van het HV jarenlang een dalende tendens vertoond. De vraag rijst: "Wat gaat er dan mis?". Dit heeft wellicht te maken met de PR van het HV of onvoldoende kennis van wat sympathisanten zou kunnen bewegen om zich aan te sluiten, maar zeker zo belangrijk is de vraag of de inhoudelijke thema's waar we ons over buigen wel voldoende aansluiten bij de zorgen die al die sympathisanten hebben over de actuele ontwikkelingen in de maatschappij.
    We hebben ons afgevraagd waarom deze inhoudelijke vernieuwing zo moeizaam van de grond komt. Blijven we niet teveel hangen in oude vertrouwde thema's? Richten we ons niet te eenzijdig op de grote filosofen uit het verleden? Zijn we vooral op onszelf




0.3391 // 35