Memorie van Toelichting Invoeringswet BES
Download This Document (.pdf)
-
Invoering van de regelgeving met betrekking tot de openbare lichamen
Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Invoeringswet Bonaire, Sint Eustatius
en Saba)
MEMORIE VAN TOELICHTING
230710
ALGEMEEN
1. Inleiding
Volgens de Slotverklaring van de Miniconferentie van 10 en 11 oktober 2006
over de toekomstige staatkundige positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
(hierna: Slotverklaring) krijgen deze eilanden een positie binnen het
Nederlandse staatsbestel. De slotverklaring is verder uitgewerkt in het
Overgangsakkoord van 12 februari 2007. Afgesproken is onder meer dat
Bonaire, Sint Eustatius en Saba openbare lichamen worden in de zin van artikel
134 van de Grondwet.
Dit vergt een omvangrijke wetgevingsoperatie. Naast dit wetsvoorstel wordt
een voorstel van wet ingediend dat de oprichting en inrichting van de openbare
lichamen regelt (de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba,
hierna: WolBES), een wetsvoorstel met betrekking tot de financiële
verhoudingen van de drie eilanden tot het Rijk (Wet Financiële verhoudingen
openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba) en ook wordt de Kieswet
gewijzigd om het kiesrecht voor de inwoners van deze eilanden te regelen.
Voorts is wetgeving nodig met betrekking tot de invoering en aanpassing van
regelgeving die voor de openbare lichamen zal gelden en wordt op verschillende
beleidsterreinen specifieke regelgeving voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba
voorbereid. Daarnaast worden in verband met de beoogde nieuwe staatkundige
verhoudingen binnen het gehele Koninkrijk een aantal voorstellen van Rijkswet
ingediend en moeten bestaande Rijkswetten worden aangepast. Tevens zullen
enerzijds verdragen voor de drie eilanden moeten worden opgezegd en zullen
anderzijds verdragen juist van toepassing moeten worden.
In het voorliggende voorstel voor een Invoeringswet openbare lichamen
Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: "Invoeringswet BES") worden
algemene regels voorgesteld over het recht dat van toepassing wordt in de
openbare lichamen en wordt voor zoveel mogelijk het algemene overgangsrecht
geregeld. Het wetsvoorstel dient in samenhang te worden gezien met het
voorstel voor een (rijksbrede) Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint
Eustatius en Saba (hierna: "Aanpassingswet BES"), waarin de
aanpassingswetgeving van de verschillende departementen zoveel mogelijk
wordt samengebracht.
Over de juridische keuzes en uitgangspunten die aan de Invoerings- en
Aanpassingswet BES ten grondslag liggen is op basis van artikel 18, tweede lid,
van de Wet op de Raad van State door middel van een notitie voorlichting
gevraagd aan de Raad van State, waarna de notitie op .... aan het parlement is
gestuurd. PM
2. Algemeen uitgangspunt inzake regelgeving
Op grond van de Slotverklaring is het uitgangspunt, dat de Nederlandse
regelgeving geleidelijk1 op de drie eilanden zal gaan gelden, maar dat bij
aanvang van de nieuwe staatsrechtelijke positie van de drie eilanden de
Nederlands-Antilliaanse regelgeving die daar tot de transitiedatum van kracht is,
zo veel mogelijk zal blijven gelden. Dit betekent dat de ‘gewone' Nederlandse
regelgeving per die datum niet van rechtswege van toepassing wordt; dit geldt
zowel voor de Nederlandse regelgeving die vóór de transitiedatum geldend is,
als voor de regelgeving die op een later tijdstip in werking treedt.
Vanzelfsprekend zal de Nederlands-Antilliaanse regelgeving die van
toepassing blijft, worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de
desbetreffende (Nederlandse) ministers.
De Rijksregelgeving blijft uiteraard eveneens van toepassing in de openbare
lichamen.
3. Regelgeving van de Nederlandse Antillen
De Nederlands-Antilliaanse regelgeving kent de volgende indeling:- landsverordeningen, te vergelijken met formele wetten;
- landsbesluiten, houdende algemene maatregelen ("landsbesluiten h.a.m.") te
vergelijken met algemene maatregelen van bestuur;
- ministeriële beschikkingen met algemene werking, te vergelijken met
ministeriële regelingen;
- eilandsverordeningen, te vergelijken met gemeentelijke verordeningen;
- eilandsbesluiten, houdende algemene maatregelen, te vergelijken met
doorgaans ook gemeentelijke verordeningen, maar dan vastgesteld door het
bestuurscollege.
4. Nederlandse regelgeving in beginsel niet van toepassing
Om uitvoering te geven aan het uitgangspunt dat in plaats van de gewone
Nederlandse regelgeving vooralsnog de Nederlands-Antilliaanse regelgeving zal
blijven gelden, moet in de eerste plaats bepaald worden dat de Nederlandse
regelgeving in beginsel niet op Bonaire, Sint Eustatius en Saba van toepassing
is. In geval op een bepaald terrein thans geen (adequate) Nederlands-
Antilliaanse regelgeving bestaat en de minister in verband met zijn algemene
verantwoordelijkheid op dat terrein onvoldoende bevoegdheden heeft, zal echter
wel Nederlandse regelgeving worden ingevoerd. De toepasselijkheid van deze
regelgeving moet dan wel uitdrukkelijk worden geregeld.
5. Van toepassing blijven van Antilliaanse regelgeving
a. Het toepasselijke recht: positieve lijst
Nu enerzijds geregeld wordt dat de ‘gewone' Nederlandse regelgeving niet in
de openbare lichamen van toepassing is, moet anderzijds geregeld worden
welke regelgeving dan wel van toepassing is. Op grond van de Slotverklaring zal
in eerste instantie de Nederlands-Antilliaanse regelgeving die voor de transitie
op de eilanden van kracht is, blijven gelden. Hiertoe wordt in artikel 2, tweede
lid, bepaald welke Nederlands-Antilliaanse regelgeving als regelgeving voor de
openbare lichamen wordt overgenomen, dat wil zeggen wordt omgevormd tot
1 Hiervoor is geen termijn genoemd.
voor de openbare lichamen geldende Nederlandse regelgeving. Deze
omvorming vindt plaats door vermelding van de desbetreffende regelingen op de
lijst (hierna: "IBES-lijst"), die als bijlage bij het wetsvoorstel is opgenomen. Er is
dus sprake van een positieve lijst: regelingen die niet op de lijst zijn vermeld, zijn
na de transitiedatum niet langer van toepassing en worden dus niet omgevormd.
In deze lijst wordt voor de daarin genoemde regelingen vermeld of zij de
status verkrijgen van formele wet, algemene maatregel van bestuur of
ministeriële regeling. Deze als wet, algemene maatregel van bestuur of
ministeriële regeling aangemerkte regelingen zullen uiteraard uitsluitend op of
ten aanzien van Bonaire, Sint Eustatius en Saba gelden.
Overwogen is om in de lijst alleen die regelingen te noemen, die als formele
wet van toepassing zullen zijn. In een op grond van het wetsvoorstel op te
stellen algemene maatregel van bestuur onderscheidenlijk ministeriële regeling
zou dan vervolgens bepaald moeten worden, welke Nederlands-Antilliaanse
regelingen als algemene maatregel van bestuur onderscheidenlijk als
ministeriële regeling van toepassing zijn. Het voordeel van een dergelijke
systematiek is, dat die beter aansluit bij de hiërarchie in het Nederlandse
systeem van regelgeving. Desalniettemin is in het voorstel gekozen voor een
systeem waarbij slechts sprake is van één lijst, omdat hiermee al in een vroeg
stadium van het regelgevingproces een totaalbeeld ontstaat, welke Nederlands-
Antilliaanse regelgeving van toepassing zal blijven en op welk niveau. Dit
systeem heeft daarom uit een oogpunt van kenbaarheid en toegankelijkheid de
voorkeur.
In de bijlage zijn geen eilandsverordeningen en eilandsbesluiten opgenomen.
Wanneer een onderwerp dat nu op eilandniveau is geregeld in de nieuwe
situatie op nationaal niveau geregeld moet worden, is het niet logisch de
desbetreffende regelgeving die voor één van de eilanden gold zondermeer tot
regelgeving voor alle eilanden te verheffen. In een dergelijk geval dient een
nieuwe regeling (wet, amvb of ministeriële regeling) voor de openbare lichamen
te worden vastgesteld. Hiervoor kan uiteraard de tekst van een
eilandsverordening of een eilandsbesluit wel als basis dienen (zie ook onder f.).
De opsomming in de lijst is limitatief. Als een bepaalde regeling niet is
genoemd in de lijst, zal deze vanaf de transitiedatum niet langer gelden voor de
openbare lichamen. Aan de beslissing om een regeling niet in de lijst op te
nemen, kunnen beleidsmatige overwegingen ten grondslag liggen, maar het kan
ook zijn, dat het regelgeving betreft, die niet op Bonaire, Sint Eustatius en Saba
als zodanig betrekking heeft (bijvoorbeeld de Eilandenregeling Nederlandse
Antillen) of die materieel is uitgewerkt (bijvoorbeeld diverse
Overdrachtslandsverordeningen). In de bijlage bij deze toelichting is een
overzicht opgenomen van regelgeving de niet in de positieve lijst staat vermeld,
waarin tevens wordt aangegeven om welke reden(en) de betreffende regelingen
niet van toepassing zullen blijven.
De opsomming van de Nederlands-Antilliaanse regelgeving in de lijst
geschiedt per departement. Hierdoor wordt direct duidelijk welke minister
eerstverantwoordelijk wordt voor de uitvoering. Op dezelfde wijze zal deze
verdeling van verantwoordelijkheden tot uitdrukking worden gebracht in de
Aanpassingswet, die gelijktijdig met het onderhavige wetsvoorstel in werking zal
treden. De verdeling van de verschillende beleidsterreinen over de ministeries
en de aanduiding van de verschillende ministers in de Nederlandse Antillen en in
Nederland verschilt. Door de indeling van de IBES-lijst wordt duidelijkheid
gecreëerd over de verdeling binnen de Nederlandse structuur.
In de bijlage wordt voorts de nieuwe citeertitel vermeld. Nederlands-
Antilliaanse regelingen die nu nog geen citeertitel hebben, krijgen zo veel
mogelijk alsnog een citeertitel. Gekozen is voor een systeem in citeertitels,
waaruit enerzijds duidelijk is op welk niveau een regeling is omgevormd, met
andere woorden, of het gaat om een wet, een amvb of een ministeriële regeling.
Anderzijds moet uit de citeertitel duidelijk worden dat het een regeling betreft die
uitsluitend voor de openbare lichamen geldt. Daarom wordt "Bonaire, Sint
Eustatius en Saba" aan de citeertitel toegevoegd. Zo zal de citeertitel van de tot
wet omgevormde Landsverordening houdende bepalingen omtrent de
uitoefening van het recht van vergadering, worden: Wet uitoefening recht van
vergadering Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Uit de citeertitel wordt niet
aanstonds duidelijk dat het een van oorsprong Nederlands-Antilliaanse regeling
betreft. Dit blijkt wel ut de aanhef van de regeling, die overeenkomstig
aanwijzing 226 van de Aanwijzingen voor de regelgeving niet gewijzigd wordt.
b. Ontwerplandsverordeningen
Bijzondere aandacht verdient nog de ontwerpregelgeving die in de periode tot
de transitiedatum bij de Staten van de Nederlandse Antillen aanhangig is en niet
tijdig (dat wil zeggen voor de transitiedatum) zal zijn afgerond. Een aantal van
deze ontwerplandsverordeningen is mogelijk van belang voor Bonaire, Sint
Eustatius en Saba en ook kan een ontwerplandsverordening wijzigingen
bevatten van landsverordeningen die op de IBES-lijst staan.
Het uitgangspunt dat bij aanvang van de nieuwe staatsrechtelijke positie de
Nederlands-Antilliaanse regelgeving van kracht blijft, betekent strikt genomen
dat op de IBES-lijst de Nederlands-Antilliaanse regelingen moeten worden
opgenomen, zoals die de dag voor de transitiedatum gelden. In verband met
mogelijke wijzigingen in de Nederlands-Antilliaanse regelgeving die nog worden
doorgevoerd in de periode tot de transitiedatum, levert dit echter een aantal
bezwaren op. Als de lijst zou uitgaan van de regelingen zoals die op de dag voor
de transitiedatum gelden, is tijdens de parlementaire behandeling van het
wetsvoorstel niet met zekerheid vast te stellen hoe die regelingen op de dag
voor de transitie precies zullen luiden. Het parlement zou in dat geval niet
precies weten waarmee het (al dan niet) instemt. Naast dit principiële bezwaar,
is er ook een praktisch bezwaar tegen het opnemen in de lijst van regelingen
zoals die op de dag voor de transitiedatum gelden. Wanneer niet duidelijk is hoe
de tekst van een regeling die op de lijst is opgenomen exact zal luiden, kan dit
problematisch zijn voor wat betreft de aanpassingen ervan in het wetsvoorstel
Aanpassingswet BES. Immers zou wijziging van de regelingen met zich
brengen, dat ook de aanpassingen in de Aanpassingswet BES opnieuw
geformuleerd moeten worden. Dit is een bewerkelijke wijze van wetgeven, die
om redenen van "wetgevingseconomie" zo veel mogelijk voorkomen moet
worden, en die bovendien extra gecompliceerd is, wanneer de nieuwe
aanpassingen pas kunnen plaatsvinden nadat de behandeling van het voorstel
voor de Aanpassingswet BES in de Tweede Kamer is afgerond.
Om beide bezwaren te ondervangen, wordt in het wetsvoorstel verwezen naar
de Nederlands-Antilliaanse regelingen, zoals deze op 15 december 2008 zullen
luiden. Door deze statische verwijzing is de tekst van de desbetreffende
regelingen gefixeerd, en kunnen de aanpassingen via de Aanpassingswet BES
op die tekst worden afgestemd. De keuze voor de datum van "fixatie" op 15
december 2008 houdt verband met de aanvankelijk beoogde ingangsdatum voor
de nieuwe staatkundige situatie op die datum. Overigens wordt ten aanzien van
een (beperkt) aantal regelingen gekozen voor een andere peildatum. Een
andere datum kan bijvoorbeeld de voorkeur hebben ingeval het zeker is dat
bepaalde (voor de drie eilanden relevante) ontwerplandsverordeningen tijdig (dat
wil zeggen vóór de transitiedatum) zullen zijn doorgevoerd.
PM welke regelingen en waarom.
Voor zover er ten aanzien van bestaande landsverordeningen na 15
december 2008 nog verordeningen van kracht zijn geworden of
ontwerplandsverordeningen bij de Staten aanhangig zijn die de bestaande
verordeningen wijzigen, kunnen die nieuwe wijzigingen of
ontwerplandsverordeningen (op voorhand) worden verwerkt via de
Aanpassingswet BES. Door de plaatsing van een desbetreffende (te wijzigen
bestaande) verordening op de lijst wordt deze op grond van het onderhavige
wetsvoorstel immers tot Nederlandse regelgeving omgevormd, waarna hij in de
Aanpassingswet BES kan worden aangepast. De in de ontwerplandsverordening
voorgestelde wijzigingen kunnen daarbij worden meegenomen.
Ontwerplandsverordeningen als zodanig kunnen niet op de lijst bij de
Invoeringswet worden geplaatst, omdat zij niet gepubliceerd worden in met de
Kamerstukken vergelijkbare publicaties en daarom onvoldoende kenbaar zijn.
Ingeval een nieuwe ontwerplandsverordening moet gaan gelden op Bonaire,
Sint Eustatius en Saba, ligt het in de rede deze op te nemen in een afzonderlijk
voorstel voor een nieuwe voor de openbare lichamen geldende wet, dus buiten
de voorstellen Invoeringswet BES en Aanpassingswet BES om.
c. Bepalen van het niveau: wet, algemene maatregel van bestuur of ministeriële
regeling
In de positieve lijst wordt, zoals hierboven uiteengezet, vermeld of de
desbetreffende regeling wordt aangemerkt als formele wet, als algemene
maatregel van bestuur of ministeriële regeling.
Uitgangspunt is dat landsverordeningen in de nieuwe situatie formele wetten
worden, de landsbesluiten h.a.m. algemene maatregelen van bestuur, en de
ministeriële beschikkingen met algemene werking ministeriële regelingen.
De wetgevingscultuur in het land Nederlandse Antillen is anders dan die in
Nederland. Weliswaar geldt in Nederland het primaat van de wetgever, maar dit
beginsel wordt niet aldus verstaan, dat het parlement bij alle onderdelen van een
regeling rechtstreeks moet worden betrokken. Bij de bepaling welke elementen
in de wet zelf regeling moeten vinden en ter zake van welke elementen delegatie
is toegestaan, wordt steeds onderzocht, welke elementen van een regeling zo
gewichtig zijn dat de volksvertegenwoordiging rechtstreeks bij de vaststelling
betrokken moet worden. De Aanwijzingen voor de regelgeving bevatten criteria
voor deze beoordeling (zie onder meer aanwijzing 24). Voor het overige is de
mogelijkheid die het parlement heeft het regeringsbeleid achteraf te controleren
voldoende.2
In de Nederlandse Antillen wordt het primaat van de wetgever strikter ingevuld
en worden veel vaker elementen in een landsverordening opgenomen, die in
Nederland op een lager niveau dan dat van formele wet zouden worden
geregeld. Overwogen is om als uitgangspunt te nemen dat in een voorkomend
geval de desbetreffende Nederlands-Antilliaanse regeling gesplitst wordt,
teneinde de regeling deels als wet en deels als algemene maatregel van bestuur
of ministeriële regeling te kunnen aanmerken. Voor dit uitgangspunt is echter
niet gekozen, vooral omdat dit tot onoverzichtelijke regelgeving en daardoor tot
verwarring zal leiden. Bovendien zou met het splitsen van regelingen worden
voorbijgegaan aan de onderlinge consistentie van de verschillende bepalingen in
één regeling. Dit betekent dat:- als de landsverordening in Nederland zowel op het niveau van formele wet als
op lager niveau is geregeld, de gehele landsverordening in beginsel als wet zal
worden aangemerkt3;- als het onderwerp van de regeling in Nederland in zijn geheel op een lager
niveau wordt geregeld, de gehele landsverordening in beginsel de status van
algemene maatregel onderscheidenlijk ministeriële regeling zal verkrijgen.
2 Aanwijzing 22 van de Aanwijzingen voor de regelgeving (Ar).
3 Vergelijk echter ook paragraaf 4.
Omdat sprake is van (regelgeving die wordt omgevormd tot) Nederlandse
regelgeving, zal deze volgens de Nederlandse regels moeten en kunnen worden
gewijzigd. Dit betekent dat de betrokken regelgeving aangepast moet worden
door middel van een regeling van hetzelfde (of hoger) niveau als aangegeven in
het wetsvoorstel. Hetzelfde geldt voor de eventueel toekomstige intrekking van
de als Nederlands recht aangemerkte regelgeving. De consequentie hiervan is
evenwel, dat het parlement zich ook in de toekomst zal moeten buigen over
voorschriften die vooral in verband met de mate van hun gedetailleerdheid
binnen de Nederlandse staatsrechtelijke verhoudingen normaliter worden
overgelaten aan de Kroon of zelfs aan de minister. Dit is in beginsel niet
wenselijk, mede in aanmerking genomen dat het regelgeving betreft die slechts
op een relatief kleine bevolkingsgroep van toepassing is. Daarom zullen tot wet
omgevormde landsverordeningen die elementen bevatten waarvan meer voor
de hand ligt dat de desbetreffende elementen op lager niveau worden geregeld,
op termijn (na de statuswijziging) waar nodig worden vervangen door
regelgeving, die in overeenstemming is met het beginsel van het primaat van de
wetgever, zoals dat in Nederland wordt uitgelegd.
d. Delegatie
Het voornemen bestaat om op een aantal beleidsterreinen de regelgeving
voor de openbare lichamen bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen,
waar in Nederland de materie op het niveau van formele wet is geregeld.
Hiervoor zal in voorkomende gevallen een delegatiebepaling opgenomen
worden, hetzij in de desbetreffende bestaande Nederlandse wet, hetzij in een
specifieke voor de openbare lichamen geldende wet. Daarmee zal mogelijk
worden afgeweken van het beginsel van het primaat van de wetgever. Dit betreft
de omgekeerde situatie als beschreven in de laatste alinea van paragraaf c.
Bovendien bestaat de behoefte om op een aantal beleidsterreinen te volstaan
met ruime delegatiebepalingen, in die zin dat de delegatie van regelgevende
bevoegdheid minder concreet en nauwkeurig wordt begrensd dan in de regel
wordt toegestaan.4
Er zijn argumenten om in het kader van de statuswijziging van de Bonaire,
Sint Eustatius en Saba dergelijke delegatiemogelijkheden toe te staan.
Ten eerste gaat het gaat om een zeer beperkte doelgroep (van ongeveer
15.000 BES-inwoners), waarvoor een grote hoeveelheid specifieke regelgeving
tot stand moet worden gebracht. Het is uit een oogpunt van
"wetgevingseconomie" niet wenselijk het parlement te belasten met een grote
hoeveelheid wetgeving voor een doelgroep van zeer geringe omvang. Op zich is
dit echter geen doorslaggevend argument voor afwijking van het primaat van de
wetgever.
Ten tweede is het de bedoeling dat de "gewone" Nederlandse regelgeving
geleidelijk ook in de openbare lichamen van toepassing wordt of in elk geval de
specifieke voor de openbare lichamen geldende regelgeving van lieverlee zo
veel mogelijk met de in de rest van Nederland geldende regelgeving in
overeenstemming te brengen. 5 Totdat dit einddoel bereikt is, zal de regelgeving
voor de drie eilanden vanaf de transitie stapsgewijs en dus relatief vaak
aangepast moeten worden. Hoewel voor het bereiken van de eindsituatie geen
termijn is genoemd, heeft deze regelgeving dus in beginsel een tijdelijk karakter.
Gelet op deze uitzonderlijke situatie zijn delegatiegrondslagen als bedoeld
verdedigbaar, zeker indien de tijdelijkheid ervan uitdrukkelijk zou worden
geregeld.
4 Vergelijk aanwijzing 25 Ar.
5 Gelet op onder meer de bevolkingsomvang, de grote afstand met Nederland en het insulaire
karakter zullen ook in de eindsituatie afwijkende voorzieningen nodig zijn.
Ingeval een delegatiegrondslag als hier bedoeld zal worden opgenomen in
een bestaande (gewone Nederlandse) wet, wordt dit meegenomen in het
wetvoorstel Aapassingswet BES. Voor zover de op die grondslagen gebaseerde
regelgeving bestaat uit huidige landsverordeningen, zijn die verordeningen in
IBES-lijst opgenomen en als algemene maatregel van bestuur of ministeriële
regeling aangemerkt.
PM Voorbeelden; voorlichting RvS
e. Wijzigen van als Nederlandse regelgeving aangemerkte Nederlands-
Antilliaanse regelgeving
De Nederlands-Antilliaanse regelgeving is niet zonder meer toepasbaar in het
Nederlandse rechtssysteem en binnen de nieuwe staatsrechtelijke
verhoudingen, alleen al doordat de landsorganen van het land Nederlandse
Antillen niet meer zullen bestaan en Bonaire, Sint Eustaius en Saba openbare
lichamen zullen zijn. Een aanzienlijk deel van de regelgeving moet reeds om die
reden worden aangepast. Daarnaast kunnen er beleidsmatige overwegingen zijn
om aanpassingen aan te brengen.
Ten behoeve van een efficiënte en interdepartementaal geharmonieerde
aanpak van de gehele wetgevingsoperatie zijn "handreikingen" opgesteld voor
het aanpassen van Nederlands-Antilliaanse regelgeving en het opstellen of
aanpassen van Nederlandse regelgeving6.
Gelet op het uitgangspunt dat de bestaande Nederlands-Antilliaanse
regelgeving zo veel mogelijk van toepassing zal blijven, zal de aanpassing van
de Nederlands-Antilliaanse regelgeving veelal juridische en technische punten
betreffen. Ten eerste moeten de regelingen worden getoetst aan de Grondwet
en waar nodig worden aangepast aan de eisen die de Grondwet stelt. Ten
tweede gaat het om bijvoorbeeld de gebruikte terminologie, de (her)verdeling
van bevoegdheden over de verschillende organen en het bepalen van een
nieuwe citeertitel. Overigens wordt niet gestreefd de betreffende regelingen
geheel aan te passen aan de in Nederland gebruikelijke, in de Aanwijzingen
voor de regelgeving (Ar) neergelegde maatstaven.
f. Eilandsregelgeving
De Eilandenregeling van de Nederlandse Antillen kent aan de eilandgebieden
meer autonome taken toe dan de Nederlandse gemeenten hebben. Daarom
bestaat er regelgeving op eilandsniveau over onderwerpen die in Nederland op
nationaal niveau zijn geregeld, dan wel waarvan regeling op nationaal niveau
wenselijk wordt geacht. Van geval tot geval wordt bezien of het noodzakelijk of
gewenst is om bepaalde eilandregelgeving te vervangen door nationale
regelgeving. Veelal betreft dit een beleidsmatige keuze, maar het is ook mogelijk
dat juridische argumenten een rol spelen, bijvoorbeeld omdat de Grondwet een
regeling bij formele wet eist.
Ingeval het wenselijk of zelfs verplicht is een onderwerp op nationaal niveau te
regelen (bijvoorbeeld de regeling van de bevolkingsadministratie) kunnen de
bestaande teksten van eilandsregelgeving in beginsel als basis dienen voor
regelgeving op het hogere (centrale) niveau of zal geheel nieuwe regelgeving tot
stand moeten worden gebracht (zoals de regeling van de verkiezing van de
eilandsraden). Op die manier wordt zo veel mogelijk recht gedaan aan het
uitgangspunt dat de bestaande regelgeving op Bonaire, sint Eustatius en Saba
vooralsnog van kracht blijft.
6 Deze handreikingen zijn als apart onderdeel opgenomen in de Handleiding die in het kader van
de BES-wetgevingsoperatie binnen het ministerie van BZK is vervaardigd ten behoeve van de
verschillende ministeries.
Het zal in beginsel aan de eilandsbesturen zelf zijn te bepalen welke
eilandsverordeningen en eilandsbesluiten, houdende algemene maatregelen,
van toepassing blijven, voor zover deze regelgeving ook in de nieuwe situatie tot
hun competentie behoort. Voor zover eilandsregelgeving blijft gelden waarbij
sprake is van strijdigheid met nationale, in de openbare lichamen geldende
regelgeving of het onderwerpen betreft waarin ook voor de openbare lichamen
op nationaal niveau wordt voorzien, zullen de tot de transitie geldende
voorschriften toepassing missen. Dit volgt uit de algemene regeling die op dit
punt in artikel 219 van de WolBES is opgenomen (vergelijkbaar met artikel 122
van de Gemeentewet).
Met ingang van de transitie verliezen de bestaande eilandsregelingen hun
rechtskracht. De regelingen die van toepassing moeten blijven moeten daarom
direct opnieuw als eilandsverordeningen worden vastgesteld. Het ligt voor de
hand dat de huidige eilandsbestuurders in de aanloopperiode tot de transitie
bepalen welke eilandsregelingen na de transitie moeten blijven gelden, zodat
deze op de dag van de transitie (als hamerstuk) kunnen worden vastgesteld.
Overwogen is om in het wetsvoorstel een voorziening op te nemen om de
(toekomstige) eilandbestuurders te faciliteren bij het van kracht laten blijven van
de relevante eilandsregelgeving. Als faciliteit zou gedacht kunnen worden aan
een bepaling in het wetsvoorstel dat de door de eilandsraden of de
bestuurscolleges van de onderscheiden eilandgebieden vóór de dag van de
transitie de eilandsverordeningen of eilandsbesluiten h.a.m. aanwijzen of in
ontwerp vaststellen die met ingang van de transitie van kracht worden in de
onderscheiden openbare lichamen. Ook bij deze optie zouden de huidige
eilandsraden of bestuurscolleges in de aanloopperiode tot de transitie moeten
bepalen welke eilandelijke regelingen zullen blijven of zullen gaan gelden in het
desbetreffende openbare lichaam. Deze eilandsregelingen zouden dan echter
niet direct na de transitie hoeven te worden vastgesteld, omdat zij van
rechtswege van toeapssing worden.
Van deze constructie is afgezien, omdat het ongebruikelijk en wellicht zelfs
ongewenst is om de toepasselijkheid van regelgeving die tot de bevoegdheid
van de decentrale organen behoort, op centraal niveau te regelen.
Speciale aandacht verdienen nog de huidige eilandsbesluiten h.a.m. Dit zijn
doorgaans algemeen verbindende voorschriften die door het bestuurscollege
zijn vastgesteld. Ook deze besluiten moeten, indien zij van toepassing moeten
blijven, na de statuswijziging opnieuw worden vastgesteld. In de WolBES komt
de term "eilandsbesluiten h.a.m." echter niet terug, maar wordt deze categorie
besluiten vervangen door door het bestuurscollege vast te stellen
eilandsverordeningen (indien sprake is van algemeen verbindende
voorschriften) of door besluiten (als geen sprake is van algemeen verbindende
voorschriften). Een bevoegdheid om eilandsbesluiten h.a.m. vast te stellen
ontbreekt dus in de WolBES. Daarom is in de Invoeringswet BES een bepaling
opgenomen, op grond waarvan het bestuurscollege bevoegd is om bij de
transitie ook eilandsbesluiten h.a.m. vast te stellen voor zover de bevoegdheid
daartoe reeds voor de transitie bestond.
6. Invoering "gewone" Nederlandse regelgeving
De in de openbare lichamen geldende wetgeving zal dus enerzijds worden
gevormd door de van oorsprong Nederlands-Antilliaanse regelingen (die zijn
omgevormd tot Nederlandse regelgeving en zijn aangepast via de
Aapassingswet BES). Anderzijds zal deze wetgeving nieuwe specifieke
wetgeving omvatten, zoals de basiswetten WolBES en Wet Financiële
verhoudingen openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, maar ook
nieuwe wetgeving op een aantal beleidsterreinen waar op dit moment geen
Nederlands-Antilliaanse regelgeving bestaat of de bestaande regelgeving niet
adequaat is. Voorts zal op een aantal terreinen waar geen adequate Antilliaanse
regelgeving bestaat, vanaf de transitie wel al de "gewone" Nederlandse
regelgeving worden ingevoerd. De invoering van gewone Nederlandse
wetgeving vindt plaats door een wijziging van de desbetreffende wet, die inhoudt
dat die wet (of een bepaald gedeelte daarvan) van toepassing is in de openbare
lichamen. Deze wetswijzigingen zullen in beginsel worden opgenomen in de
Aanpassingswet BES.
Het in het wetsvoorstel neergelegde uitgangspunt dat de gewone Nederlandse
wetten niet van toepassing zijn, tenzij de toepasselijkheid uitdrukkelijk is
geregeld, impliceert dat ook de algemene wetten, zoals de Algemene wet
bestuursrecht, de Algemene termijnenwet en de Archiefwet niet automatisch van
toepassing zullen zijn in de openbare lichamen. Artikel 2 van het wetsvoorstel is
"territoriaal" geformuleerd. In het Europese deel van Nederland is in beginsel de
gewone Nederlandse regelgeving van toepassing, terwijl op de drie eilanden ("in
de openbare lichamen") de specifieke regelgeving geldt. Nederlandse organen
op nationaal niveau die handelen ten aanzien van Bonaire, Sint Eustatius en
Saba zijn daarom onderworpen aan de gewone Nederlandse algemene wetten,
tenzij zij gezeteld zijn op de eilanden, of tenzij de wet uitdrukkelijk voor de
openbare lichamen van toepassing is verklaard. Rijksambtenaren die in
mandaat handelen of besluiten op nemen op Bonaire, Sint Eustatius of Saba
vallen in beginsel ook onder de gewone Nederlandse wetten, dus ook onder de
algemene wetten, omdat de betreffende rijksorganen doorgaans hun zetel
hebben in (het Europese deel van) Nederland. Voor het overige gelden de
algemene Nederlandse wetten alleen in de openbare lichamen voor zover zij
uitdrukkelijk van toepassing zijn verklaard.
7. Flexibiliteit
Omdat het hele pakket regelgeving op betrekkelijk korte termijn in werking
moet treden, is het is niet uit te sluiten dat er op het laatste moment nog
verbeteringen of aanvullingen nodig zijn. Daarbij komt dat de hele
wetgevingsoperatie zo'n uniek karakter heeft, dat misschien niet alle gevolgen
van de verschillende gemaakte keuzes tijdig goed blijken te zijn overzien. Dit
vraagt om een zekere mate van flexibiliteit in de invoeringssystematiek.
Deze flexibiliteit is ook nodig, omdat te voorzien is, dat in de periode vóór de
transitie nog steeds nieuwe landsverordeningen van kracht zullen worden, die
daarna van kracht moeten blijven en die bovendien ook nog moeten worden
aangepast om in de nieuwe staatkundige constellatie te kunnen worden
toegepast. Wat dit laatste punt betreft wordt ook verwezen naar paragraaf
5,onderdeel b, van deze toelichting.
a. IBES-lijst
Zoals in paragraaf 5, onder a, uiteengezet is, wordt in de lijst die als bijlage bij
het onderhavige wetsvoorstel is opgenomen, vermeld welke Nederlands-
Antilliaanse regelingen op Bonaire, Sint Eustatius en Saba van toepassing zullen
blijven en of de regelingen de status verkrijgen van formele wet,
onderscheidenlijk algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling.
In de periode tot de transitie zullen nog steeds nieuwe Nederlands-Antilliaanse
regelingen van kracht worden, die na de transitiedatum van kracht moeten
blijven. Als het wetsvoorstel dan al de Tweede Kamer is gepasseerd, kan de
IBES-lijst zonder nadere voorziening echter niet meer worden aangevuld.
Bovendien is niet helemaal uit te sluiten dat bepaalde regelingen, die
aanvankelijk niet in de lijst zijn opgenomen, bij nader inzien toch van toepassing
moeten blijven. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen wanneer beoogde nieuwe
regelgeving niet op tijd gereed is en alsnog moet worden teruggevallen op de
bestaande Nederlands-Antilliaanse regelgeving. Ook het omgekeerde is
denkbaar, namelijk dat een in de lijst genoemde regeling toch niet van kracht
moet blijven en bij nader inzien uit de lijst verwijderd moet worden.
In het wetsvoorstel is daarom bepaald, dat de lijst bij ministeriële regeling kan
worden gewijzigd. Deze ministeriële regeling zal op hetzelfde tijdstip als het
wetsvoorstel zelf in werking treden. Het gaat dus om een eenmalige
bevoegdheid. De lijst zal kunnen worden gewijzigd in die zin dat
a) Nederlands-Antilliaanse regelingen die de status van ministeriële regeling
verkrijgen zonder meer kunnen worden toegevoegd (of verwijderd), en
b) Nederlands-Antilliaanse regelingen die de status van wet of algemene
maatregel van bestuur verkrijgen, kunnen worden toegevoegd (of verwijderd)
indien het ontbreken (of het vóórkomen) van die regelingen op de lijst tot
onaanvaardbare gevolgen zal leiden.
Hierdoor is het mogelijk op het laatste moment de lijst nog aan te vullen of aan
te passen. Behalve toevoeging of verwijdering van regelingen kan de lijst ook in
die zin worden gewijzigd dat ten aanzien van een regeling een andere wettelijke
status of een andere peildatum wordt vermeld. Wijzigen van de peildatum (dat
wil zeggen de datum waarop een Nederlands-Antilliaanse regeling op de IBESlijst
is gefixeerd) kan aangewezen zijn, wanneer een regeling in de periode
tussen 15 december 2008 en de transitiedatum wordt gewijzigd. (Zoals in
paragraaf 5, onderdeel b, reeds is uiteengezet kunnen de desbetreffende
wijzigingen ook via de Aanpassingswet BES worden verwerkt; in dat geval is
wijziging van de peildatum dus niet nodig).
De bijzondere omstandigheden van de statuswijziging van Bonaire, Sint
Eustatius en Saba - vooral de complexiteit van de wetgevingsoperatie en de
krappe termijn waarbinnen deze moet worden uitgevoerd - rechtvaardigen deze
mogelijkheid tot wijziging van de wet in formele zin bij lagere wijziging. Daarbij
wordt er uiteraard naar gestreefd de aanpassingen in de lijst tot een minimum te
beperken. Bovendien blijft wijziging bij ministeriële regeling van de lijst beperkt
tot benodigde aanpassingen of aanvullingen die voor de inwerkingtreding van
het wetsvoorstel bekend zijn.
Wanneer de lijst bij ministeriële regeling is aangevuld, moet er ook een
mogelijkheid zijn om de desbetreffende (oorspronkelijk Nederlands-Antilliaanse)
regelgeving op dat niveau aan te passen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt
van de voorgestelde voorziening in artikel 4 (zie hierna onder b).
b. Vangnetregeling aanpassingsregelgeving
In het wetsvoorstel is in artikel 4 een algemene voorziening opgenomen om
van oorsprong Nederlands-Antilliaanse regelingen die de status van wet of
algemene maatregel van bestuur hebben verkregen bij ministeriële regeling aan
te passen. Een dergelijke voorziening is ten eerste nodig om regelingen te
kunnen aanpassen die met gebruikmaking van artikel 3 bij ministeriële regeling
op de IBES-lijst zijn geplaatst. Een op het laatste moment toegevoegde regeling
moet immers (ook op het laatste moment) nog "pasklaar" gemaakt worden voor
het Nederlandse rechtssysteem en de nieuwe staatkundige verhoudingen. Ten
tweede kan de voorziening worden gebruikt voor het geval toepassing van de
naar Nederlandse regelgeving omgezette Nederlands-Antilliaanse regelgeving
nadere aanpassing behoeft en de totstandkoming van een wet
(onderscheidenlijk algemene maatregel van bestuur) niet kan worden afgewacht.
Het moet dan gaan om wijzigingen die nodig zijn om onaanvaardbare gevolgen
te voorkomen. Gelet op de omvang en de complexiteit van de
wetgevingsoperatie die met de statuswijziging van Bonaire, Sint Eustatius en
Saba gemoeid is, kunnen zich met betrekking tot de op de Invoeringswet-lijst
genoemde regelingen problemen voordoen die niet tijdig zijn voorzien. Het gaat
om regelgeving die daar nu al geldt en wordt toegepast. Dit neemt niet weg dat
er sprake kan zijn van een botsing met (nieuwe) Nederlandse regelgeving, of dat
er praktische problemen ontstaan, bijvoorbeeld omdat bepaalde diensten niet
meer bestaan. Daarom is in artikel 4 van het wetsvoorstel bepaald dat die (van
oorsprong Antilliaanse) regelingen bij ministeriële regeling kunnen worden
gewijzigd. De voorgestelde vangnetregeling is overigens alleen bedoeld voor
overgangsproblemen en kan daarom slechts gedurende het eerste jaar na de
transitie worden toegepast.
Indien gebruik gemaakt wordt van de bevoegdheid om bij ministeriële regeling
de IBES-lijst aan te passen en/of van oorsprong Antilliaanse regelingen die de
status van wet of algemene maatregel van bestuur zullen hebben verkregen bij
ministeriële regeling te wijzigen, moet de desbetreffende ministeriële regeling
achteraf nog wel worden bekrachtigd op het juiste niveau. Daarom wordt in
artikel 5 voorgesteld, dat na vaststelling van de ministeriële regeling zo spoedig
mogelijk een voorstel van wet tot bekrachtiging van de ministeriële regeling
wordt ingediend bij de Tweede Kamer. Indien het een Antilliaanse regeling
betreft die de status van algemene maatregel van bestuur heeft verkregen, moet
zo spoedig mogelijk een algemene maatregel van bestuur tot bekrachtiging
worden vastgesteld. Mocht het wetsvoorstel om wat voor reden ook niet worden
aangenomen of de algemene maatregel van bestuur niet worden vastgesteld,
dan dient de ministeriële regeling onverwijld te worden ongedaan gemaakt.
Vanzelfsprekend kan wijziging van een van oorsprong Antilliaanse regeling die
de status van ministeriële regeling heeft verkregen zonder meer bij ministeriële
regeling plaatsvinden.
De toepassingscriteria voor de vangnetregeling zijn zodanig geformuleerd, dat
behalve het pasklaar maken van op het laatste moment aan de IBES-lijst
toegevoegde regelingen alleen in urgente gevallen (namelijk indien er sprake is
van onaanvaardbare gevolgen) van deze bevoegdheid gebruik kan worden
gemaakt. In het normale geval zal immers de reguliere wetgevingsprocedure
gevolgd moeten worden en kan zonodig terugwerkende kracht aan de
aanpassingsregelgeving worden verleend.
c. Voorzieningen bij ministeriële regeling
Het is ook denkbaar dat zich problemen zullen voordoen rond de invoering
van de van oorsprong Nederlands-Antilliaanse wetgeving, die niet zijn voorzien
en die het treffen van een speciale voorziening vergen. Ook hiervoor is (in artikel
6) een bepaling opgenomen. Hierbij is tevens bepaald dat zo nodig kan worden
afgeweken van de desbetreffende wet of algemene maatregel van bestuur. Ook
voor deze bepaling geldt dat hij alleen gedurende het eerste jaar na de transitie
kan worden toegepast en dat het moet gaan om meer technische problemen bij
de invoering dan wel om urgente situaties. Voorts is in het tweede lid bepaald
dat ingeval de getroffen voorziening een structurele afwijking van de wet
inhoudt, zo spoedig mogelijk een wetsvoorstel moet worden ingediend dat ertoe
strekt de wet zodanig te wijzigen dat de voorziening niet langer noodzakelijk is.
(Betreft het een voorziening waarbij is afgeweken van een algemene maatregel
van bestuur, dan geldt dat die algemene maatregel van bestuur moet worden
aangepast).
8. Overgangsrecht
PM
ARTIKELSGEWIJS
Artikel 1
De eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn aangeduid met de term
"eilandgebieden", wanneer gedoeld wordt op de staatkundige situatie vóór de
transitie.
Artikel 2
In dit artikel wordt geregeld welk recht van toepassing zal zijn in openbare
lichamen. Uit het eerste lid, onder a, volgt dat de (‘gewone' Nederlandse)
regelgeving in beginsel alleen van toepassing is voor zover dit uitdrukkelijk is
geregeld of indien een wettelijk voorschrift zodanig is geformuleerd dat evident is
dat het in de openbare lichamen van toepassing is. De formulering "voor zover dit
bij wettelijk voorschrift is bepaald" is overigens niet bedoeld als een
delegatiegrondslag: deze bepaling biedt als zodanig dus geen mogelijkheid om
een regeling bij een wettelijk voorschrift van een lager niveau van toepassing te
verklaren.
Veelal zal een wet niet in zijn geheel van toepassing worden verklaard, maar
slechts voor een beperkt deel. Dit komt tot uitdrukking in de woorden "voor zover".
Bovendien zullen ten aanzien van de drie eilanden vaak afwijkende bepalingen
nodig zijn. Gedeeltelijke gelding van een Nederlandse wet kan bijvoorbeeld
worden geregeld door het opnemen van een aparte paragraaf, met daarin
specifieke bepalingen voor de openbare lichamen.
Onderdeel b van het eerste lid is opgenomen om zeker te stellen dat ‘gewone'
Nederlandse regelgeving wel zijn eventuele extraterritoriale werking behoudt op
Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Hierover zou twijfel kunnen ontstaan, nu de
toepasselijkheid van de regelgeving in de openbare lichamen uitdrukkelijk is
beperkt. Deze beperking moet uiteraard niet zo ver gaan dat (Nederlandse)
voorschriften die ook buiten Nederland van toepassing zijn (zoals de Nederlandse
strafwet in gevallen als omschreven in de artikelen 3 tot en met 7 van het
Wetboek van Strafrecht) niet op Bonaire, Sint Eustatius en Saba gelden. Anders
zou de situatie ontstaan dat dergelijke Nederlandse wetgeving in bepaalde
opzichten wel van toepassing is in andere landen, maar niet op die eilanden.
Het tweede lid van artikel 2 regelt de toepasselijkheid van de Nederlands-
Antilliaanse regelgeving die voor de transitie van kracht was, dat wil zeggen welke
Nederlands-Antilliaanse regelingen worden omgevormd tot voor de openbare
lichamen geldende Nederlandse regelgeving. Deze omvorming vindt plaats door
vermelding van de desbetreffende regelingen op de lijst, die als bijlage bij het
wetsvoorstel is opgenomen. Er is dus sprake van een positieve lijst: regelingen
die niet op de lijst zijn vermeld, zijn na de transitiedatum niet langer van
toepassing c.q. worden niet omgevormd. Zie het algemeen deel van de
toelichting, paragraaf 5.
Zoals in hoofdstuk 5, onderdeel b, van het algemeen deel van de memorie
van toelichting uiteengezet is, wordt bij de omvorming van de Nederlands-
Antilliaanse regelingen in beginsel uitgegaan van die regelingen zoals die op 15
december 2008 van kracht waren. De gehele Nederlands-Antilliaanse regelgeving
is in het kader van de onderhavige wetgevingsoperatie geïnventariseerd en
geconsolideerd. De geconsolideerde teksten van de verschillende regelingen zijn
vanaf oktober 2008 gepubliceerd op http://www.wetten.nl, de wettenbank van de
officiële website van de overheid, http://www.overheid.nl. Deze aldus gepubliceerde
geconsolideerde teksten betreffen dus geen officiële publicaties van de
Nederlandse Antillen. Mogelijk zijn er door onvolkomenheden bij de consolidatie
enkele verschillen tussen de officiële, thans in de Nederlandse Antillen geldende
teksten en de teksten die op http://www.wetten.nl zijn gepubliceerd. In ieder geval wordt
voor de omvorming uitgegaan van de teksten zoals die zijn opgenomen op
www.wetten.nl. Dit schept immers de meeste duidelijkheid over de inhoud van de
regelingen zoals die na de transitie van toepassing zullen zijn. Bij de consolidatie
gemaakte fouten, zoals per abuis niet meegenomen wijzigingen, worden via de
Aanpassingswet worden hersteld.
PM technische mogelijkheden http://www.wetten.nl (mogelijkheden om de op de
peildatum c.q. afwijkende datum geldende teksten later terug te vinden).
Het derde lid bevat een bepaling op grond waarvan ook alle overgangsrecht
bij de regelingen die in de bijlage zijn opgenomen, blijft gelden. Deze bepaling is
nodig, omdat met betrekking tot veel regelingen niet of niet volledig te achterhalen
is, welke overgangsrechtelijke voorzieningen waren getroffen. Voor zover deze
voorzieningen nog niet zijn uitgewerkt, moeten zij uiteraard wel worden
gehandhaafd.
Mocht er in een voorkomend geval behoefte zijn aan een andere
(overgangsrechtelijke) voorziening, dient dit in de "hoofdwet" geregeld te worden.
Artikel 3
Artikel 3 voorziet in de mogelijkheid om de lijst bij de Invoeringswet BES
eenmalig (dat wil zeggen gelijktijdig met de inwerkingtreding van dit wetsvoorstel)
te wijzigen. De achtergrond van deze bepaling is uiteengezet in hoofdstuk 7,
onderdeel a, van het algemeen deel van de toelichting. Voor het toevoegen of
schrappen aan de lijst van regelingen die de status van wet of algemene
maatregel van bestuur zullen krijgen geldt als voorwaarde dat het tot
onaanvaardbare gevolgen zal leiden, indien de betreffende regeling(en) niet (of
juist wel) van toepassing blijven. Dit criterium geldt niet voor regelingen die als
ministeriële regeling zullen worden aangemerkt.
Behalve om toevoeging aan of verwijdering uit de lijst van bepaalde
regelingen, kan de wijziging de eventuele vermelding van een andere "peildatum"
betreffen (dus de datum waarop de betreffende regeling voor de omvorming
gefixeerd is), de status (wet, algemene maatregel van bestuur of ministeriële
regeling) die een regeling na de transitie verkrijgt of de citeertitel.
Artikel 4
Als op grond van artikel 3 de lijst bij ministeriële regeling op het laatste
moment wordt aangevuld, kunnen op grond van artikel 4 de desbetreffende tot
wet of algemene maatregel van bestuur omgevormde Nederlands-Antilliaanse
regelingen eveneens bij ministeriële regeling worden aangepast. Ook biedt deze
bepaling de mogelijkheid om tot wet of algemene maatregel van bestuur
omgevormde regelingen nog gedurende een jaar na de transitie in dringende
gevallen nader bij ministeriële regeling te wijzigen. (Het gaat hierbij alleen om
regelingen die de status van wet of van algemene maatregel van bestuur
verkrijgen: regelingen die de status van ministeriële regeling verkrijgen, kunnen
uiteraard altijd bij ministeriële regeling worden aangepast). Bij deze ministeriële
regeling kunnen alleen wijzigingen worden aangebracht, die noodzakelijk zijn voor
de aanpassing van de betreffende regeling aan het nieuwe staatsbestel of die
nodig zijn ter voorkoming van onaanvaardbare gevolgen. Het is dus niet de
bedoeling dat op grond van deze bepaling allerlei minder urgente beleidsmatige
wijzigingen worden doorgevoerd. Daarvoor dienen de normale procedures te
worden gevolgd.
Artikel 5
Op grond van het eerste lid van artikel 5 moeten wijzigingen die op grond van
artikel 3 aan de lijst onderscheidenlijk op grond van artikel 4 aan tot wet
omgevormde Nederlands-Antilliaanse regelingen bij ministeriële regeling zijn
doorgevoerd, zo spoedig mogelijk bij wet worden goedgekeurd. Voor deze
constructie is gekozen, om niet onnodig afbreuk te doen aan het algemene
wetgevingsuitgangspunt dat een wet niet bij een regeling van lager niveau
gewijzigd wordt. PM voorlichting RvS
Artikel 6
Gezien de complexiteit en de hoeveelheid regelgeving die rijksbreed met de
statuswijziging gepaard gaat, kan het op enig moment noodzakelijk blijken op
zeer korte termijn een oplossing te realiseren voor een gerezen probleem dat
samenhangt met de goede invoering van de in de IBES-lijst genoemde
regelingen, of voor een ander, nog onvoorzien probleem. Het is denkbaar dat in
zeer bijzondere gevallen de totstandkoming van een wetswijziging of een
algemene maatregel van bestuur niet kan worden afgewacht. Om die reden is
voorzien in een basis om voorzieningen te treffen bij ministeriële regeling. Indien
gebruik gemaakt wordt van de bedoelde afwijkingsmogelijkheid zal zo spoedig
mogelijk een wetswijziging in gang worden gezet of een algemene maatregel van
bestuur worden vastgesteld, tenzij er geen sprake is van een afwijking van meer
structurele aard.
Artikel 7
Artikel 40 van het Statuut bevat een voorziening op grond waarvan de
vonnissen en bevelen van de rechter, waar ook in het koninkrijk uitgesproken,
alsmede grossen van authentieke akten, waar ook in het Koninkrijk verleden, in
het gehele Koninkrijk kunnen worden ten uitvoer gelegd. Dit is een bepaling van
interregionaal privaatrecht en strafrecht die rechtstreeks in de verschillende
landen van toepassing is. In de nieuwe staatkundige verhoudingen valt de relatie
tussen de openbare lichamen en Nederland er tussen uit, terwijl het wel de
bedoeling is dat vonnissen zowel in de openbare lichamen als in Nederland ten
uitvoer kunnen worden gelegd. Om de ontstane lacune op te vullen is in artikel 7
een met artikel 40 Statuut parallelle bepaling opgenomen.
Artikel 8 - 10
PM overgangsrecht
Artikel 11
Zie het algemeen deel van deze toelichting, hoofdstuk 5, onderdeel f, laatste
alinea.
Bijlage bij de memorie van toelichting bij het voorstel voor de Invoeringswet
openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Overzicht van Nederlands-Antilliaanse regelingen die op 15 december 2008 van
kracht waren in de Nederlandse Antillen, maar niet zijn opgenomen in de bijlage,
bedoeld in artikel 2, tweede lid.
MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Nederlands-Antilliaanse regeling Reden om niet in bijlage IBES op te nemen
Staatsregeling van de Nederlandse
Antillen
Hiervoor komt andere regelgeving in de
plaats, namelijk: de Grondwet voor het
Koninkrijk der Nederlanden.
Eilandenregeling Nederlandse Antillen Hiervoor komt andere regelgeving in de
plaats, namelijk: de Wet openbare lichamen
Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Landsverordening uitvoeringsbesluit
Eilandenregeling Bonaire, Saba, Sint
Eustatius en Sint Maarten
Niet meer relevant in de nieuwe staatkundige
verhoudingen.
Enqueteregeling Betreft de staten van het land Nederlandse
Antillen.
Vergoedingsregeling reis- en
verblijfkosten voor leden der Staten
Betreft de staten van het land Nederlandse
Antillen.
Pensioenregeling leden der Staten Betreft de staten van het land Nederlandse
Antillen.
Landsverordening regelende de
bezoldiging, de vergoeding voor reis- en
verblijfkosten, de aanspraak op vakantie,
vakantie-uitkering, tegemoetkoming in de
kosten van geneeskundige behandeling
en/of verpleging, de uitkering bij
overlijden en het pensioen van de
ministers, alsmede van hun weduwen en
wezen.
Ziet op organen van het land Nederlandse
Antillen.
Nederlands-Antilliaans Kiesreglement Hiervoor komt andere regelgeving in de
plaats, namelijk: de Kieswet.
Vlagverordening Betreft het land Nederlandse Antillen.
Vlagreglement Betreft het land Nederlandse Antillen.
Reglement van orde voor de Raad van
Advies
Betreft het land Nederlandse Antillen.
Landsverordening tot vaststeling van het
wapen van de Nederlandse Antillen
Betreft het land Nederlandse Antillen.
Landsverordening volkslied Nederlandse
Antillen
Betreft het land Nederlandse Antillen.
Landsverordening Algemene
Rekenkamer Nederlandse Antillen
Betreft het land Nederlandse Antillen.
Verordening van den 22sten Juni 1933,
houdende bepalingen omtrent
drukwerken (P.B. 1933, 56)
Deze verordening bevat voorschriften met
betrekking tot drukwerken, die het recht van
de vrijheid van meningsuiting door middel
van drukpers, zoals vastgelegd in artikel 7,
eerste lid, van de Grondwet beperken. De
vrijheid van drukpers kent twee belangrijke
aspecten. Ten eerste een absoluut
censuurverbod (de overheid mag het drukken
van stukken niet preventief verbieden). Ten
tweede kunnen beperkingen op dit recht
achteraf bij wet worden opgelegd. Dit betreft
bijvoorbeeld strafbepalingen, zoals
belediging.
In de jurisprudentie over artikel 7 Grondwet
wordt een onderscheid gemaakt tussen het
openbaren en verspreiden van een mening.
Het openbaren valt onder het
beperkingsysteem van artikel 7, eerste lid.
Voor het verspreiden van drukwerk geldt een
lichter beperkingsysteem. Zo mogen ook
lagere wetgevers (bijvoorbeeld binnen een
gemeente) verspreiding van drukwerk
reguleren met het oog op de openbare orde,
zij het dat dit nooit op grond van de inhoud
van het drukwerk mag.
Op grond van de verordening kan niet alleen
het verspreiden verboden worden, maar zelfs
het drukken (wat het openbaren van de
mening is). De verordening is daarom in strijd
met artikel 7 van de Grondwet. Hieraan doet
niet af dat de verordening ingevolge artikel
11, tweede lid, alleen van toepassing is op
drukwerken die dienen ter verspreiding van
mededelingen of verbreiding van
denkbeelden, omdat de verordening feitelijk
toestaat dat het enkele openbaren (drukken)
daarvan al kan worden verboden. De
verordening kan na de statuswijziging van de
Bonaire, Sint Eustatius en Saba derhalve niet
van toepassing blijven
Regeling vergoeding behandeling- en
verplegingkosten overheidsdienaren
Hiervoor komt andere regelgeving in de
plaats, namelijk: ... (VWS)