Reactie OCaN op Beleidsbrief Min. Vogelaar inzake Kansarme Antillianen

Download This Document (.pdf)



  •                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             
    De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie
    mw. drs. C.P. Vogelaar
    Postbus 20951
    2500 EZ Den Haag
     
    Den Haag, 12 november 2007

    Betreft: reactie concept-Antillianenbrief
    Kenmerk: 07/320/MA/IG
     

    Geachte minister Vogelaar,

    Ten behoeve van het bestuurlijk overleg van 13 november aanstaande treft u hierbij onze reactie op het concept Antillianenbrief, versie 1 november 2007. Deze reactie is opgesteld na consultatie met het platform A.W.O.R op 26 oktober en 11 november. In deze reactie gaan wij in op de respectievelijke onderdelen van de brief.

    Algemeen
    Het verheugt ons dat u in de Antillianenbrief gekozen heeft voor een constructieve en meer oplossingsgerichte benadering. Daarvoor zijn wij u erkentelijk. Wij onderschrijven een lange termijnbenadering, alsmede de insteek dat maatregelen niet gericht dienen te zijn op symptoombestrijding, maar op het aanpakken van de oorzaken. Voor het bieden van een duurzaam perspectief is samenwerking in het Koninkrijk inderdaad noodzakelijk. Bij het bieden van een duurzaam perspectief in Koninkrijksverband worden wij graag betrokken bij een nadere invulling.
     
    Terminologie: titel
    De titel "Antillianenbrief" suggereert dat het gaat om de gehele groep. Wij stellen voor de titel te laten corresponderen met de maatregelen uit de brief: Brief integratie kansarme Antillianen en Arubanen.

    Probleemanalyse: nuances ter voorkoming van stereotypering
    De probleemanalyse volgen we in grote lijnen. Nuances, vergelijkende analyses, verificaties, onderzoeksverwijzingen en correcties naar demografische en sociaal-economische factoren van cijfers en feiten dienen aangegeven te worden. Hiermee voorkomt u stereotypering, hetgeen de algemene, constructieve lijn van de Antillianenbrief teniet zou doen.

    Bij het aansluitingsbeleid voor kansarme Antillianen en Arubanen gaat het om het onder alle omstandigheden respecteren en naleven van artikel 1 van de Grondwet. In de visie van OCaN is en blijft gelijke behandeling voor alle burgers een kernvoorwaarde voor succesvolle integratie.
     

    Scherpe doelstellingen en resultaten: nulpuntmeting, meetinstrumenten, nieuw criterium
    Het is goed dat onderkend wordt dat weinig bekend is over de effectiviteit van interventies. Wij zijn van mening dat een gemeente pas in aanmerking kan komen voor rijksmiddelen na het presenteren van een nulmeting, resultaatbepalingen en een tijdspad, evenals valide en betrouwbare meetinstrumenten om de doelstellingen te realiseren. Zeker nu de zorgelijke resultaten van de tussenrapportages van de afzonderlijke Antillianengemeenten bekend zijn geworden. Uit de nulmeting dienen bijzondere problemen vergeleken met andere groepen te distilleren zijn. De Taskforce zou opdracht moeten krijgen het begrip 'Antillianengemeente' haarscherp te definiëren. Verantwoordelijkheidsverdeling tussen rijk en gemeenten dient daarbij duidelijk te zijn.

    Aandachtsgroep specificeren
    Volgens OCaN is het van wezenlijk belang dat de aandachtsgroep waar de interventie zich op richt goed wordt omschreven. Indien de Antillianenbrief betrekking heeft op een bredere aandachtsgroep - zoals kinderen, jeugd, volwassenen en senioren - dan dient dat duidelijker naar voren te komen. Per aandachtsgroep dient de problematiek specifiek in kaart gebracht te worden, alsmede de voorstellen tot oplossingen.

    Instrumenten
    Gemeenten en lokale Antilliaans-Arubaanse organisaties dienen gezamenlijk aan te geven waar de problemen lokaal liggen en onder welke aandachtsgroepen. Wat betreft het thema criminaliteit vragen we ons af of het juridisch mogelijk is afspraken (bestuurlijke arrangementen) af te sluiten betreffende het voorkomen en bestrijden van criminaliteit van één etnische minderheidsgroep. Het gevaar is, dat maatregelen op lokaal niveau genomen worden die ethnic profiling in de hand werken.
     
    Taskforce Bestuurlijke Arrangementen
    Het is goed dat u een Taskforce onderzoek laat verrichten naar de knelpunten op lokaal niveau betreffende het niet halen van de doelstellingen. Ons inziens dienen onafhankelijke, capabele personen met zowel bestuurlijke kennis als kennis van de aandachtsgroepen deze Taskforce te bemensen. Wij zijn gaarne bereid personen voor te stellen uit de "rijkdom" aan Antilliaanse en Arubaanse kennis en expertise. De tijdspan is niettemin erg kort om alle 21 Antillianengemeenten te onderzoeken.

    Antilliaanse intermediairs
    De voorgestelde versterking van de Antilliaanse intermediairs juichen wij toe. Voordat de Taskforce met zijn rapport komt, kunnen de intermediairs getraind worden. Onduidelijk is wat verstaan dient te worden onder Antilliaanse intermediairs. Als het om de beraden gaat, dan dient een zekere mate van representativiteit te worden nagestreefd: een mix van achtergrond, sekse, leeftijd, netwerk en vooral deskundigheid vergroot het vertrouwen en het draagvlak. Lokale of provinciale ondersteuning is gewenst. Voor 'complex en hardnekkige problemen' kunnen in geen geval vrijwilligers worden ingezet. Tenslotte, het betrekken van Antillianen en Arubanen mag ons inziens in geen geval tot doel hebben 'de weerstand bij Antillianen ten aanzien van specifieke maatregelen' te verminderen (zie de Integratienota Meetellen en Meedoen), dan wel negatieve vormen van 'social intelligence' aannemen.
     
    Kennisinfrastructuur
    Wetenschappelijke kennis over effectieve interventies is inderdaad gewenst. Wel is van belang dat uit evaluaties blijkt, dat de uit te wisselen interventies hun effect hebben gehad. Zo is weinig wetenschappelijk materiaal bekend over de neveneffecten van de werkzaamheden van de ‘stadsmarinier Antillianen'. Volgens ons is het van groot belang een grondige studie uit te laten voeren naar alle onderzoeken van de afgelopen twintig jaar die van invloed zijn geweest op de invulling van het aansluitingsbeleid voor Antilliaanse en Arubaanse deelgroepen.
    Kennisuitwisseling tussen de 21 Antillianengemeenten en Curaçao is verder een goede zaak. Naast uitwisseling dient toepassing van goede voorbeelden en samenwerking plaats te vinden, gebaseerd op wetenschap. Antilliaans-Arubaanse bureau's ten behoeve van toegepaste wetenschappen in het Koninkrijk kunnen mogelijk hier behulpzaam zijn bij kennismanagement en het aanleveren van Antilliaans-Arubaanse deskundigheid.
    U noemt alvast als één van de onderzoekspunten de 'hoge mobiliteit', aangezien deze een 'oorzaak is voor het moeizaam op gang komen van hulpverlening'. Het verwondert ons dat beide zaken aan elkaar worden gerelateerd: deze correlatie is naar ons weten niet onderzocht, mocht er überhaupt sprake zijn van hoge mobiliteit.

    Criminaliteit
    OCaN kan zich niet vinden in de stelling dat 'het preventieve beleid onlosmakelijk verbonden is met het repressieve beleid voor Antillianen'. Zo komen we in het integratiebeleid zoals voorgesteld door de Europese Unie deze link niet tegen. OCaN vraagt zich af, of Nederland de belangen heeft afgewogen om toch te richten op de bestrijding van overlast en criminaliteit onder Antillianen en Arubanen.
    Is het u bekend of er een mogelijke relatie bestraat tussen discriminatie en delinquent gedrag.

    Motiveringsprobleem
    Gesproken is over een vermeend 'motiveringsprobleem' onder Antillianen en Arubanen. Uit onderzoeken van de Rijksuniversiteit Leiden (RUL) blijkt een relatie te bestaan tussen een negatieve evaluatie van een groep (identiteitsbedreiging voor lage statusgroepen (SES) in prestatiegerichte situaties - via stressreacties - en een nadelig effect op het functioneren van mensen. Dit zou kunnen leiden tot een verminderde motivatie om te presteren. Een sterkere bereidheid te participeren in de samenleving wordt volgens dit onderzoek gestimuleerd als sociale identiteit juist uitgedragen, erkend, gewaardeerd en geaccepteerd wordt. Wij  willen u verzoeken de uitkomsten van de onderzoeken van de RUL te betrekken bij het onderzoek naar het vermeende ‘motiveringsprobleem' van Antillianen en Arubanen. Bij dit onderzoek zou kunnen worden meegenomen een onderzoek naar ervaringen die Antilliaanse ex-gedetineerden hebben opgedaan bij eerdere pogingen voor resocialisatie door de reclassering.

    Effectieve interventies, nazorg
    Aanscherping van het justitiële 'op maat' beleid ten behoeve Antilliaanse en Arubaanse ex-gedetineerden juichen wij toe, als dit het algemene uitgangspunt is voor beleid. Op maat beleid dient aldus te gelden voor alle ex-gedetineerden, ongeacht etnische herkomst. Wat betreft hetgeen nodig is aan "aanvullende specifieke informatie ten behoeve van Antillianen (...) en wat dit aan nadere activiteiten vraagt", zou volgens OCaN de Expertisegroep Antilliaanse Detentiemedewerkers (EGAD) als 'betrokken partij' een rol kunnen spelen.

    Maatregelen op Curaçao
    Met u is OCaN van mening dat de problematiek van en met Antillianen en Arubanen in Nederland zijn oorsprong deels vindt op de Nederlandse Antillen en Aruba. Gesproken wordt over een Koninkrijksbrede aangelegenheid als het gaat om het bieden van duurzaam perspectief. De staatssecretaris zal bestaand beleid voortzetten. De vraag daarbij is, of ‘het bestaande beleid' leidt tot het bieden van duurzaam toekomstperspectief. Moet de nadruk binnen het samenwerkingsbeleid ook hier meer liggen op het bestrijden van oorzaken, dan op symptoombestrijding? Wellicht is de instelling van een Taskforce hier aan te bevelen, die het samenwerkingsbeleid van de afgelopen jaren onderzoekt.

    Indien wordt gesproken over 'samenwerking in het Koninkrijk', dan zou overwogen kunnen worden - mits op verzoek van de Nederlandse Antillen en Aruba - om het EVRM en de IVBPR rechtsgeldig te maken voor het gehele grondgebied van het Koninkrijk en de Caribische delen van het Koninkrijk aldus niet meer aan te merken als afzonderlijke landen. Toekomstige discussies over het ongedeelde staatsburgerschap, over migratieregulerende maatregelen en de volwaardige rechtspositie voor Koninkrijksburgers zijn daarmee definitief van de baan. Daarnaast verzoekt OCaN de Nederlandse regering meer diepgang te geven aan het ESOCUL-Verdrag ten behoeve van een algemene verwezenlijking van deze rechten in het Koninkrijk voor alle burgers. Het aangaan van samenwerkingsrelaties op civil society niveau is van belang. Vanuit de regeringen in het Koninkrijk zou dat verder ondersteund dienen te worden. Gedacht kan worden allereerst aan samenwerking op het terrein van mensenrechten. Het nieuw opgerichte Dutch Caribbean Human Rights Committee zou hier een rol kunnen spelen, opdat beter toezicht zal ontstaan op de mensenrechtensituatie voor Koninkrijksburgers in alle delen van het Koninkrijk.

    Ondersteuning op het jeugd- en onderwijsprogramma
    Opvallend is de "uitwisseling (verwijs)informatie over personen tussen beide landen van het Koninkrijk ‘ten behoeve van het voorzien in het niet ongemerkt verlaten van een land ten tijde van het volgen van een leerwerk- of sociale vormingsplicht". De vraag is om wat voor gegevens het gaat en wat het precieze doel is (hulpverlening, repressie?), afgezet tegen de reeds bestaande mogelijkheden van gegevensuitwisseling. Ondersteuning op het jeugd- en onderwijsprogramma wil naar onze mening zeggen dat Nederland ervoor zal zorgen dat Antilliaanse en Arubaanse jongeren dezelfde mogelijkheden krijgen als in Nederland. Binnen het aanbieden van dezelfde onderwijsmogelijkheden zou informatie-uitwisseling kunnen plaatsvinden. De GGZ hulpverlening zowel in de 21 Antillianengemeenten als op de eilanden wordt node gemist.

    Onder samenwerking ziet OCaN in ieder geval een goede opvang voor laagopgeleiden middels huisvesting en begeleiding, gekoppeld aan het volgen van leerwerktrajecten. Antillianengemeenten dienen samen met wooncorporaties maatschappelijke prestatie-afspraken af te sluiten en kansarme, laagopgeleide nieuwkomers (0-4 jaar in Nederland) uit de Nederlandse Antillen en Aruba opnemen als een specifieke aandachtsgroep; de rijksoverheid dient hiervoor targets te stellen. Op deze manier wordt eveneens voorkomen dat bijvoorbeeld de jonge nieuwkomers tot 27 jaar te lang zonder inkomen zitten, met als gevolg toename van armoede en afname van perspectief.

    Ondersteuning integrale wijkaanpak
    OCaN kan zich goed vinden in het door Reda Sosial voorgestelde geïntegreerde wijkenaanpak, waarbij aandacht is voor zowel de fysieke als sociale component. De vraag hier echter is: wat zijn de ervaringen die gemeenten in Nederland hebben met de krachtwijkenaanpak en wat de toegevoegde waarde voor de wijken in Curaçao zou kunnen zijn als een zogeheten 'twinning' wordt aangegaan? Nota bene, voor de aandachtswijken van de Nederlandse Antillen gaat het om heel primaire zaken als het hebben van een dak boven het hoofd, een gezonde woning, sanitaire voorzieningen etc. OCaN is verder van mening de geïntegreerde wijkaanpak van Reda Sosial niet alleen voor Curaçao van toepassing te laten zijn, maar ook voor de aandachtswijken op Aruba, Sint Maarten en de drie kleine eilanden. Nota bene, armoede en sociale uitsluiting kent vele gezichten: met slechts enkele maatregelen zijn we er niet; een integrale en langdurige aanpak is van belang.

    SEI en een ‘Change the mindset'
    In uw Antillianenbrief verwijst u naar het Sociaal-Economisch Initiatief (SEI, p8). Onze aandacht is gevestigd op een reactie van deskundigen, die in opdracht van dagblad Amigoe het concept Sociaal-Economisch Initiatief (SEI) hebben doorgenomen. Conclusie was volgens de krant, dat in het concept "onvoldoende onderlinge samenhang doorklinkt, of deze zelfs geheel ontbreekt". (...) "Strategie, fundamenten, pijlers en criteria ontbreken om de visie en ambitie vorm te geven". Bent u bekend met de inhoud van de reactie van de deskundigen en deelt u deze mening?
    Aansluitend op het vorige punt: indien gestart dient te worden met een 'Change the mind-set' in het Koninkrijk, waar zou begonnen dienen te worden? Het OCaN-adviesrapport spreekt van een veelheid aan adviezen, voor diverse thema's, niveau's en aandachtsgroepen en voor diverse termijnen. Om de doelstellingen te realiseren zou OCaN een implementatieplan willen opstellen: een kans van slagen van onze visie - een halvering van de armoede onder Antillianen en Arubanen in het Koninkrijk in twintig jaar - kan in onze optiek alleen als van te voren doel- en aandachtsgroepen de missie en visie breed onderschrijven en duidelijkheid en eensgezindheid bestaat over diagnose, prioriteiten, acties, interrelaties, tijd en meetinstrumenten. 

    Tot slot
    De opbouwende lijn van de Antillianenbrief stemt ons optimistisch. OCaN zou graag samen met u in de toekomst willen werken aan een volwaardige sociaal-economische en juridische positie van Antillianen en Arubanen in Nederland en in het Koninkrijk. Binnen het bestuurlijk overleg van 13 november zouden wij graag onze punten verder willen toelichten en met u verder van gedachten willen wisselen.

    Met de meeste hoogachting,
    Namens het OCaN bestuur en bureau,





0.5286 // 32