Takken van dezelfde Boom

Download This Document (.pdf)



  •  

    Takken van dezelfde Boom

    Eén volk, één geschiedenis en uitgekeken op elkaar...

     

     

    Historisch

     

    Wie we zijn en Waarom we er zijn

    We kwamen uit Holland en Zeeland. We haalden onze vrouwen en broers op in Elmina en koersten naar de Kraal. Onze neven uit Mauritiopolis waren welkom in de veilige haven Curaçao. Geen Spanjool, die ons aankon. In tegendeel, met de indianen dropen ze af naar het vasteland. Piet Heyn hield ze verder op structuur. De Britten pakten we van Chatham tot Statia.

    We zijn verraden door onze familie in Boston en hun knechten in Parijs, al zagen we alleen maar George Rodney, die de boel naar de galemiezen schoot.

    Een deel van ons bleef met lege handen achter. Diegenen van ons, die huis en haard in de Verenigde Provinciën hadden, verdwenen op onze roemruchte schepen terug naar het moederland. Er werd geen handel meer aangevoerd. Niets viel er nog op- of over te slaan.

     

    Na de Amerikaanse Onafhankelijkheid

    Toen het mercantilisme plaats maakte voor het liberalisme hadden onze eilanden niet langer een reden van bestaan. Driehoekshandel en kapersbrieven werden vervangen door algemeen erkende handelsverdragen tussen principalen. Ons paradijs verdroogde. Jammer, toch.

    We verdienden nog wat met onze zoutpannen. Een hongerloon voor slavenarbeid. Als consultants, managers en negritos del batey wisten we alles van suikerriet. We genieten nog steeds van de molasses, de rum en de agua ardiente, maar de productie is steeds meer voor captive use. De grote eilanden en het vasteland van de Caribe hadden de mogelijkheid van economy of scale. Wij niet, wij waren te klein.

     

    Des Quantités Négligeables

    De stichters van onze nederzettingen dumpten de eilandenboedel, die niet lager van nut was, bij de nieuwbakken koning van de Nederlanden. In een poging deze ballast te lozen, werden de eilanden aan de libertador van Venezuela aangeboden, die ze echter als islas inutiles kwalificeerde, en het aanbod afwees.

    Meer dan honderd jaar doolden wij over de rotsen van de koning. De meesten van ons waren niemand. Amper mens. Meestal wel het eigendom van iemand, maar altijd zonder recht of zorg. In 1863 promoveerden wij met z'n 33.000 en. Wij waren nu allen mensen met het predicaat vrij, zij het, dat wij nu onderdanen van de koning waren en de rotsen nog altijd zijn eigendom.

    Het zou nog méér dan een halve eeuw duren voor de olie voor de lampen en fornuizen van de rijke tak van de familie nieuwe dienstbaarheid aan ons, de arme tak bood. Een industriële revolutie waarvoor wederom de benodigde arbeiders geïmporteerd moesten worden.

    Als Assepoesters zonder sprookje en apetrots dat wij zowel onze familie in het noorden als overzee, mochten dienen, hebben wij het goed gedaan. In één keer van de ezel in de auto. Wij wisten alleen niet, dat lekker maar één vinger lang is.

     

     

     

     

    Sociaal

     

    Don't worry, be happy

    Terwijl onze kinderen niet-westerse sociologie studeerden bij de rijke tak van de familie in het moederland, verdroogde ons paradijs wederom. Echter, het bloed gaat waar het niet gaan kan. Wij zijn dienaren en onze dienstbaarheid is onze kracht. Sommigen van ons hadden stiekem zich de bestuurskunde en boekhoudkunst eigen gemaakt. We danken de Fraters van Tilburg nog altijd voor hun missie. Hun inspanning en onze geconditioneerde vrijheidsbehoefte ontwikkelden ons gevoel voor rechtvaardigheid. Wij leerden het belang van belastingrecht en internationale verdragen erkennen. Als betrouwbare dienaren boden wij wederom een veilige haven voor traffickers en a-sociale burgers van rijke landen.   

    Anderen waren van moeder op zoon entertainers met zang, dans en roulette geworden. En de rest bleef zeven dagen van de week de paranda.

    We bleven leven. De zon is weldadig en de zee is gul. Vis haalden we zelf uit onze zee, fruit kwam over nacht uit het vaste land en maïshi voor funchi lukt nog net op calichi en cabrieten zijn er genoeg. De trading company verblindde ons met de laatste wonderen der techniek uit de VSA en goedkope junk uit Azië. De kruideniers verrukten ons maandelijks met komijnekaas en blikken melkpoeder en boter met exquise conserveringsmiddelensmaak uit het moederland. Ons leven was goed.

     

    Bekijk het maar

    Met het vege lijf waren wij op de rotsen gebracht en met lege handen bleven wij achter. Zonder kapitaal waren we niet welkom in het moederland. Ons kapitaal was immers ons lijf, dat eeuwig en altijd ten dienste van eigenaars had gestaan. Nu waren wij vrij om voor eigen rekening onze handen uit de mouwen te steken. Al of niet op ons eigen eiland en al of niet met elkaar. What ever, how ever. Behalve als tax-haven hadden we voor de rijke tak geen economisch nut meer.

    Ter aanvulling van ons kapitaal moesten wij ons milieu hypothekeren. Wij bezitten het milieu niet, maar gebruiken en verhandelen het gratis en voor niks. Tax-free & duty-free, come and get it if you please. Het godsgeschenk, dat ons moederland ons niet af kon nemen en ons als groots gebaar werd gelaten.    

    We moesten volwassen worden en zelfstandig zijn. Trots en onafhankelijk, helaas, zonder bretels om onze broek op te houden.

     

    Mestiezen en Mulatten of allemaal Creolen in de Caribe

    Wij zijn menselijke mensen met hebzucht en afgunst als onze drijfveren.

    We discrimineren. Niet omdat we dat geleerd hebben, maar omdat we mensen zijn. We zijn xenofoob. Gewoon, omdat we eilanders zijn.

    Als we over het water in de Kraal naar elkaar zouden kunnen kijken, zouden we zien, dat we er allemaal anders uitzien met aansprekende folkloren. We hebben misschien geen eigen beschaving, maar toch zeker een rijk gedifferentieerde cultuur met herkenbare elementen. Als we naar elkaar luisteren, horen we dat we soms andere talen gebruiken, maar toch hetzelfde zeggen. Onze geschiedenis is een onverbrekelijke eenheid. Onze toekomst zullen we niet los van elkaar kunnen realiseren.

    We mogen onze levens niet verdonderen met het zoeken naar en het beschouwen van onze merkbare verschillen. In de Caribe zijn we allemaal Creolen.

     

    Economy of Scale

    Bij elkaar en met elkaar kunnen we leven. We zouden één of meer Caribische clusters van industrieën die voor onze eigen behoeften produceren, kunnen ontwikkelen. De thuismarkt die hierdoor ontstaat is de voorwaarde om ooit deel te kunnen nemen aan de wereldeconomie.   

    Onze verdeeldheid als eilanders is onze grootste handicap. En dat met zo'n gering aantal consumenten. Ondanks onze goede individuele ontwikkeling zijn wij in aparte eilandgemeenschappen te weinig in aantal om over een flexibele infrastructuur te kunnen beschikken. Behalve onvoldoende consumenten, hebben wij onvoldoende arbeiders om ter ondersteuning van een hoofdindustrie een cluster van toeleveranciers van internationale competitieve kwaliteit te laten ontstaan.

    Zonder een eigenmarkt voor industriële productie zullen we altijd afhankelijk blijven van de grillen van onze buitenlandse klanten.

     

    Niet langer In Functie Van

    Het zal niemand verbazen, dat wij een berustend karakter ontwikkeld hebben. Er zijn reeds vele studies gedaan naar de Caribische samenleving en onze plaats daarin. Zoals bijna alle samenlevingen zijn wij bij toeval ontstaan en geëvolueerd.

    Zoals weinig andere samenlevingen zijn wij bedoeld om te dienen. Wij zijn ooit begonnen als goedkope productiemiddelen in functie van hogere en ons onbekende belangen. We hebben in de loop van tijd onze kennis en kunde ontwikkeld en zijn volken geworden in onze eigen gesloten eilandgemeenschappen.

    Wij zijn rijk, althans: wij leven in rijkdom. In een milieu, dat onovertroffen is en dat wij sinds kort als gastheren exploiteren volgens de markteconomische regels.

    Zelfs al waren wij niet rijk, wij zijn diligent en de shakers and movers van de wereldmarkteconomie erkennen onze waarde als dienaren in onze open society. Ze zijn welkom bij ons om uit te rusten en zich door ons te laten verwennen.

    Wij zijn nu eigenaar van onze rijkdom en de overvloed delen we graag met minder bedeelden. Als ze maar betalen. Zij onze natuur, wij hun industrieproducten.

     

    Caribisch of Europees

    Sinds 1954 zijn wij van Nederlandse onderdanen gepromoveerd tot burgers. De  Nederlandse Grondwet kent slechts Nederlanders en Vreemdelingen. We mogen er dus van uitgaan, dat alle Nederlanders rechtens elkaars gelijken zijn, zij het onder het proviso van gelijke omstandigheden. Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat uit drie deelstaten, die hun inwoners verschillende omstandigheden bieden. Als zelfstandige Caribische deelstaten zijn wij weliswaar gerechtigd om zelfstandig te bepalen waaraan wij onze inspanningen wijden. Echter, zonder de instemming van de Europese deelstaat mogen - en meestal kunnen - wij dat niet realiseren. Het omgekeerde is niet evident.

    Terwijl het grootste deel van de bewoonde Caribe op de één of andere wijze uit zelfstandige naties bestaat, verkeren onze eilanden nog in innige staatkundige relatie met onze schepper.

    Het is nog altijd niet duidelijk, of wij ooit tot één volk zullen mogen assimileren, of dat we vroeger of later toch afscheid van het moederland zullen moeten nemen.

    Dit zou een volgende enge relatie met hetzij Venezuela of VSA betekenen.

    Met noch de één, noch de ander zouden we er, zeker op korte termijn, veel mee opschieten.

     

    De voor de hand liggende actie is een revaluatie van de gedachten die in 1954 aan het Koninkrijksstatuut ten grondslag lagen. Een eerste poging hebben wij in 2004 gedaan en in 2007 zijn voorstellen voor een herstructurering van het Koninkrijk over en weer gepresenteerd en beschouwd.

    Op geen enkele wijze wordt echter de behoefte van een deel van de Nederlanders om ongeacht de omstandigheden, gelijk aan alle andere Nederlanders te zijn, bevredigd.

    De ervaring van de jongste vijftig jaar zal ons met de huidige inzichten de verdere ontwikkelingsmogelijkheden indiceren. Hetzij voor een dragende economie voor de grotere eilandgemeenschappen, die een status aparte wensen, hetzij voor assimilatie van minuscule eilandgemeenschappen in de Europese deelstaat.

     

     

    Economisch

     

     

    Onze economie kent nog geen historie

    Na de eerste wereldoorlog werden wij gebruikt om de nieuwe wereld industriële energie te produceren. Het bood ons dertig jaar om onze economie op te starten.

    Helaas beheersten wij de grondstof, noch de infrastructuur.

    Het eigendom van de grondstof en/of de factor condities zou ons wellicht de mogelijkheid hebben geboden om minstens één industriële cluster te ontwikkelen. De tijdspanne was helaas te kort om een adequate infrastructuur te ontwikkelen om naast een hoofdindustrie ook de onontbeerlijke verwante en ondersteunende industrie mogelijk te maken.

    De schaal waarop in de afzonderlijke eilanden geproduceerd kan worden is voor welhaast iedere industrie prohibitief. Zelfs als er economisch geproduceerd zou worden, zijn de vraagcondities te gering om een solide thuismarkt te hebben.   

     

    Onze Economische Alternatieven

    Wij hebben in de vorige eeuw aardolie van anderen voor anderen verwerkt. Veel inkomen verdiend, maar na een welvarende generatie moesten de bakens weer verzet worden. Veel alternatieven hadden wij niet.

    Als dienstverleners, contractors zo je wilt, lagen voortzetting van maquiladora, zowel als de ontwikkeling van toerisme en van belastingfaciliteiten voor de hand.

    Voortzetting van maquiladora zou voor ons een lange weg en grote investering in de chemische industrie betekenen. Onze ervaring in de petroleumindustrie zou daar  een vliegende start in bieden. Het probleem was echter, de beschikbaarheid van kapitaal. Hoe zouden we overleven tot de faciliteiten on-stream zouden zijn en uit onze ondernemingen voldoende inkomen gegenereerd wordt?

     

    Dus, in plaats van een chemische industrie te ontwikkelen uitgaande van olieproducten, guano en zout, richtten wij de aandacht op de glamour en fast buck van de laag technologische toeristenindustrie.

    Op zich geen slechte keuze, zolang wij de horizontale ontwikkeling van de industrie niet verwaarlozen. De toeristenindustrie biedt niet alleen een onmiddellijke toegang tot de economie voor een grote verscheidenheid van ondernemers, maar vereist ook voortdurende innovatie.

     

    Economy of Scale en Caribbean Identity

    Als creolen, die in de Caribe wonen hebben wij zo veel met elkaar gemeen.

    Vooral het klimaat. We zijn als volkeren ontstaan uit de behoefte aan arbeidskracht ten dienste van Europese belangen. In het kader van de Engelse, Franse, Nederlandse of Spaanse belangen hebben wij onze diensten verleend en hebben wij onze culturele verschillen gevormd. De toevallige samenstelling van rassen en natuurlijke gesteldheden binnen de beslotenheid van onze eilanden, of kustgemeenschappen heeft fenotypische verschillen doen ontstaan.

    Cultuur en fenotype leiden tot het idee en het gevoel van eigenheid. Het Caribisch gebied bestaat dan ook uit gesloten gemeenschappen met xenofobische tendensen.  

    We hebben de neiging onze verschillen te zoeken, te zien en te meten. Of het ons somatisch normbeeld betreft, onze rijkdom of, onze religieuze overtuiging, toch hebben wij meer gemeen, dan zou mogen blijken uit onze verschillen.

     

    Als wij alleen maar de behoefte aan veiligheid ten aanzien van het jaarlijkse gevaar van orkanen zouden beschouwen:

    is de vraag 

    • of wij tot de grootste gemeenschappelijke deler van de behoeftebevrediging kunnen besluiten en
    • in hoeverre wij complementaire faciliteiten aan een gezamenlijke industriële onderneming kunnen bieden.

     

    Wij moeten dus nadat we bepaald hebben hoe groot de behoefte is, onderzoeken welke competitieve mogelijkheden iedere kustgemeenschap en eilandgemeenschap heeft

    • in factor condities, zoals grondstoffen, kennis en kunde  en
    • in aanverwante en toeleveringsindustrieën - om bij te dragen tot een competitieve bouwindustrie.

     

    Een eigen Caribische bouwindustrie volgens eigen Caribische marktcondities, maakt een interne economie mogelijk, waarmee tevens de productiviteit van de bestaande industriële activiteiten verhoogd wordt. Het meest voor de hand liggend is de intra-Caribische transport- en communicatie industrie.

    Het is niet denkbeeldig dat productie voor een eigen Caribische thuismarkt, de mogelijkheid van export buiten de eigen regio mogelijk maakt. De behoefte aan veiligheid tegen natuurgeweld beperkt zich immers niet tot het Caribisch gebied.

     

    Economische Participatie en Distributie van Revenuen

    Waartoe wij ook besloten hebben of nog ooit zullen besluiten, het zal altijd gebaseerd zijn op een theorie van investering en innovatie.

    Kleine maatschappijen, zijn meestal genoodzaakt om met een topzwaar overheidsapparaat voor een competitieve economie en een rechtvaardige samenleving te zorgen.

     

    Met name onderzoek en ontwikkeling, de infrastructuur en het onderwijs zijn de fundamenten voor economische groei op langere termijn en moeten ondersteund worden door de publieke sector.  

    Het zijn de voorwaarden voor sociaal onderhoud en de technische vernieuwing van de maatschappij. De zorg voor de bescherming en adequate opleiding van kinderen, genezing en verzorging van zieken en minder validen, pensioenen voor ouden van dagen, is onder alle omstandigheden een maatschappelijke taak.  

     

    Privé investeringen zijn het kenmerk van het kapitalistische systeem, waarbij het belang van de eigenaars, de share-holders, boven het belang van de loontrekkers wordt gesteld. Bij staatsinvesteringen verschaft de overheid het kapitaal en is tevens de controleur van de uitvoering en het resultaat. In beide gevallen is het belang van de uitvoerder beperkt tot een vergoeding voor zijn arbeid. Zijn verantwoordelijkheid is aan de eigenaar, die een vergoeding voor zijn investering verlangt.

    Het is de taak van de overheid om toe te zien op een rechtvaardige distributie van de revenuen over de totale bevolking, m.a.w. alle stake-holders. Ze is in beide gevallen een beschermende en verzorgende overheid.

     

     

    Democratisch Kapitalisme

    Ter voorkoming van een topzwaar overheidsapparaat vraagt een kleine democratische samenleving om een relatief grote eigen verantwoordelijkheid van alle burgers, die deelnemen aan de economie. Het koloniale verleden is niet bevorderlijk voor het dragen van eigen verantwoordelijkheid door de burgers in het algemeen. Het vertrouwen van de burgers in hun overheid is de conditio sine qua non om tot het nemen van eigen economische verantwoordelijkheid te kunnen besluiten. De integriteit van het politiek leiderschap is dan ook bepalend voor de economische participatie.   

     

    Hoe meer het overheidsapparaat kost, hoe meer de burgers van hun eigen inkomen en bezit aan het nut van het algemeen zullen moeten afstaan.

    Als alle burgers, eigenaren zowel als loontrekkers, in hun eigen onderneming investeren, zijn zij verantwoordelijk voor hun eigen inkomen, dat zowel uit loon als dividend bestaat. De waardevermeerdering van de onderneming, biedt een eigen pensioenvoorziening aan de share-holder. De zorg voor rechtvaardige inkomens distributie kan zich dan concentreren op de zorg voor zieken en invaliden en de bescherming van zwakkeren in het algemeen.

    Hoe meer de burgers in eigen onderhoud kunnen voorzien, hoe minder sociale zorg en navenante overheidskosten nodig zijn.

     

    De verantwoordelijkheid van de burgers voor hun eigen economisch welzijn ontlast de overheid voor dat deel van haar verantwoordelijkheid.  

    Er zijn niet meer dan zeven overheidsfuncties nodig.

    De zorg voor de volksgezondheid, onderwijs, demografische ontwikkeling en urbanisatie, justitie en openbare orde, buitenlandse relaties, economische planning en budgettering, heffingen en her-distributie van revenuen.

     

    Een Rechtvaardige Samenleving

    Om de verantwoordelijkheid voor het eigen welzijn van de loontrekkers aan hun zelf over te kunnen laten, is een level-playing field voor eigenaars en loontrekkers vereist.

    Daar een privé investeerder zijn eigendom niet zal delen met anderen, zullen de anderen zelf over het benodigde kapitaal om gelijkwaardig belanghebbende te zijn, moeten kunnen beschikken.

    Het is dan ook aan de overheid om er zorg voor te dragen, dat loontrekkers in staat gesteld worden via betaalbaar en relevant krediet, navenant mede share-holder in hun ondernemingen te worden.      

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Politiek

     

     

    Onze Staatsinrichting

    De aandacht voor onze toekomst is meer politiek, dan economisch gericht.

    Politici prekend voor eigen parochies hebben naar eigen belang in 1954 overeenkomsten, gebaseerd op drijfzand, gemaakt. De perceptie van dezelfde fenomenen, echter, gedreven door verschillende motieven heeft een concept als het bekende kameel veroorzaakt.

    De staatsinrichting is steeds meer achterhaald geworden door de Europese dynamiek waar Nederland deel van uitmaakt. Terwijl in Europa een economische revolutie plaatsvond is alle aandacht tussen de Koninkrijksdelen gericht gebleven op het staatkundig verband.  

    Het Koninkrijksstatuut is in de loop van de tijd op zoveel verschillende wijzen geïnterpreteerd dat irritatie over en weer onvermijdelijk was. Evenals voortdurende frustraties tot een complex leiden, zal de voortdurende irritatie tussen de familie in de Caribe en die in Europa, op den duur tot absolute incompatibilité leiden. 

     

    Drijfveren en Capaciteit onder de Noemer van Betrouwbaarheid

    Dienstverlening zit ons in het bloed. Soms kunnen wij er van kotsen. We weten hoe het moet, maar we kennen ook de verhalen uit het niet zo lange verleden. De tijd waarin de beloning voor lichamelijke arbeid en ambachtelijkheid vele malen minder

    was dan de beloning voor geïnvesteerd kapitaal en intelligentie.

     

    Onze erfenis is een smeltkroes, die volgens Mendel niet op korte termijn een homogeen mengsel zal produceren.

    Wij ontkomen niet zonder meer aan de beoordeling van kleur. De waardering is traditioneel. Dom, maar ingebakken. De meesten van ons weten, dat het niet juist is, maar het gevoel wint het al te vaak van het verstand.

    Daarnaast is onze afkeer van wat wij zo goed kunnen, onze grootste handicap. Dienen en lichamelijke arbeid zullen nog lange tijd minderwaardig blijven.

     

    Wij zijn ambivalent over de waarde van onze somatische kenmerken en fenologische ontwikkelingen. Ons normbeeld komt niet overeen met onze karakteristieken en we presenteren ons dan ook voortdurend anders. Het concept, dat uit de perceptie van onze presentatie ontstaat, is dan ook labiel.  

    Wij zijn veranderlijk en vaak onvoorspelbaar voor anderen. Het is niet noodzakelijkerwijs onze eigen schuld, maar het is aan ons zelf, om in ons eigen belang, de voorspelbaarheid te vergroten. Zo lang wij dit niet doen, worden wij er niet betrouwbaarder op.

     

    Het kapitalisme van de wereld waarin wij leven is gebaseerd op betrouwbaarheid. Betrouwbaarheid, bepaald door onze christelijke moraal, in persoonlijke verantwoordelijkheid aan één en dezelfde god. De Europese godsdienstoorlogen hebben tot de suprematie van de Anglosaksische cultuur geleid. Het zijn dan ook de calvinistische normen, die wij te volgen hebben.  

    De familie in Europa moet er van uit kunnen gaan, dat de neven en nichten overzee geen gevaar voor hun kapitaal kunnen zijn. Direct, zowel als indirect door de goede relatie van Nederland met VSA te verzekeren. Voor ons gaat het erom, dat we deze garantie geven.

    In directe zin is de sleutel: volledige werkgelegenheid zonder geldontwaarding. Zuinigheid met vlijt bouwt huizen als kastelen!

    In indirecte zin is de sleutel: volledige compliance met de belangen van de heilige koeien van VSA. De Monroe Doctrine!

     

    Betrouwbaarheid en misschien een beetje Cariño

    Wij kunnen niet langer Nederlander en tevens niet-Nederlander zijn.

    Of wij zijn Nederlander, of wij zijn vreemdeling. Er zijn vele vreemdelingen, maar er is maar één Nederlander. Wij zijn als Nederlander onderworpen aan één moraal gedefinieerd door normen, die onze gerechtigheid bepalen.

    Onze moraal is absoluut en non négociable.

    Het is geen liefdesbetuiging, of een huwelijksvoltrekking met in het achterhoofd de mogelijkheid van de echtscheiding.

    We zijn al familie met bloedbanden en al.

    We moeten alleen nog leren met elkaar te leven.

     

    Eén Volk, één Verantwoordelijkheid

    Om situatiemoraal uit te sluiten, moeten alle Nederlanders accepteren dat zij onder alle omstandigheden Nederlander zijn.

    De Europese en de Caribische tak van de Nederlandse stam kunnen gemeenschappelijk besluiten gelijk te zijn of afscheid van elkaar te nemen.

     

    • Als wij besluiten gelijk te zijn, zijn wij één volk en zijn wij wederzijds verantwoordelijk voor elkaars welzijn. Geen bevoogding, maar ook geen klaploperij.

    Het is van geen belang, of gelijkheid ooit ook economische gelijkheid zal betekenen. Het is alleen maar van belang dat iedere Nederlander zijn verantwoordelijkheid als Nederlander voor alle Nederlanders accepteert. 

     

    • Mochten wij besluiten elk ons weegs te gaan, is het van het hoogste belang, dat er een boedelscheiding komt en niet een afscheidscadeautje. De helft van het geïndexeerde bruto nationaal product van de Verenigde Provinciën in de zeventiende en achttiende eeuw, bijvoorbeeld.

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Quo Vadis?

     

     

    De toekomst: Twee Mogelijkheden:  Of we zijn Caribeños, òf we zijn Europeanen?

    Onze zes rotseilanden met hun totale bevolking van minder dan een half miljoen zielen hebben als aparte staatsdelen, gebaseerd op het historische eigendom, geen onafhankelijke economische haalbaarheid.

     

    Solidariteit gebaseerd op een economische volkseenheid is het alternatief.

    Na het turfsteken in Drenthe en het mijnen van steenkool in Limburg moest de Randstad, ook zorg dragen voor financiële injecties om impuls te geven aan de tanende economieën in die provincies. Daar droegen niet alleen Hollanders en Utrechters, maar ook migrantenarbeiders uit Friesland en Zeeland aan bij, evenals de belastingbetalers uit de alle provincies.

    Volkssolidariteit maakte Nederland tot een welvarend land, dat in Europees- en wereldverband gerespecteerd wordt.

    De Overzeese Gebiedsdelen waren problematischer. Het hemd is immers nader dan de rok.

     

    De correctie: We zijn Nederlanders: We zijn Caribische Nederlanders, òf we zijn Europese Nederlanders. 

    Er zijn 2 mogelijkheden:

    1.    Samen

    Het Koninkrijk der Nederlanden zou kunnen erkennen, dat de toeristenindustrie zowel voor de Caribische als de voor de Europese Nederlanders, een economische factor is. Ontwikkelingsplanning,  budgettering, investeren en management door zowel hogere als lager overheden zijn de consequentie.  

    De Caribische eilanden, zijn evenals de Europese polders een nationaal bezit. De deelstaten worden als gemeenten en provincie een gelijkwaardig deel van het Koninkrijk. Ze contribueren aan de bron van rijkdom die iedere Nederlander toekomt.

    2.    Apart

    De burgers van de deelstaten van het Koninkrijk zouden kunnen beslissen, daar geen behoefte aan te hebben. De eilandbewoners zullen dan hun eigen verantwoordelijkheid moeten nemen.

    We zullen ons in dit tweede geval moeten weren tegen mogendheden, die niet in ons belang in ons geïnteresseerd zijn. Tevens zullen wij als Creolen met onze buren in de Caribe moeten streven naar een eigen Caribische federatieve staat. Minimaal, een Caribische economische éénheid.    

     

    Het gaat om 17 millioen mensen, niet om 12 provincies en 6 eilanden!

     

    You can't have your cake and eat it

    Maar, waarom niet?!

    Als volwassen democratische westerlingen zullen we een beslissing nemen, liefst in consensus, maar in ieder geval één waarmee iedereen kan leven.

     

    Eat your cake and have it

    Europees en Caribisch zijn wel anders, maar niet incompatibel!

    Als Nederlanders belijden wij verschillende religies en spreken wij verschillende talen. Met verschillende gewoonten en gebruiken leven wij al eeuwen en het staat iedere Nederlandse staatsburger vrij om te wonen waar hij wil.

    Ad. 1:

     

    Mijn voorkeur is een verzameling van vrije Nederlandse burgers onder één rechtvaardig noemer: Het Koninkrijk der Nederlanden. N.B.: Het hoeft niet persé een koninkrijk te zijn, maar dat is waar we het voorlopig mee moeten doen.

    Wij zijn in 500 jaar een éénheid van twee volkeren in twee continenten geworden. Wij zijn nog lang niet uitgemendeld, maar wie heeft daar haast mee? In een wereld, waarin door onze technologische kennis afstanden tussen landen en beschavingen steeds kleiner worden, is het onbegrijpelijk, dat mensen met dezelfde historie en bloedbanden elkaar als gelijken zouden afwijzen. Eigenlijk zou ik willen zeggen: onaanvaardbaar is, dat de Atlantische Oceaan tot Berlijnse Muur verheven wordt.  

    Als Nederlanders zijn wij overal en onder alle omstandigheden één. Op Texel met schapen, zowel als in Eindhoven met elektronica. Friezen zijn voor Limburgers onverstaanbaar en spreken daarom samen Nederlands.

    Dat een boer iedere dag een eitje eet, is niet anders dan, dat een stedeling iedere week de laatste films ziet, of dat een Antilliaan voortdurend van zon en zee geniet.

    Als we voor elkaar altijd en overal een éénheidsworst verlangen, ontzeggen we elkaar onze persoonlijke vrijheid. Dit is een onacceptabele inbreuk in onze integriteit.

    Het eigene van ieder mens is dat hij ongelijk is aan ieder ander en vrij is te proberen te worden als een ander. In onze hoedanigheid van burger van hetzelfde land zijn onze rechten gelijk. Zonder onvoorwaardelijk over gelijke rechten te beschikken is er in geen land rechtvaardigheid mogelijk.

    Onze vrijheid moet iedere burger de mogelijkheid bieden om daar te gaan wonen in ons land, waar hij het beste zijn economische behoeften kan bevredigen en waar hij het liefste is.

    Niet alle Fransen wonen aan de Côte d' Azur, maar ze kunnen er wel allemaal van genieten.

     

    Ad. 2:

     

    Wanneer wij besluiten niet langer een éénheid te zijn,

     

    1.    dan moeten wij overwegen om nog wat tijd met de achterblijvers in Europa te negotiëren. Deze tijd is nodig om met onze buren in de Kraal de benodigde structuur voor een gemeenschappelijke Caribische economie op competitieve schaal te bepalen.

    Hetzij dienstverlening, hetzij productie. Liefst beiden. De één kan de ander bevorderen. 

    • Ieder voordeel heeft z'n nadeel!

    Tot nu toe tracht ieder van de talloze eiland- en kustsamenlevingen in de Caribe zijn voordeel te behalen uit dienstverlening.

    Dankzij onze permanente zegeningen van zon en zee ontwikkelen wij toerisme. Echter, de jaarlijks terugkerende ellende van wind en weer blijft een handicap. Kunnen we deze ellende reduceren, dan vergroot het rendement van de investeringen.

    • Ieder nadeel heeft z'n voordeel!

    Zon en zee zijn onze bronnen van geluk, die wij tegen de stormen die het bedreigen moeten verdedigen. Met de gratis energie, die m.n. de zon en de wind ons schenken, kunnen wij met elkaar en voor elkaar de bescherming en faciliteiten produceren, die het mogelijk maken langer en meer van onze zegeningen te genieten. Een gezamenlijke industrie en infrastructuur voor een gezamenlijke markt.

     

    2.    en moeten wij bepalen

    • Welke producten welke behoeften kunnen bevredigen;
    • Welke landen in de Caribe het eerst in aanmerking komen voor de vestiging van de hoofdindustrie;
    • Welke landen in de Caribe welke ondersteunende industrie kunnen leveren;
    • Welke landen in de Caribe over de meest geschikte factor condities beschikken;
    • Welke investering en ROI per opportunity.

    NB.:Onze producten zijn in de eerste plaats voor onze captive use en daarna al of niet gemodificeerd, voor waar ook ter wereld.

     

    3.    en tenslotte de daad bij het woord voegen

    • Get together, make a deal and aim to be happy worrying as one Caribbean people!
    • Negotieer nog wat investeringskapitaal uit de Nederlandse boedel voor een democratisch kapitalisme.
    • Nodig grootinvesteerders uit te participeren in Caribe, het meest overzichtelijke, diverse en onderling afhankelijke land ter wereld.

     

     

    Epiloog

    We beleven in het Koninkrijk der Nederlanden al meer dan 50 jaar een identiteitsdrama. Groepen mensen op hun eigen rots of in hun eigen polder, die elkaar van tijd tot tijd toeschreeuwen of omarmen, maar meestal exclusief met zich zelf bezig zijn. Het duurt en duurt maar voort.

    Mensen, die territoria of economische belangen vertegenwoordigen, mensen met eigen agenda's, maar zelden mensen die elkaar vertegenwoordigen.

     

    Ondertussen ontwikkelt zich een wereldeconomie, waarin wij als burgers van het Koninkrijk der Nederlanden in de Caribe en in Europa ons belang hebben.

    De Nederlandse staatsburgers zijn immers volkeren van twee continenten. Twee takken van één en dezelfde boom. Voor sommigen is de metafoor een moeder en haar kind, die nog altijd met de navelstreng aan elkaar verbonden zijn. Dit beschrijft een curatorium. De eilanden waren evenals de polders bij het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden het territorium van Nederlanders. Hoe dit bezit staatkundig toen of nu ook gedefinieerd is, het bepaalt Nederland.

    Ik geef de voorkeur aan één stam met twee takken.

     

    Er is één staatkundige orde, die alle Nederlanders hun rechtsgelijkheid biedt. En  iedere Nederlander mag zelf bepalen waar hij als individu zijn bestaan wil hebben, zonder de determinant van zijn geboorteplaats.

    Hoe lang het unieke aspect van de Nederlander nog zal bestaan, is afhankelijk van de krachten die aan de boom zagen.

     

    De geschiedenis heeft ons gevormd. De beheersing en ontwikkeling van onze verstandelijke vermogens, biedt ons een toekomst waarin de vrije keus van ieder van ons gewaarborgd is, zolang onze boom niet gemutileerd wordt:

    Een rots of een polder zijn geen doel op zich.

    Ze zijn slechts de verzekering voor de vrije Nederlandse staatsburger om zich in rechtsgelijkheid te mogen ontplooien.    

    Iedere Nederlandse staatsburger mag zelf bepalen of hij deel uitmaakt van het Caribische, of Europese volk en wanneer.

     

     

     




0.4187 // 33