Toetsings-RTC december 2008

Download This Document (.pdf)



  • Conclusies van de Toetsings-Ronde Tafel Conferentie van het Koninkrijk der Nederlanden, gehouden op 15 december 2008 te Willemstad, Curaçao


    De delegaties van: de regering van Nederland; de regering van de Nederlandse Antillen; de regering van Aruba; het eilandgebied Bonaire; het eilandgebied Curaçao; het eilandgebied Sint Eustatius; het eilandgebied Sint Maarten; het eilandgebied Saba;


    overwegende,


    dat tijdens de start-Ronde Tafel Conferentie van 26 november 2005 de regeringen van


    Nederland, van de Nederlandse Antillen, en van Aruba zich samen met Bonaire,


    Curaçao, Sint Eustatius, Sint Maarten en Saba hebben uitgesproken voor een


    gezamenlijke toekomst binnen het Koninkrijk der Nederlanden;


    dat tijdens de Start-Ronde Tafel Conferentie van 26 november 2005 de door de


    regeringen van Nederland, van de Nederlandse Antillen, en van Aruba en samen met


    de eilandgebieden van de Nederlandse Antillen afspraken zijn gemaakt over de


    beoogde status van de eilanden Bonaire, Curaçao, Sint Eustatius, Sint Maarten en


    Saba binnen het Koninkrijk der Nederlanden met het oog op de toekomst en het


    welzijn van de bevolking;


    dat de regering van Nederland en de bestuurscolleges van de eilanden Bonaire, Sint


    Eustatius en Saba tijdens een bestuurlijk overleg op 10 en 11 oktober 2006 afspraken


    hebben gemaakt over de positie van de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba als


    openbaar lichaam binnen het Nederlandse staatsbestel;


    dat de regering van Nederland, de regering van de Nederlandse Antillen, en de


    bestuurscolleges van Curaçao en Sint Maarten tijdens een bestuurlijk overleg op 2


    november 2006 afspraken hebben gemaakt over de positie van Sint Maarten en


    Curaçao als Land binnen het Koninkrijk, en over de criteria waaraan de constituties,


    wetgeving en het overheidsapparaat van de nieuwe entiteiten binnen het Koninkrijk


    moeten voldoen;


    dat de afspraken gemaakt tijdens het bestuurlijk overleg op 10 en 11 oktober 2006 en tijdens het bestuurlijk overleg op 2 november 2006 zijn gesteund door de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de Staten van de Nederlandse Antillen en de eilandsraden van Bonaire, Curaçao, Sint Eustatius, Sint Maarten en Saba; en nadien zijn uitgewerkt in de vergaderingen van de Politieke Stuurgroep Staatkundige Veranderingen; dat de conferentie deze afspraken bevestigt;


    1/8


    dat tijdens de start-Ronde Tafel Conferentie is afgesproken dat het proces van staatkundige herstructurering gefaseerd zal worden uitgevoerd, bestaande uit een ontwerpfase en een implementatiefase;


    dat deze toetsings-Ronde Tafel Conferentie de overgang van de ontwerpfase naar de im plementatiefase markeert.


    Statuut


    1 De conferentie heeft kennisgenomen van het voorstel van Rijkswet tot wijziging van het Statuut. In dit voorstel geldt voor de nieuwe landen evenals voor de huidige landen in het Koninkrijk het uitgangspunt dat de landen de eigen belangen zelfstandig behartigen en op voet van gelijkwaardigheid de gemeenschappelijke belangen verzorgen en wederkerig bijstand verlenen

    2 De conferentie stelt vast dat de volgorde waarin de Landen van het Koninkrijk zullen worden genoemd in het Statuut zal zijn: Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten.

     


    lJ Rijkswetten


    1 Nederland, de Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten hebben in de Politieke Verklaring van 12 november 2007 afspraken gemaakt over de betrokkenheid van Curaçao en Sint Maarten in de procedure voor de totstandkoming van de consensus-rijkswetten die voortvloeien uit de Slotverklaring van 2 november 2006.

    2 De conferentie heeft geconstateerd dat het voorstel van Rijkswet Openbare Ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en het voorstel van Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie in de Rijksministerraad zijn behandeld. Voor wat betreft de zetelplaats van het Gemeenschappelijke Hof was geen overeenstemming met Aruba. De voorstellen zijn voor advies aangeboden aan de Raad van State van het Koninkrijk, met inachtneming van de besluiten van de Politieke Stuurgroep Staatkundige Veranderingen van 16 februari 2008, van 22 mei 2008 en van 1 oktober 2008 inzake de vraagstelling aan de Raad van State van het Koninkrijk.

     


    In de adviesaanvraag aan de Raad van State van het Koninkrijk is expliciet aandacht gevraagd voor de aanwijzingsbevoegdheid van de Minister van Justitie in zjjn hoedanigheid van lid van de Raad van Ministers van het Koninkrijk. Deze aanwijzingsbevoegdheid heeft betrekking op opsporing en vervolging van strafbare feiten.


    -~------""'


    ..... ~--_ ... -. ..._--­


    Deze voorstellen van rijkswet zullen na ommekomst van het advies van de


    Raad van State van het Koninkrijk en bespreking daarvan in de


    Rijksministerraad worden toegezonden aan de Tweede Kamer en aan de


    Staten van de Nederlandse Antillen en van Aruba.


    3. De conferentie heeft geconstateerd dat er bestuurHjke overeenstemming is tussen Nederland, de Ned~rlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten over het voorstel van rijkswet Politie van Curaçao, 'Van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, het voorstel van rijkswet Raad voor de Rechtshandhaving en voorstel van rijkswet Financieel Toezicht en dat deze na behandeling in de Rijksministerraad zullen worden aangeboden aan de Raad van State van het Koninkrijk, met inachtneming van het besluit van de Politieke Stuurgroep Staatkundige Veranderingen van 26 november 2008 inzake de vraagstelling aan de Raad van State van het Koninkrijk. Deze voorstellen van rijkswet zullen vervolgens, zonodig na bespreking daarvan in de Rijksministerrraad, worden toegezonden aan de Tweede Kamer en aan de Staten van de Nederlandse Antillen en van Aruba.


    In de adviesaanvraag over het voorstel van Rijkswet Financieel Toezicht aan de Raad van State van het Koninkrijk wordt specifiek aandacht gevraagd voor de vormgeving van de beroepsprocedure bij de Raad van State en mogelijke varianten daarvan.


    Gezonde startpositie

     


    1. Tijdens de Start-Ronde Tafel Conferentie hebben partijen als gezamenlijk uitgangspunt afgesproken dat de nieuwe entiteiten in een gezonde startpositie komen. Daartoe zijn gezamenlijk afspraken gemaakt over een deugdelijk begrotingsbeleid, het op orde brengen van het financieel beheer, een effectief toezichtskader, het voorkomen van nieuwe schuldopbouw en over de schuldsanering. In dat kader zou Nederland een oplossing bieden voor de schu Idenproblematie k. Die afspraken alsmede de nadien door Nederland aangeboden bijdrage tot oplossing van de schuldenproblematiek, zijn neergelegd in het Besluit tijdelijk financieel toezicht Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint l"1aarten1. Voor de periode vanaf de start van de nieuwe landen zijn afspraken gemaakt met betrekking tot het bestendigen van een gezonde financiële huishouding. Die afspraken zijn uitgewerkt in het voorstel van consensus rijkswet financieel toezicht waarmee de Politieke Stuurgroep Staatkundige Veranderingen in de vergadering van 25 en 26 november 2008 heeft ingestemd. Het afgesproken toezichtskader is er op gericht dat de nieuwe landen


    2. Met inachtneming van de afspraken inzake schuldsanering die zijn neergelegd in het Besluit Tijdelijk Financieel Toezicht Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten, zal met de schuldsanering een aanvang worden gemaakt.


    3. Nederland zal op verzoek van de Tweede Kamer de Algemene Rekenkamer vragen advies uit te brengen over de omvang van de schuldsanering. Een en ander zal de start van de schuldsanering niet ophouden.


    het toezicht op termijn overbodig wordt.


    Staatsblad 2008, 512

     

    IV Sint Maarten


    1 De conferentie heeft kennisgenomen van voorstellen voor de Staatsregeling en voor de organieke wetten van het toekomstige Land Sint Maarten die het bestuurscollege van Sint Maarten ter toetsing heeft aangeboden.

    2 De conferentie heeft kennisgenomen van het advies van de Toetsingsadviescommissie2 en van de reacties van Sint Maarten en van Nederland hierop, en van de rapportage van de Voorbereidingscommissie­Ronde Tafel Conferentie van 12 december 20083.

    3 De conferentie stelt op grond van de rapportage van de Voorbereidingscommissie-Ronde Tafel Conferentie vast dat het voorstel voor de Staatsregeling en de getoetste voorstellen voor de organieke wetten van Sint Maarten voldoen aan de gestelde criteria, met in achtneming van de in de rapportage genoemde opmerkingen. Jn de bijlage van de besluitenlijst van de politieke stuurgroep Staatkundige Veranderingen van 26 november 2008 staan de afspraken over de vervolgprocedure.

    4 De voorstellen voor de Staatsregeling en voor de organieke wetten van Sint Maarten zullen verder via de van toepassing zijnde procedures worden behandeld.

     


    V Curaçao


    1 De conferentie heeft kennisgenomen van voorstellen voor de Staatsregeling en voor de organieke wetten van het toekomstige Land Curaçao die het bestuurscollege van Curaçao ter toetsing heeft aangeboden.

    2 De conferentie heeft kennisgenomen van het advies van de Toetsingsadviescommissie" en van de reacties van Curaçao en van Nederland hierop, en van de rapportage van de Voorbereidingscommissie-Ronde Tafel Conferentie van 12 december 20085•

     


    Ingesteld bij Koninklijk Besluit van 20 oktober 2008 Bij deze conclusies gevoegd

     

    ._---.-.-------­

     


    1 De conferentie stelt op grond van de rapportage van de Voorbereidingscommissie-Ronde Tafel Conferentie vast dat het voorstel voor de Staatsregeling en de getoetste voorstellen voor de organieke wetten van Curaçao voldoen aan de gestelde criteria, met in achtneming van de in de rapportage genoemde opmerkingen. In de bijlage van de besluitenlijst van de Politieke Stuurgroep Staatkundige Veranderingen van 26 november 2008 staan de afspraken over de vervolgprocedure.

    2 De voorstellen voor de Staatsregeling en voor de organieke wetten van Curaçao zullen verder via de van de toepassing zijnde procedures worden behandeld.

     


    VI Bonaire, Sint Eustatius en Saba


    1 De Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; de Wet financiële verhouding openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; de wijziging van de Kieswet in verband met de nieuwe staatsrechtelijke positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba als openbaar lichaam van Nederland; de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, vormen een belangrijke basis voor de nieuwe status van Bonaire, Sint Eustatius en Saba als openbare lichamen binnen het Nederlandse staatsbestel. Op 21 november 2008 zjjn de voorstellen van de voorgenoemde wetten behandeld door de Nederlandse Ministerraad en zijn deze vervolgens voor advies aan de Raad van State gezonden.

    2 De wet houdende goedkeuring van verdragen met het oog op het voornemen deze toe te passen op Bonaire, Sint Eustatius en Saba is in de Rijksministerraad van 2 december 2008 behandeld en is vervolgens voor advies doorgezonden aan de Raad van State.

    3 De conferentie heeft kennisgenomen van de voorstellen van wet voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba, die na ommekomst van het advies van de Raad van State zullen worden toegezonden aan de Tweede Kamer.

    4 De conferentie heeft geconstateerd dat met de behandeling hiervan in de Nederlandse Ministerraad een belangrijke stap is gezet voor de toekomst en het welzijn van de bevolking van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

     


    VII Implementatie

     


    1. De conferentie stelt vast dat een aanvang gemaakt kan worden met de implementatiefase zoals bedoeld in de Slotverklaring van de Start-Ronde Tafel Conferentie en met de implementatie zoals bedoeld In de Slotverklaring van het bestuurlijk overleg van 2 november 2006.


    2. Ter voorbereiding van de Slotconferentie als bedoeld in de Slotverklaring van de Start-Ronde Tafel Conferentie, zal het presidium van de Voorbereidingscommissie-Ronde Tafel Conferentie aangevuld met een vertegenwoordiger van Nederland, van de Nederlandse Antillen, van Curaçao en van Sint Maarten beoordelen en advies uitbrengen in hoeverre de (voorbereiding van de) implementatie van de nieuw te vormen landen voldoet aan de overeengekomen criteria6. Het aangevulde presidium kan waar zij dat nodig acht deskundigen inschakelen. Voorts kan het aangevulde presidium gevraagd en ongevraagd tussentijds rapporteren en adviseren aan de Politieke Stuurgroep Staatkundige Veranderingen.


    3. De toetsing van de implementatie van de samenwerkingsafspraken zoals vastgelegd in de Slotverklaring van 2 november 2006 zal plaatsvinden in de Politieke Stuurgroep Staatkundige Veranderingen.


    5/8


    Zoals overeengekomen te Willemstad, Curaçao op 15 december 2008,


    De Voorzitter,


    J.P. Balkenende R. van Zwol


    zie de brief van de Algemeen Secretaris van de Voorbereidingscommissie-Ronde Tafel


    Conferentie van 7 maart 2006 en de bijlage daarbij en de Slotverklaring van 2 november


    2006.


    6/8


    ---------. ----_. __..


    Voor de delegatie van Nederland,

     


    *


    Voor de delegatie van de Nederlandse Antillen


    *


    Voor de delegatie van Aruba,


    N.. Oduber


    *


    7/8


    --------_._-­


    *


    *


    Voor de delegatie v


    Bijlage: Rapportage van de Voorbereidingscommissie-Ronde Tafel Conferentie van 12 december 2008


    8/8


    Rapportage van de Voorbereidingscommissie-RTC aan de RTC inzake de toetsing van de Staatsregelingen en organieke wetten van Curaçao en van Sint Maarten


    I. Inleiding


    * De V-RTC heeft kennisgenomen van de constatering van de Toetsingsadviescommissie dat de staatsregelingen en de ter toetsing aangeboden organieke wetten in hoge mate voldoen aan de in de brief van 7 maart 2006 van de Algemeen Secretaris van de RTC vastgelegde criteria zoals bevestigd in de Slotverklaring van het bestuurlijk overleg van 2 november 2006.

    *


    * De V-RTC heeft aan de hand van het rapport van de Toetsingsadviescommissie en de reacties daarop van Curaçao, van Sint Maarten en van Nederland, de Staatsregelingen en de aangeboden organieke wetten van Curaçao en van Sint Maarten getoetst. In de bijlage van de besluitenlijst van de Politieke Stuurgroep Staatkundige Veranderingen van 26 november 2008 staan de afspraken over de vervolgprocedure.

     

    De V-RTC heeft op basis van de schriftelijke reacties van Curaçao en van Sint Maarten over het rapport van de Toetsingscommissie aan de Algemeen Secretaris van de RTC vastgesteld dat de bestuurscolleges van Curaçao en Sint Maarten het overgrote deel van de adviezen van de Toetsingsadviescommissie overnemen.

    * De V-RTC heeft zich beperkt tot de bespreking van de opmerkingen van de Toetsingsadviescommissie waarvan de bestuurscolleges hebben aangegeven ze niet over te nemen.

     


    Il. Curaçao


    1. De Toetsingsadviescommissie merkt op dat in de Staatsregeling dient te worden aangegeven voor welk soort referendum de staatsregeling een basis dient te bieden.


    Reactie Curaçao: Curaçao geeft aan de formulering open te willen houden om later na een brede maatschappelijke discussie pas te bepalen voor welk type referendum men de basis wil bieden. De algemene voorkeur gaat uit naar een raadgevend referendum, maar de discussie daaromtrent zal eerst afgerond moeten worden.


    V-RTC: in de V-RTC is stilgestaan bij de bezwaren van een open formulering. De V-RTC wijst er op dat zond.er expliciete basis in de Staatsregeling een bindend correctief referendum niet mogelijk is. Een bindend correctief referendum kan immers leiden tot het van rechtswege vervallen van een voorsteHandsverordening dat al door de Staten is vastgesteld. Daarmee zet een bindend correctief referendum de bepalingen van de Staatsregeling inzake de wetgevingsprocedure en de bevoegdheid van de wetgever deels opzij. Vanwege de ingrijpendheid van een dergelijk referendum is benoeming in de Staatsregeling noodzakelijk.


    Conclusie V-RTC: de V-RTC heeft geconcludeerd dat de Staatsregelin.g op dit punt moet worden


    aangepast indien uit de brede maatschappelijke discussie het bindend correctief referendum als


    wenselijke referendumvorm komt. Zonder deze aanpassing is het niet mogelijk een dergelijk


    referendum bij landsverordening te regelen. De delegatie van Curaçao is het er mee eens dat een


    bindend corr,e;:ndumJiSm:$Staatsregeling. 'NY~1/6


    2. De Toetsingsadviescommissie merkt op dat Curaçao nog niet heeft voldaan aan de criteria 9 (implementatie rapport Konfiansa) en 10 (periodiek houden van audits en in tegriteitsonderzoeken).


    Reactie Curaçao: Curaçao meent dat de criteria 9 en 10 geen criteria zijn die betrekking hebben op de Staatsregeling of organieke wetten.


    V-RTC: de V-RTC deelt de mening van Curaçao gedeeltelijk. Een aantal van de aspecten die kunnen worden gevat onder de genoemde criteria zullen echter een plaats moeten krijgen in de comptabiliteitsverordening (zoals regels rondom aanbestedingen). Deze verordening wordt wel tot de organieke regelgeving gerekend en zal door Curaçao nog worden aangeboden aan de toetsingsadviescommissie. Voorts zal ook de landsverordening financiering politieke partijen nog moeten worden aangeboden. Overigens hoeft die niet zijn basis te vinden in de Staatsregeling. De criteria 9 en 10 worden overigens getoetst bij de implementatie.


    Conclusie V-RTC: De hiervoor genoemde landsverordeningen zullen door Curaçao nog worden aangeboden aan de Toetsingsadviescommissie.


    3. De Toetsingsadviescommissie merkt op dat de in artikel 3 tweede lid, sub g van de ontwerp­landsverordening Ombudsman genoemde grond voor ontslag van de ombudsman dient te vervallen.


    Reactie Curaçao: Curaçao geeft aan het artikel te willen handhaven maar dat het bereid is om in de betreffende landsverordening op te nemen dat toepassing van het bedoelde artikel alleen kan plaatsvinden met een gekwalificeerde meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen in de Staten.


    Conclusie V-RTC: de V-RTC stemt in met de reactie van Curaçao.


    4. De Toetsingsadviescommissie merkt op dat het onderscheid tussen de zelfstandige bestuursorganen (art. 122 Staatsregeling) en de openbare lichamen (art. 121 Staatsregeling) niet duidelijk is. Als de bepaling wordt gehandhaafd, moet de noodzaak van de bepaling naast art. 121 duidelijker worden gemaakt.


    Reactie Curaçao: Curaçao stelt dat het opnemen van de zelfstandige bestuursorganen in de


    Staatsregeling nodig is met name om verordenende bevoegdheid mogelijk te maken.


    Discussie V·RTC: In de V-RTC wordt opgemerkt dat het onderscheid tussen de zelfstandige bestuursorganen en openbaar lichaam niet heel scherp gedefinieerd is, maar dat er begrip is voor het standpunt van Curaçao. Wel wordt door Nederland opgemerkt dat indien het artikel wordt gehandhaafd het wenselijk is dat aan het vijfde lid van artikel 122 wordt aangevuld met de vernietigingsgrond 'strijd met het algemeen belang' (vergelijk artikel 121, derde lid). De delegatie van Curaçao heeft aangegegeven het voorstel van Nederland te zullen overnemen.


    5.


    de Staten dient te worden

     


    ,/


    ----~---.


    Reactie Curaçao: Curaçao stelt dat dergelijke bepalingen niet nodig zijn. De comptabiliteitsverordening biedt voldoende waarborgen voor de Staten om middels de landsbegroting leningen en garanties binnen de afgesproken normen, in de greep te houden. Bovendien biedt de consensus-rijkswet Financieel Toezicht voldoende waarborgen. Ook de leenfrequentie en de benodigde snelheid van handelen die soms noodzakelijk is verzetten zich tegen een dergelijk vereiste.


    Conclusie V-RTC: de V-RTC deelt de visie van Curaçao.


    6. In haar reactie op het advies van de Toetsingsadviescommissie merkt Nederland op dat de preambule van de Staatsregeling van Curaçao spreekt van het zelfbeschikkingsrecht als een absoluut recht.


    Reactie Curaçao: Curaçao wenst de passage in de Staatsregeling te handhaven. Curaçao spreekt uit dat het voor Curaçao vanzelf spreekt dat statuswijziging binnen het Koninkrijk alleen kan plaatsvinden na overeenstemming met de andere landen in het Koninkrijk.


    Discussie V-RTC: Nederland stelt dat het zelfbeschikkingsrecht betrekking heeft op het recht om uit het Koninkrijksverband te treden, over statuswijzigingen binnen het Koninkrijksverband dient altijd overeenstemming te zijn tussen de landen in het Koninkrijk.


    Conclusie RTC: De RTC stelt vast dat er materieel overeenstemming is over de reikwijdte van het zelfbeschikkingsrecht. In de Memorie van Toelichting bij de Staatsregeling zal dit op de volgende wijze worden toegelicht:


    "Zolang de bevolking van Curaçao ervoor kiest deel te blijven uitmaken van het Koninkrijk


    der Nederlanden zal terzake de statuswijziging binnen het Koninkrijk overleg met de


    partners noodzakelijk zijn. De gewenste status kan slechts na overeenstemming met de


    andere landen worden gerealiseerd."


    III Sint Maarten


    Sint Maarten heeft bij brief van 3 december 2008 een groot deel van de aanbevelingen van de


    Toetsingsadviescommissie overgenomen en de daarbij behorende wetstekstvoorstellen


    aangeleverd.


    1. De Toetsingsadviescommissie merkt op dat materieel niet is afgeweken van de consensus­rijkswetten voor het Gemeenschappelijk Hof, het Openbaar Ministerie en de politie, maar dat wel in de formuleringen aanpassingen wenselijk zijn.


    Reactie Sint Maarten: Sint Maarten is van mening dat de Staatsregeling volledig in


    overeenstemming is met deze consensusrijkswetten. Sint Maarten heeft ervoor gekozen, zoals


    vermeld in de toelichting, de beginselen met betrekking tot de rechtspraak, het Openbaar


    Ministerie en de politie neer te leggen in de Staatsregeling conform de consensusrijkswetten.


    Discussie V-RTC: Nederland brengt in dat de gedetailleerde omschrijvingen in de Staatsregeling


    op een aantal specifieke punten niet geheel overeenstemmen met de genoemde consensus­


    rijkswetten. Bovendien zal aanpassing van de rijkswetten lastig zijn als de Staatsregeling


    over de rechtspraak, het Openbaar Ministerie en de politie verdienen de voorkeur boven een uitvoerige regeling en zal ook voldoende juridische grondslag bieden voor de genoemde instituties.

     


    Conclusie V-RTC: de opmerking van Nederland wordt gedeeld door de V-RTC. Sint Maarten geeft aan de Staatsregeling conform aan te zullen passen.


    2. De Toetsingsadviescommissie merkt op dat de ontwerp-Staatsregeling van Sint Maarten diverse mogelijkheden kent om bij landsverordening de Staatsregeling te beperken of aan te vul/en. De adviescommissie geeft aan dat op een aantal punten dit al/een bij gekwalificeerde (twee derden) meerderheid mogelijk zou moeten zijn.


    Reactie Sint Maarten: Sint Maarten geeft aan dat voor vele landsverordening in de Staatsregeling een gekwalificeerde meerderheid wordt voorgeschreven. Jn zijn reactie heeft Sint Maarten verder een gekwalificeerde meerderheid opgenomen voor de bepalingen ben c hierna bedoeld.


    * art. 1, lid 2 (officiële talen).

    * art. 33, lid 3 (vertrouwensregel).

    * art. 34, lid 3 (andere incompatibiliteiten voor ministersambt)

    * art. 75, vierde lid (ontslag ombudsman).

     


    Conclusie V-RTC: de V-RTC concludeert dat voor de onder b. en c. bedoelde artikelen een gekwalificeerde meerderheid wenselijk is. Voor de onder a. en d. bedoelde artikelen deelt de V-RTC het standpunt van Sint Maarten. Sint Maarten zal de artikelen conform aanpassen.


    Technische opmerking V-RTC: in art. 35 lid 4 Staatsregeling zal worden gespecificeerd welke


    verordening wordt bedoeld.


    3. De Toetsingsadviescommissie merkt op dat het wenselijk is om in de Staatsregeling op te nemen dat voor het lidmaatschap van de Raad van Advies wel het Nederlandschap van belang is en niet het ingezetenschap. Bovendien zou een minimum leeftijd voor het lidmaatschap genoemd moeten worden.


    Reactie Sint Maarten: Sint Maarten houdt vast aan de eis van ingezetenschap voor leden van de Raad van Advies in plaats van Nederlanderschap. Sint Maarten heeft in zijn reactie de mogelijkheid van buitengewone leden opgenomen, waarvoor noch de eis van ingezetene noch die van Nederland wordt voorgeschreven. Dit om ruimere mogelijkheden te hebben over deskundigheid en expertise te beschikken. In verband met het voorkomen van leeftijdsdiscriminatie neemt Sint Maarten geen minimumleeftijd op.


    Conclusie V-RTC: de V-RTC deelt de opvatting van Sint Maarten.


    4. De Toetsingsadviescommissie merkt op dat artikel 77 lid 2 Staatsregeling ('andere belangen' als reden om openbaarmaking adviezen Raad van Advies tegen te houden) te laten verval/en.


    Reactie Sint Maarten: Sint Maarten geeft aan dat het artikel overeenkomt met de tekst van de


    Nederlandse Grondwet artikel 80. Sint Maarten heeft naar zijn opvatting overtuigend aangetoond


    dat er andere overwegingen zijn om de openbaarheid in voorkomende·gevallen te beperken


    conform de Nederlandse regelingen terzake.


    Conclusie V-RTC: de V-RTC deelt de opvatting van Sint Maarten, maar voegt daar aan toe dat adviezen over wetgeving altijd openbaar zijn. Sint Maarten deelt deze opvatting en zal de Staatsregeling op dit punt verhelderen overeenkomstig artikel 80 van de Nederlandse Grondwet.


    5. De Toetsingsadviescommissie merkt op dat Sint Maarten goed moet overwegen welk type referendum men wil en pleit ervoor dit vervolgens duidelük vast te leggen in de Staatsregeling.


    Reactie Sint Maarten: Sint Maarten geeft aan de opmerking van de Toetsingsadviescommissie niet te kunnen plaatsen en neemt deze daarom niet over.


    Conclusie V-RTC: de V-RTC deelt de opvatting van Sint Maarten.


    6. De Toetsingsadviescommissie merkt op dat de rol die ten aanzien van de constitutionele toetsing wordt toebedeeld aan de Ombudsman oneigenlijk is. Voorts gaat de commissie er vanuit dat er alleen sprake zal zün van toetsing in concrete gevallen. Ten slotte adviseert de commissie om het Gemeenschappelijk Hof om advies te vragen.


    Reactie Sint Maarten: Sint Maarten handhaaft de Staatsregeling op dit punt.


    Discussie V-RTC: Nederland brengt naar voren dat artikel 116 (abstracte toetsing) van de Staatregeling over de abstracte toetsing dient te vervallen. Abstracte toetsing is een principiële verschuiving van het evenwicht tussen de staatsmachten. Het Gemeenschappelijk Hof kan door deze bevoegdheid in politiek vaarwater komen, en krijgt een wezenlijk andere taak dan de reguliere taak om in cöncrete gevallen recht te spreken. Nederland merkt op dat wetgeving niet in abstracta door de rechter aan hogere wetgeving en internationale verdragen wordt getoetst. Het Gemeenschappelijk Hof is er ook voor Aruba, voor Curaçao en voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba, het neerleggen van een dergelijke taak bij het Hof kan niet zonder instemming van de andere landen. Curaçao geeft aan dat zij geen behoefte heeft om het Hof met deze taak te belasten en te betrekken in de politiek. Curaçao pleit ervoor de constitutionele verhoudingen binnen de landen van het Koninkrijk niet te ver uit elkaar te laten lopen. Overigens zal een dergelijke toetsing ook een constante onzekerheid voor de wetgever opleveren. De taak die bij de ombudsman wordt neergelegd is ook oneigenlijk. Sint Maarten geeft aan dat het artikel juist bedoeld is als extra rechtsbescherming voor burgers, juist om tegemoet te komen aan de kritiek van bijvoorbeeld de Tweede Kamer. Het systeem op Sint Maarten moet zelf in staat zijn om de 'rule of law' af te dwingen. Ook wetgevende instanties moeten zich daar ook aan houden. Sint Maarten deelt de mening niet dat er verschuiving optreedt tussen de wetgever en de rechterlijke macht. Dat zou het geval zijn indien de rechter een andere regeling in de plaats zou kunnen stellen van die van de Staten. De toetsing aan de Staatsregeling is geen andere dan die aan hogere wetgeving en internationale verdragen, waarmee de rechterlijke macht meer dan voldoende ervaring heeft en niet als politiek wordt ervaren. De reden om de taak tot initiëren van

     


    -------~_._--­


    ombudsman een zaak kan voorleggen en bovendien gaat het alleen om vastgestelde landsverordeningen. Overigens is Sint Maarten van opvatting dat het de landen vrij staat zonder dat daarover overeenstemming met de andere landen bestaat het Hof te belasten met de in artikel 116 opgenomen taak.


    Conclusie RTC: Artikel 116 van de Staatsregeling van Sint Maarten wordt gehandhaafd met dien verstande dat nog overeenstemming moet worden bereikt tussen de partners in het Koninkrijk over een andere onafhankelijke instantie die wordt belast met de wijze van toetsing die door Sint Maarten wordt voorgestaan.


    7. De Toetsingsadviescommissie pleit voor een andere procedure voor de aanpassing van de Staatsregeling.


    Reactie Sint Maarten: Sint Maarten stelt dat de door de Toetsingsadviescommissie voorgestelde


    procedure in strijd is met het Statuut en inconsistent met de ontwerp-rijkswet tot wijziging van het

     

     




0.4963 // 35