Vaststelling van de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties voor het jaar 2009

Download This Document (.pdf)



  • ONTWERPBEGROTING 2009

     

     

     

    KONINKRIJKSRELATIES (IV)

     

     

    Vaststelling van de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 2009

     

    VOORSTEL VAN WET

     

    Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     

    Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

    Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat ingevolge artikel 105 van de Grondwet de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Rijk bij de wet moet worden vastgesteld en dat in artikel 1 van de Comptabiliteitswet 2001 wordt bepaald welke begrotingen tot die van het Rijk behoren;

    Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

     

    Artikel 1

     

    De bij deze wet behorende begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 2009 wordt vastgesteld.

     

    Artikel 2

     

    De vaststelling van de in artikel 1 bedoelde begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.

     

    Artikel 3

     

    Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari van het jaar waarop de vaststelling van de begroting betrekking heeft. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven op of na de datum van 1 januari, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van dat Staatsblad en werkt zij terug tot en met 1 januari.

     

    Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

     

     

    Gegeven

     

     

     

    De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

    G. ter Horst

     

     

     

    De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties,

    A. Th. B. Bijleveld-Schouten

    Vaststelling van de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 2009

     

    Begrotingsstaat behorende bij de Wet van ......, Stb. ....

    Begroting 2009

    Koninkrijksrelaties (x € 1 000)

     

     

     

     

     

    (1)

     

     

    Omschrijving

    Oorspronkelijk vastgestelde begroting

     

     

     

     

     

     

     

    verplichtingen

    uitgaven

    ontvangsten

     

     

     

     

     

     

    TOTAAL

     

    348.595

    16.271

     

     

     

     

     

     

    Beleidsartikelen

     

     

     

    1

    Waarborgfunctie

    57.487

    57.487

    4.464

    2

    Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

    279.917

    289.758

    11.807

     

     

     

     

     

     

    Niet-Beleidsartikelen

     

     

     

    3

    Nominaal en onvoorzien

    1.350

    1.350

    0

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Ons bekend,

     

    De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

     

     

    De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

    Begrote ontvangsten naar beleidsterrein voor 2009 (x € miljoen)

     

     

     

    Begrote uitgaven naar beleidsterrein voor 2009 (x € miljoen)

     

    MEMORIE VAN TOELICHTING

     

    A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSVOORSTEL

     

    B. DE BEGROTINGSTOELICHTING

                                                                                                                                         Blz.

    1.     Leeswijzer

     

    2.     Beleidsagenda

     

    3.     Beleidsartikelen

     

    4.     De niet-beleidsartikelen

                                                                                                                                                           

    5.     Het verdiepingshoofdstuk

     

    6.     Bijlage moties en toezeggingen

     

    7.     Lijst van afkortingen en trefwoordenregister

    A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETVOORSTEL

     

    Wetsartikel 1

     

    De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 2009 vast te stellen.

     

    Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2009. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2009.

     

    Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten voor het jaar 2009 vastgesteld. De in de begroting opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht. (de zgn. begrotingstoelichting).

     

     

     

    De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

     

    G. ter Horst

     

     

     

    De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties,

     

    A. Th. B. Bijleveld-Schouten

    B. BEGROTINGSTOELICHTING

     

    1. LEESWIJZER

     

    Opbouw begroting 2009

    De begroting Koninkrijksrelaties is opgebouwd uit twee beleidsartikelen en één niet-beleidsartikel.

    In de beleidsagenda, hoofdstuk 2, wordt op hoofdlijnen het beleid voor het komende jaar uitgezet. In hoofdstuk 3 "Beleidsartikelen" van de begrotingstoelichting worden de beleidsartikelen toegelicht. Dit jaar is een nieuw artikelonderdeel in deze begroting opgenomen. Het gaat hier om artikelonderdeel 2.4 Schuldsanering. In hoofdstuk 4 "De niet-beleidsartikelen"  wordt het niet-beleidsartikel van deze begroting toegelicht. De nadere verdieping en de financiële onderbouwing vinden plaats per beleidsartikel in het verdiepingshoofdstuk 5.

     

    Het onderstaande schema geeft de opbouw van de beleidsartikelen weer.

     

    Opbouw (beleids)artikelen

     

    Algemene beleidsdoelstelling

    Omschrijving van de samenhang in het beleid

    Verantwoordelijkheden bewindslieden

    Externe factoren

    Budgettaire gevolgen van beleid

    Operationele doelstellingen

                    Motivering

                    Instrumenten

                    Meetbare gegevens

     

     

    Het verdiepingshoofdstuk

    In het verdiepingshoofdstuk wordt (in de vorm van tabellen) gedetailleerd weergegeven hoe de meerjarenramingen zijn opgebouwd sinds de vorige ontwerpbegroting.

     

    De bijlage moties en toezeggingen

    In de begroting is een bijlage opgenomen met moties en toezeggingen aan de Tweede Kamer. Per motie en toezegging wordt aangegeven wat de stand van zaken is met betrekking tot de uitvoering ervan.

    2.         BELEIDSAGENDA

     

    Algemeen

    Het proces van staatkundige hervormingen is in volle gang. Het uitwerken en uitvoeren van de gesloten akkoorden zal leiden tot een substantiële verbetering van de bestuursstructuur op de eilanden. In combinatie met de sanering van de schulden van de eilanden en een breed pakket maatregelen op sociaal en economisch gebied zal dit leiden tot een duidelijke verbetering van het welzijn van de bevolking. De uitwerking van de gesloten akkoorden over de staatkundige hervormingen vraagt veel tijd en aandacht. Vaak is spanning merkbaar tussen het benadrukken van de autonomiegedachte enerzijds en een werkbare borging van rechtszekerheid en deugdelijk bestuur anderzijds. Zorgvuldigheid en kwaliteit zijn belangrijker in dit proces dan snelheid omdat er onomkeerbare stappen worden gezet. Wel is het van belang vaart in het proces te houden zonder concessies te doen aan de kwaliteit.

     

    Het streven is om eind 2008 overeenstemming te bereiken over het pakket wetgeving dat de basis wordt van het nieuwe staatkundige bestel van het Caribisch deel van het Koninkrijk. In 2009 zal de parlementaire besluitvorming en uitvoering van deze wetgeving worden voorbereid. Curaçao en Sint Maarten zijn hiervoor grotendeels zelf verantwoordelijk, met uitzondering van de consensusrijkswetgeving, waarvoor een gezamenlijke verantwoordelijkheid geldt. Tijdens een Ronde Tafel Conferentie, die is voorzien in 2010, zal worden getoetst of de nieuw te vormen landen voldoen aan alle afgesproken criteria. Dit betekent onder meer dat de toekomstige overheidsapparaten gereed moeten zijn om de nieuwe taken uit te voeren.

     

    De belangrijkste wetgeving voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba zal eind december 2008 in ontwerp gereed zijn. Er zijn afspraken gemaakt over concrete maatregelen die op deze drie eilanden zullen worden genomen om te komen tot een aanvaardbaar voorzieningenniveau. Voor eind januari 2009 wordt gestart met het eerste pakket aan maatregelen, waardoor nog voor de statuswijziging verbeteringen op het gebied van onderwijs, veiligheid, volksgezondheid en infrastructuur in gang worden gezet. Het kabinet heeft hiervoor extra gelden vrijgemaakt. Het gaat om een bedrag van € 13 miljoen voor 2009 en € 14 miljoen voor 2010. Om dit te kunnen faciliteren treft Nederland voorbereidingen voor een gemeenschappelijk Rijksuitvoeringskantoor (Regionaal Servicecentrum) met een locatie op elk BES-eiland. In dit centrum zullen uitvoerende diensten (bijvoorbeeld inspecties, de belastingdienst en vergunningverleners) zoveel mogelijk samenwerken. Voor dit kantoor is in 2009 € 1 miljoen beschikbaar en in 2010 € 2 miljoen. Medio december 2008 zal het uitvoeringskantoor worden geopend.

     

    Gezonde startpositie

    Bij de start van het staatkundig proces is afgesproken dat samengewerkt zal worden aan het bereiken van een gezonde startpositie. Een belangrijk onderdeel hiervan is het op orde zijn van de financiële huishouding. Hiertoe is onder meer het financieel toezicht (Cft) ingesteld dat wordt uitgeoefend door het College financieel toezicht (Cft). Nadat het Cft eind 2007 startte met zijn taken voor Bonaire, St. Eustatius en Saba, zal dat naar verwachting in 2008 gebeuren voor het Land Nederlandse Antillen, Curaçao en St. Maarten. Hiermee zal de begrotingsuitvoering van de eilanden kunnen verbeteren en kan met de schuldsanering een begin worden gemaakt. Ook de uitvoering van de Sociaaleconomische Initiatieven (SEI's) zullen een positieve invloed hebben op het investeringsklimaat en de sociaaleconomische situatie op de eilanden.

     

    Bestuurskracht en rechtshandhaving

    De bestuurlijke slagkracht van de vijf eilanden blijft, gegeven intrinsieke beperkingen zoals kleinschaligheid en het eilandelijke karakter, een aandachtspunt. Via het samenwerkingsprogramma Institutionele Versterking Bestuur (IVB) kunnen Curaçao en St. Maarten in 2009 blijven werken aan de versterking van hun overheidsapparaten. Ook de samenwerking tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de vijf de eilanden zal in 2009 worden voortgezet. Daarnaast heeft Nederland in de loop van 2008 gezorgd voor personele ondersteuning voor de kabinetten van de gezaghebbers. Deze ondersteuning wordt in 2009 gecontinueerd. Geconstateerd moet worden dat op het terrein van de rechtshandhaving de schaal van de eilanden te klein is om structureel geheel zelf te voorzien in kwaliteit en kwantiteit. In overleg met de eilanden zal worden bezien of de nu al bestaande structurele samenwerking op de diverse terreinen moet worden uitgebreid, bijvoorbeeld op een essentieel terrein als de grensbewaking. Lopende verbeteringstrajecten, bijvoorbeeld met betrekking tot politie en vreemdelingenketen, zullen met kracht worden voortgezet.

     

    Aruba

    De spanning tussen autonomie en een werkbare borging van rechtszekerheid en deugdelijk bestuur is ook in het overleg met Aruba een wederkerend thema. In het Coalitieakkoord is opgenomen dat met Aruba over de bestuurlijke inrichting overeenkomstige afspraken worden nagestreefd zoals die met de Antilliaanse entiteiten eind 2006 zijn gemaakt. Het kabinet streeft ernaar met Aruba afspraken te maken over bestuurlijke verbeteringen en deze te plaatsen in de bredere context van staatkundige aanpassingen en het aflopen van het samenwerkingsprogramma in 2009. Op het gebied van de rechtshandhaving zal het samenwerkingsprogramma door blijven lopen tot 2012. Verbeteringen in de vreemdelingenketen en ondersteuning van het politiekorps zijn daarbij belangrijke aandachtpunten. 3.         BELEIDSARTIKELEN

     

    Artikel 1 Waarborgfunctie

    Algemene doelstelling 2

    Het waarborgen van de rechtszekerheid en de mensenrechten in de Nederlandse Antillen en Aruba.

    Omschrijving van de samenhang in het beleid

    Het waarborgen van de fundamentele mensenrechten en vrijheden, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van bestuur is een aangelegenheid van het Koninkrijk (artikel 43 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden). Er zijn factoren die het vervullen van deze waarborgfunctie beïnvloeden. Globalisering en internationalisering zorgen ervoor dat landsgrenzen steeds minder praktische betekenis hebben. Dit verlies kan in belangrijke mate worden gecompenseerd door het versterken van de structurele samenwerking binnen het Koninkrijk. De onderwerpen grensoverschrijdende criminaliteit, mensensmokkel, grensbewaking en terrorisme hebben daarbij een hoge prioriteit. Binnen het Koninkrijk wordt hier praktisch invulling aangegeven met geïnstitutionaliseerde samenwerkingverbanden. Zo draagt Nederland bijvoorbeeld bij aan de instandhouding van de Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba en het recherchesamenwerkingsteam (RST). Hiermee geeft het Koninkrijk tevens invulling aan internationale verplichtingen op het terrein van het tegengaan van georganiseerde criminaliteit. Daarnaast ondersteunt Nederland vanuit de waarborggedachte structureel de Rechterlijke Macht in de Nederlandse Antillen en Aruba.

     

    Consensus Rijkswetten

    Naar verwachting kunnen eind 2008 in een toetsingsconferentie de in de Slotverklaring afgesproken consensus Rijkswetten op het terrein van de rechtshandhaving worden vastgesteld. In 2009 zullen de consensus Rijkswetten op het terrein van de Politie, het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, het Openbaar Ministerie en de Raad voor de Rechtspraak worden ingebracht in het wetgevingsproces.

    Verantwoordelijkheid

    Bij de uitwerking van de staatkundige veranderingen binnen het Koninkrijk zijn verschillende bewindslieden betrokken vanuit hun eigen specifieke verantwoordelijkheid. De Kamer is hierover geïnformeerd bij brief van 30 maart 2007 (Tweede Kamer, 2006-2007, 30 800 IV, nr. 24).

    • Binnen de door de minister en staatssecretaris van BZK afgesproken werkverdeling is de staatssecretaris van BZK verantwoordelijk voor het gehele 'Antillendossier' (staatkundige ontwikkelingen, waarborgfunctie en samenwerking). Dit betekent dat de staatssecretaris verantwoordelijk is voor het transitieproces en daarmee eerste gesprekspartner is voor de staatkundige veranderingen voor het Land Nederlandse Antillen, de eilandgebieden en voor Aruba.
    • Namens het Nederlandse kabinet is de staatssecretaris van BZK verantwoordelijk voor de omvorming van Bonaire, St. Eustatius en Saba tot openbaar lichaam binnen het Nederlandse staatsbestel. Overigens zijn alle Nederlandse ministers bij de voorbereiding voor deze statuswijziging van de drie eilanden betrokken. In de nieuwe staatkundige situatie zijn zij immers op hun eigen vakgebied verantwoordelijk voor deze eilanden.
    • Bij de uitwerking van de afspraken die in november 2006 zijn gemaakt tussen Nederland, het Land Nederlandse Antillen, Curaçao en St. Maarten zijn voorts de minister van BZK en de minister van Financiën in het bijzonder betrokken.

    De minister van BZK is eerstverantwoordelijke voor de Nederlandse inhoudelijke inbreng bij de consensus-rijkswet voor de organisatie van de politie.

    De staatssecretaris van BZK is samen met de minister van Financiën verantwoordelijk voor de uitwerking van de afspraken die gemaakt zijn over de financiën (schuldsanering, financieel toezicht, monetaire zaken, de consensusrijkswet financiële normering enz.).

    • De minister van Justitie is opdrachtgever en dus eerstverantwoordelijke voor de aanpassing van het Statuut evenals voor de organieke wetten ter uitvoering daarvan met betrekking tot de rechtspleging en de rechtshandhaving en voor eventuele wijzigingen van de overkoepelende bestuursstructuur. Tevens draagt hij zorg voor de Nederlandse inbreng ten aanzien van de rechtspleging en rechtshandhaving.
    • Op basis van het Statuut hebben de ministers van Defensie en van Buitenlandse Zaken een eigen specifieke verantwoordelijkheid op grond van artikel 3 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. Bovendien is de Minister van Defensie verantwoordelijk voor het beheer van de Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba.
    • De minister van Justitie en de minister van Verkeer en Waterstaat zijn verantwoordelijk voor respectievelijk de volgende koninkrijksaangelegenheden:
      • het Nederlanderschap en de uitlevering;
      • de regeling van de nationaliteit van schepen en het stellen van eisen met betrekking tot de veiligheid en de navigatie van zeeschepen die de vlag van het koninkrijk voeren.

    Externe factoren

    Primair dient elk der landen zorg te dragen voor de verwezenlijking van de fundamentele mensenrechten en vrijheden, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van bestuur. Nederland ondersteunt de overheden van Aruba en de Nederlandse Antillen bij het invullen van de statutair bepaalde autonomie. Het resultaat van deze inspanning is echter afhankelijk van de mate waarin overeenstemming bestaat tussen de landen over de te volgen aanpak in het bereiken van de beleidsdoelstellingen.

    Meetbare gegegevens bij de algemene doelstelling [h1] 

     

     

    Kengetallen

    Waarde 2005

    Waarde 2006

    Waarde 2007

    Waarde 2008

    Tactische opsporingsonderzoeken RST Bron: Jaarverslag RST 2007

    50

    28

    32

    Pas bekend bij jaarverslag 2008

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Toelichting:

    ·         RST: In 2006 is het RST overgestapt op een andere wijze van registreren. Cijfers voor 2005 en de jaren daarna kunnen daarom niet zondermeer worden vergeleken.

    Budgettaire gevolgen van beleid

     

    Budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000)

    Artikel 1: Waarborgfunctie

    2007

    2008

    2009

    2010

    2011

    2012

    2013

     

     

     

     

     

     

     

     

    Verplichtingen

     37 221

     64 660

     57 487

     58 055

     57 871

     57 871

     55 846

     

     

     

     

     

     

     

     

    Uitgaven

     37 094

     64 660

     57 487

     58 055

     57 871

     57 871

     55 846

     

     

     

     

     

     

     

     

    1. Rechterlijke macht en samenwerkingsmiddelen

     37 094

     64 660

     57 487

     58 055

     57 871

     57 871

     55 846

    * Bijdrage baten-lastendiensten KLPD

     18 188

     15 500

     16 000

     16 000

     16 000

     16 000

     16 000

     

     

     

     

     

     

     

     

    Ontvangsten

     12 792

     4 468

     4 464

     4 857

     4 857

     4 857

     4 857

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Operationele doelstelling

    Het versterken en waarborgen van rechtszekerheid en de mensenrechten door het bevorderen en in stand houden van structurele samenwerking tussen de landen van het Koninkrijk.

    Motivering

    Door hun geografische ligging en goede infrastructuur zijn de eilanden van de Nederlandse Antillen en Aruba kwetsbaar voor grensoverschrijdende criminaliteit. In het kader van de waarborgfunctie wordt daarom ingezet op duurzame ondersteuning van de structurele samenwerkingsverbanden op het terrein van de Kustwacht en het RST. Zowel Kustwacht als RST spelen, ook in internationaal verband, een essentiële rol op het terrein van de bestrijding van de (georganiseerde) criminaliteit. Daarnaast is het voor een adequaat niveau van rechtshandhaving en rechtspleging in de landen van belang dat het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en het Openbaar Ministerie volledig zijn bezet. Op structurele basis wordt daarom de zittende en staande magistratuur vanuit Nederland ondersteund. Ook in de nieuwe staatkundige structuur zal de samenwerking binnen de Kustwacht en het RST en de ondersteuning van de rechterlijke macht een belangrijk element van het Nederlandse beleid blijven.

    Instrumenten

    Bijdragen aan het functioneren van de Kustwacht

    De Kustwacht verzorgt de maritieme rechtshandhaving. Daarmee is het op de eilanden een onmisbare schakel in de rechtshandhavingsketen. Daarnaast levert de Kustwacht een belangrijke bijdrage aan de veiligheid op het water door het uitvoeren van zoek- en reddingsoperaties. De Kustwacht functioneert op basis van het jaarlijks door de Rijksministerraad (RMR) vast te stellen activiteiten- en beleidsplan. Exclusief de inzet van Defensiemiddelen wordt de exploitatie Kustwacht voor 2/3 deel gefinancierd vanuit de begroting Koninkrijksrelaties. De Nederlandse Antillen en Aruba dragen respectievelijk 2/9 en 1/9 deel bij. In 2008 wordt een lange termijnplan geschreven dat na vaststelling richting zal geven aan de ontwikkeling van de Kustwacht op lange termijn. 

     

     

    In stand houden van het recherchesamenwerkingsteam

    Het RST is een in de Nederlandse Antillen en Aruba functionerend rechercheteam, waaraan Nederland 77 (van de 102) rechercheurs levert. Het team wordt georganiseerd en beheerd door het Korps Landelijke Politie Diensten (KLPD). De hoofdtaak van het RST is de bestrijding van zware, georganiseerde en grensoverschrijdende criminaliteit. Het RST houdt zich ook bezig met de afhandeling van rechtshulpverzoeken en ondersteunt de recherchediensten van de eilandelijke politiekorpsen. De samenwerking van de landen in het RST is gebaseerd op het Protocol inzake gespecialiseerde recherchesamenwerking tussen de landen van het Koninkrijk van 30 november 2001. In de afspraken die zijn gemaakt in het staatkundig proces, is overeengekomen dat het bestaan van het RST bij consensusrijkswet wordt vastgelegd. Naast de consensusrijkswet politie zal ook in de consensusrijkswet openbaar ministerie een aantal aspecten van de bestrijding van zware georganiseerde en grensoverschrijdende criminaliteit worden belegd.

     

    Leveren van ondersteuning aan de rechterlijke macht

    De Nederlandse Antillen en Aruba beschikken zelf niet over voldoende officieren van justitie en rechters. Daarnaast is het in kleine gemeenschappen als de Nederlandse Antillen en Aruba van belang dat rechters en officieren enige afstand hebben tot de gemeenschap. Nederland levert daarom op verzoek van de Nederlandse Antillen en Aruba rechters (jaarlijks gemiddeld 22) en officieren van Justitie (jaarlijks gemiddeld 10). Deze treden in lokale dienst, waarbij de uitzendkosten vergoed worden ten laste van deze begroting

    Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

     

     

     

    Onderzoek onderwerp

    AD of OD

    A. Start

    B. Afgerond

    Vindplaats

    Beleidsdoorlichting

    Bijdragen aan het waarborgen van de rechtszekerheid en de mensenrechten op de Nederlandse Antillen en Aruba

    AD1

    A: 2010

    B:2010

     

    Artikel 2 bevorderen autonomie koninkrijkspartners

    Algemene beleidsdoelstelling 2

    Het ondersteunen van de Nederlandse Antillen en Aruba bij het verbeteren van het bestuur, de rechtszekerheid, de economische ontwikkeling, het onderwijs en de overheidsfinanciën.

    Omschrijving van de samenhang in het beleid

     

    Het doel van het beleid is een grotere effectiviteit van het eigen beleid van de Nederlandse Antillen en Aruba op de genoemde beleidsterreinen en goed functionerende "checks and balances" op bestuurlijk gebied. De belangen van de burgers staan hierin centraal. Zij moeten de overheid kunnen aanspreken op een goede uitoefening van haar taken.

     

    In de nieuwe staatkundige verhoudingen zullen de Antilliaanse eilanden een sterk verbeterde financiële en bestuurlijke startpositie hebben. Hierdoor kan er meer voor de burgers gedaan worden. De eilandelijke overheid krijgt een gezonde financiële basis en kan efficiënter opereren indien de dubbele bestuurslaag van het Land verdwijnt. Dit bevordert werkgelegenheid, zorgt voor adequatere publieke dienstverlening en goede rechtsbescherming. Op die manier werken de eilanden en Nederland samen aan betere sociale omstandigheden voor de mensen op de eilanden.

     

    Het samenwerkingsbeleid met Aruba eindigt in 2009. Na de laatste storting in het ontwikkelingsfonds van Aruba, het Fondo Desaroyo Aruba (FDA), is de financiering van het FDA de verantwoordelijkheid van het land Aruba. Op het gebied van rechtshandhaving zal er nog wel sprake zijn van programmatische samenwerking. De uitvoering van dit programma zal plaats vinden via het FDA. De looptijd is 2008-2012.

     

    Dit artikel kent twee operationele doelstellingen. De eerste operationele beleidsdoelstelling is het samenwerken met - en ondersteunen van - de Antilliaanse en Arubaanse overheid. Het doel is door de beschikbaarstelling van samenwerkingsmiddelen verbeteringen te bereiken op verschillende beleidsterreinen als onderwijs & jongeren, economische ontwikkeling, institutionele versterking en veiligheid. Het niveau van de samenwerkingsmiddelen voor Curaçao en Sint Maarten in de periode 2008-2012 loopt langzaam terug, vooruitlopend op de stopzetting van het samenwerkingsbeleid met deze (toekomstige) landen in 2013. Door de verbeterde economische positie, mede dankzij de schuldsanering en de Sociaal Economische Initiatieven en het conform de overeengekomen normen aangepaste begrotingsbeleid zullen Curaçao en Sint Maarten in staat zijn voldoende middelen vrij te maken voor noodzakelijke investeringen in onder meer economische ontwikkeling, veiligheid, onderwijs en armoedebestrijding.

     

    De tweede operationele beleidsdoelstelling is de staatkundige verandering van de Nederlandse Antillen waarmee een structurele verbetering voor de bevolking op de eilanden wordt beoogd.

     

    Externe factoren

    De Nederlandse Antillen en Aruba zijn, op basis van het Statuut, zelf verantwoordelijk voor goed bestuur, rechtszekerheid, economische ontwikkeling, onderwijs en overheidsfinanciën. Er is sprake van een spanningsveld tussen de wens van grote autonomie, zoals die bij de Koninkrijkspartners leeft, en de wens vanuit Nederland om de waarborgtaak van het Koninkrijk te concretiseren. Er wordt steeds gezocht naar een voor alle partijen aanvaardbare balans tussen de mate van autonomie en de verantwoordelijkheid van het Koninkrijk. Daarnaast is het behalen van de algemene beleidsdoelstelling 2 afhankelijk van het moment waarop de bestuurlijke herinrichting van de Nederlandse Antillen kan plaatsvinden. Tot slot is de economische conjunctuur van invloed op een het bereiken van deze beleidsdoelstelling.

     

    Meetbare gegegevens bij de algemene doelstelling

     

    De Koninkrijkspartners zijn primair zelf verantwoordelijk voor de invulling en uitvoering van beleid. De rol van de staatssecretaris van BZK is in hoofdzaak beperkt tot die gebieden waarover afspraken worden gemaakt met de Nederlandse Antillen en Aruba.

     

     

    Kengetallen

    Waarde 2005

    Waarde 2006

    Waarde 2007

    Economische groei Nederlandse Antillen (reële groei in % BBP)

    Bron: CBS Nederlandse Antillen

    1,0

    2,2

    PM

    Werkloosheid Nederlandse Antillen (% beroepsbevolking)

    Bron: Bank Nederlandse Antillen

    15,1

    16,2

    13,2

    Schuldquote Antillen (in % BBP)

    Werkloosheid Antillen (in %)

    Bron: Bank Nederlandse Antillen

    83,4

    85,4

    PM

    Economische groei Aruba (reële groei in % BBP)

    Bron: Centrale Bank van Aruba

    1,0

    0,6

    2,1

    Schuldquote Aruba (in % BBP)

    Bron: Centrale Bank Aruba

    45,5

    46,6

    45,6

    Schooluitval VSBO (leerlingen die het onderwijs hebben verlaten voor deelname aan het centraal examen)

    Bron: rendementsonderzoek Min Onderwijs NA

    6 %

    10%

     

    Instroom SVP Curaçao

    Bron: onderzoek Regioplan

    105

    251

    326

    Jeugdwerkeloosheid Curaçao (%)

    Bron: SEI Curaçao

    44.0 %

    37.6 %

    24.2 %

     

     

     

     

     

    Budgettaire gevolgen van beleid

     

     

    Budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000)

    Artikel 2: Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

    2007

    2008

    2009

    2010

    2011

    2012

    2013

     

     

     

     

     

     

     

     

    Verplichtingen

     214 450

     185 089

     279 917

     106 923

     79 541

     93 366

     93 372

    (waarvan garantieverplichting)

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Uitgaven

     210 734

     197 630

     289 758

     116 764

     89 382

     93 366

     93 372

     

     

     

     

     

     

     

     

    1. Apparaat

     6 618

     9 909

     9 597

     10 174

     4 627

     4 627

     4 627

    2. Bevorderen autonomie koninkrijkspartners

     127 505

     175 552

     120 392

     91 276

     84 241

     88 225

     88 231

    3. Bevorderen staatskundige relaties

     76 611

     12 169

     15 269

     14 814

      514

      514

      514

    4. Schuldsanering

      0

      0

     144 500

      500

      0

      0

      0

     

     

     

     

     

     

     

     

    Ontvangsten

     156 447

     10 802

     11 807

     11 238

     10 613

     10 613

     10 613

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Operationele doelstelling 1.

    Samenwerken met de Nederlandse Antillen en Aruba om daar de bestuurskracht, de rechtsorde, de economie en het onderwijs te versterken.

    Motivering

    De bestuurskracht op de Nederlandse Antillen en Aruba is onvoldoende. Dit leidt tot problemen op beleidsterreinen die kerntaken van de Arubaanse en Antilliaanse overheid vormen. Door het samenwerkingsbeleid wordt getracht op een effectieve en efficiënte manier geld, kennis en menskracht in te zetten om dit tekort te verminderen.

     

    De samenwerking heeft tot doel de bestuurskracht van de Nederlandse Antillen en Aruba te versterken opdat de landen hun verantwoordelijkheden ten aanzien van de economie, rechtsorde en het onderwijs kunnen waarmaken. De samenwerking heeft verschillende vormen. In 2008 hebben de samenwerkingsprogramma's met de Nederlandse Antillen een nieuwe vorm gekregen.

     Met Aruba is in 2006 het meerjarenprogramma 2006-2009 afgesproken. Dit programma loopt in 2009 dus af. Hiermee eindigt de in 1999 overeengekomen Arubadeal. Na 2009 draagt Nederland niet meer bij aan het Fundo Desaroyo Aruba, het ontwikkelingsfonds voor Aruba. Hiermee wordt een groot deel van de programmatische samenwerking beëindigd. Alleen op het gebied van de rechtshandhaving zal de samenwerking nog enige tijd worden voortgezet met de middelen die in het kader van de 'Arubadeal' beschikbaar zijn gesteld. Naast programmatische samenwerking kan ook ingezet worden op samenwerking om actuele knelpunten op te lossen, zoals bij de versterking van de vreemdelingenketen. Met Aruba is daarvoor in 2006 een protocol gesloten waarin de activiteiten zijn vastgelegd. Deze moeten leiden tot de beoogde versterking.

     

     

    Instrumenten

    A. Samenwerkingsbeleid Nederlandse Antillen vanaf 2009

     

    Nederland zal in 2009 samenwerkingsmiddelen beschikbaar stellen voor Curaçao en St. Maarten. De samenwerkingsmiddelen voor Curaçao en St. Maarten worden geleidelijk afgebouwd. Een geleidelijke beëindiging van samenwerkingsmiddelen is mogelijk daar beide eilanden van voldoende economische omvang zijn om eigen middelen te genereren. De met de nieuwe staatkundige structuur samenhangende gedeeltelijke schuldsanering geeft de eilanden een gunstige startpositie. Ieder halfjaar vindt er met Curaçao en Sint Maarten een voortgangsoverleg plaats waarin verslag wordt gedaan en verantwoording wordt afgelegd over de voortgang van de samenwerkingsprogramma's. In het samenwerkingsbeleid met Bonaire, St. Eustatius en Saba wordt al geanticipeerd op de status van openbaar lichaam binnen het Nederlandse staatsbestel.

     

    A.1       Onderwijs en Jongerenproblematiek[h7] 

    In 2009 wordt de uitvoering van het nieuwe programma Onderwijs en Jongerenprogramma, dat na ondertekening in januari 2008 van start is gegaan, voortgezet. De hoofddoelstelling van het nieuwe samenwerkingsprogramma Onderwijs en Jongeren is de jeugd van de vijf eilanden Bonaire, Curaçao, Saba, St Eustatius en St Maarten (momenteel tezamen de Nederlandse Antillen) zodanig toe te rusten dat deze na voltooiing van hun schoolloopbaan in staat zijn deel te nemen aan de arbeidsmarkt en volwaardig te participeren in een voortdurend veranderende samenleving, op lokaal niveau, maar ook op regionaal en mondiaal niveau. De doelstellingen van het programma zijn:

    • terugdringen van schooluitval;
    • terugdringen van het aantal zittenblijvers;
    • vergroten aantal leerlingen dat een diploma haalt;
    • vergroten aantal leerlingen dat na school een baan vindt;
    • het vergroten van de maatschappelijke participatie en arbeidsparticipatie sociaal vormingslichtingen;
    • het terugdringen van de jeugdwerkeloosheid;
    • (voor St. Maarten) verbetering van de onderwijssituatie van ongedocumenteerde kinderen (verschuiving van illegaal naar legaal onderwijs).

     

    De begeleidingscommissie van het programma, waarin het ministerie van OCW namens Nederland zitting neemt, adviseert bij de uitvoering. In 2009 zal OCW gefaseerd de verantwoordelijkheid voor het onderwijs op de BES-eilanden overnemen.

     

    Ter verbetering van de positie van Antilliaanse jongeren voert Defensie, met een financiële bijdrage van BZK, het project Toekomst Antilliaanse Militie (TAM) uit. In overleg met de toekomstige landen zal gekeken worden naar de mogelijkheden om TAM voort te zetten na de transitie.

     

     

     

    A.2       Sociaal Economische Ontwikkeling

    In 2008 zijn de implementatieplannen voor de Sociaal Economische Initiatieven (SEI's) getekend en is begonnen met de uitvoering van de SEI's. In 2009 zal een aanzienlijk deel van de maatregelen in de SEI's tot uitvoering komen. Uitvoering van de SEI's is een prioriteit in 2009. Niet alleen omdat dit één van de zaken is waarvan de burgers ook daadwerkelijk iets gaan merken, maar ook omdat structurele economische groei van de eilanden van belang is om de eilandelijke begrotingen in evenwicht te brengen. Structurele economische groei is hiervoor van van belang. Om dat te kunnen bereiken staat in de SEI's een aantal belangrijke structurele hervormingen. Deze hervormingen hebben tot doel de economie te flexibiliseren om daarmee het investeringsklimaat te verbeteren. Daarnaast bevatten de SEI's flankerend beleid om de gevolgen van de structurele hervormingen te verzachten en de maatschappelijke samenhang van de eilanden te borgen. Ook omvatten de SEI's een flink aantal investeringen waarvan wordt verwacht dat deze bijdragen aan structurele economische groei. Zo wordt geïnvesteerd in infrastructuur, w




0.3418 // 35