What’s in a name
Download This Document (.pdf)
-
What's in a name?
Politieke Denominaties
In alle samenlevingen ontstaan zeden en gewoonten die een cultuur vormen met leefregels en sancties bij overtreding daarvan. Hetgeen ongewenst is noemen we taboe. In de negentiende eeuw ontstond in Europa de behoefte aan natievorming. De eerste helft van de eeuw werd bepaald door de reactie van de overwinnaars van Napoleon Bonaparte. De Franse Revolutie en de Amerikaanse Onafhankelijkheids Oorlog waren voor de vorstenhuizen een teken aan de wand en een doorn in het vlees. De derde stand bestond, en het kapitalisme eiste vrijhandel! De financiering van de vorstelijke ondernemingen moesten wedijveren met die van de handelaren en industriëlen. Diegene die beschikte over het arbeidskapitaal -de vierde stand, maar zonder standing- had de overhand. De vorstelijke machtstrijd kostte de industrie financiering, die zich nu richtte op Amerika. De waarde van het arbeidskapitaal werd weliswaar niet onderschat, maar de arbeider werd wel geminacht. Hij was een factor en een pion. Het communisme was dan ook een logische consequentie. De vierde stand is na de industriële revolutie vanaf het begin van de twintigste eeuw nog tweemaal misbruikt. Bij de implementatie van de communistische gedachte in Rusland en het nationalisme in Duitsland, dat de bevolking overtuigde van haar geniale superioriteit (dit concept is overigens door de Amerikanen binnen een godvrezend kader geadopteerd).
Na de tweede wereldoorlog ontstonden er op grote schaal nieuwe taboes. De betekenis van sommige namen en zelfstandige naamwoorden veranderden van betekenis. Soms waren deze veranderingen radicaal, van positieve naar negatieve waardering, soms waren ze genuanceerde evoluties en soms waren ze volledig irrationeel. Sommige woorden raakten geheel uit gebruik. De vrijheid van meningsuiting maakte zwaar weer door.
Met name begrippen als nationaal-socialisme en fascisme waren onnoembaar, anders dan als beschuldiging of scheldwoord. In tweede instantie volgde communisme. Ternauwernood wist socialisme zich te handhaven. Tenslotte konden wij niet allemaal liberaal genoemd worden. Door zich nooit iets gelegen te laten liggen van de grondwettelijke scheiding van kerk en staat, wist de confessionele politiek haar christelijke denominatie met glans te handhaven.
Uiteindelijk bestaat in de één en twintigste eeuw de Nederlandse politieke scène uit drie principiële groepen: liberalen, confessionelen en socialisten. We mogen ons afvragen of we het overwegende kenmerk van deze groepen niet nader moeten benoemen. De aard van de partijen is immers progressief, conservatief of reactionair. Zowel een liberaal als een confessioneel, als een socialist kan immers progressief, conservatief of reactionair zijn.
Welke segmentatie zegt de burger het meest?
Concept en Perceptie
In de afgelopen zestig jaar hebben drie generaties burgers zich niet zozeer begrippen als liberaal, confessioneel en socialistisch eigen gemaakt, dan wel hun onderlinge verhoudingen; rechts, midden, links. Naamgeving die zich baseert op de definitie van een fenomeen is zinvol en onvervreemdbaar. Wij identificeren fenomenen door inherente kenmerken te benoemen. Voorwaarde is echter, dat deze kenmerken betekenisvol en herkenbaar zijn.
Wanneer wij tegengestelde kenmerken van dezelfde fenomenen willen duiden, noemen wij ze (hand) links en rechts, (pool) noord en zuid, (gebeurtenis) eerst en laatst, (mens) man en vrouw. Zolang de tegengestelde kenmerken absoluut zijn, kunnen wij ons er ongestraft van bedienen. Wanneer echter de kenmerken vervagen, verwisselbaar, of gewoon onwaar zijn, moeten wij nieuwe denominaties bedenken willen wij duidelijk zijn in onze communicaties. Is een trans-sexueel een man of een vrouw? Acht van de tien gebeurtenissen zijn noch eerste noch laatste. Tussen links en rechts ligt het midden en tussen zwart en wit is grijs. Donker grijs tot licht grijs.
Het gaat erom, dat wij kunnen begrijpen wat wij waarnemen.
Fascisme volgens Mussolini: Autoritair gezag binnen de maatschappelijke en politieke structuur door het samengaan van de macht van het kapitaal en de politieke macht. Volgens John Le Carré: Wat het huidige Amerika betreft kan je daar nog aan toevoegen: De macht van de evangelische christenen en de macht van de media. Alles werkt daar samen in de van God gegeven Amerikaanse missie om de grondstoffen van de wereld te beheersen.
Maatschappij en Staat
De staat is in alle Westerse landen gebaseerd op de erkenning van alle leden als vrij en onschendbaar in een kapitalistische maatschappij. De Franse Revolutie heeft de individuele onafhankelijkheid en sociale gelijkheid met maatschappelijke verantwoordelijkheid tot essentiële kenmerken van de burger bepaald. Enerzijds, de soevereiniteit van de burger als individu en anderzijds, zijn moraliteit als mede mens. Ruim twee eeuwen later wordt de politiek bepaald door de vraag in hoeverre de burger zijn individuele vrijheid mag genieten ten opzichte van zijn maatschappelijke verplichting.
Uit de frictie tussen vrijheid en plicht ontstaat het verschil tussen politici die het individuele belang willen bevorderen en de politici die het belang van de maatschappij willen laten prevaleren. In Nederland heeft de traditionele strijd tussen christenen gezorgd voor een derde partij, die meer van doen heeft met de onderlinge frictie tussen verschillende stromingen van gelovigen, dan met de strijd tussen individualisten en maatschappelijken. Nederland is een christelijk land met een protestants staatshoofd, dat traditioneel niet aan de roomse wereldmacht verplicht is. Rooms is niet dominant en heeft zich politiek slechts kunnen handhaven door de dialoog met de protestanten zonder de steun of het dictaat van de kerk van Rome. Er bestaat een intelligente samenwerking tussen de twee, innig vereend onder de kapitalistische parapluie. In het centrum van de maatschappij staat dan ook de christelijkheid. Deze christelijkheid heeft met haar internationale relaties het kapitalisme als teken van deugdzaamheid in haar politiek verankerd.
Als wij politiek als de kunst van het haalbare, of, het optimaliseren van maatschappelijke belangenbevrediging definiëren en democratie als het zoeken naar en vinden van de grootste gemene deler van de belangen van -alle- maatschappelijke partijen, dan is de taak van politici de bereidheid tot het definiëren van het compromis en het bereiken van consensus hierover. In dit kader is het Nederlandse Poldermodel de meest volkomen regeringsvorm. Het is in ieder geval gebaseerd op het onverhandelbare respect voor de medeburger, in tegenstelling tot het gebruikelijke credo van de westerse beschaving: ‘ieder voor zich en God voor ons allen'.
Politici trachten het belang van de burgers die zij vertegenwoordigen, optimaal te bevorderen. Zij beweren dat te kunnen. Het is niet altijd even duidelijk, of het hun roeping of een beroep is. Het zou noch het één noch het ander moeten zijn. Het is immers een aanstelling.
Politici hebben een eigen mening, die zij verwoorden in een belofte aan de burger die hun moet aanwijzen als de meest geschikte behartiger van zijn belangen. Het zijn dus altijd de belangen van een deel van de maatschappij. Sommige burgers zullen hun belangen herkennen in de belofte en zullen misschien zelfs de vertolker de verwezenlijking van hun belangen toevertrouwen. Daar het belang van de maatschappij boven het belang van gedeelten daarvan gaat, zal iedere partijvertegenwoordiger niet slechts voor de realisatie van deelbelangen verantwoordelijk zijn, maar ook voor de zorg dat daarmee niet de waardigheid van de andere partijen geschaad wordt.
De soevereine burgers zijn de maatschappij en eigenaars van hun staat die hun belangen behartigt met de soevereiniteit die haar door de burgers verleend wordt. De idealen en wensen, plichten en rechten van de burgers zijn vervat in de morele grondbeginsels van hun staat, als grondwet met een bestuursvorm voor de beheerders.
Politici zijn geen ondernemers, maar dienaren van hun maatschappij. Zij zijn verkozen burgers belast met de formulering van het maatschappelijk belang en delegeren de uitvoering van hun mening aan de regeerders. Aan de regeerders kennen zij autoriteit toe als beheerders van de veiligheid en soevereiniteit van de staat en de verantwoordelijkheid voor de gewetensvolle uitvoering van de politieke mening. De rechters beoordelen zowel de gerechtigheid in de maatschappij als de juistheid van de politieke mening. De ambtenaren zijn de handlangers van de regeerders met eigen verantwoordelijkheid aan de grondwet.
Filosofie en issues
Maatschappelijke fenomenen presenteren zich, als onderwerpen waar de burger, evenals bij natuurlijke fenomenen, last of voordeel van heeft. Hij is er dus bij betrokken: "All business is local". Er moet iets gebeuren en hier kan de politicus zijn waarde bij tonen. Politieke partijen als ‘Ons Belang' schenken aandacht aan het directe belang van de burger. Het probleem is nu en hier. Er is weinig interesse voor de lange termijn en structurele oplossingen leggen het meestal af tegen het lapmiddel. Voor een politieke partij, die belangen die mogelijk niet door alle burgers als dusdanig erkend worden, moet behandelen, wordt een totaal plan verwacht. Hetzij in de geest van: ‘Geef een beetje, neem een beetje en samen varen we er wel bij', of, ‘Ieder voor zich en God voor ons allen'. In ieder geval een aantrekkelijke maatschappijvisie en een vertrouwenswekkend plan om haar te verwezenlijken.
Met grote woorden en mooie volzinnen debatteren de politici om voor zichzelf en andere gelijkgestemden de meest voordelige mogelijkheden te realiseren. Niet om het algemeen belang, waar zij een eigen beeld en toekomst voor zouden moeten hebben, maar om de financiering van het eigen belang. Hoe meer we willen, hoe groter het belang van de economie ter financiering van onze welvaart. De enige wijze waarop dit optimaal mogelijk is, wordt gedefinieerd door het kapitalisme: ‘Survival of the fittest', of, ‘Dog eats dog'.
Let wel, de burger is geen filosoof met een consequente visie op zijn bestaan. De burger leeft in een wereld, die hij niet zelf geschapen heeft; een wereld, die hij niet beheerst, hoezeer hij daar ook naar streeft. Hij heeft driften, behoeften en wensen, die soms wel en soms niet bevredigd worden. Zijn leven bestaat naast momenten van bevrediging en geluk, uit inhibities en frustraties. Welvaart is zijn belang en tevredenheid is zijn ultieme behoefte, met politieke issues als de handicaps op de weg daarheen.
Nomen est omen?
Om zijn diensten aan te bieden formuleert de politicus zijn beloften en uitleg van de wijze waarop hij zich voorstelt die te zullen realiseren. In onze partijdemocratie verwacht de burger, dat de partij van de politicus verantwoordelijkheid draagt voor diens boodschap. De politicus bedient zich in zijn praktijk van een vaktaal met termen en begrippen die weliswaar gehoord wordt door de doorsnee burger, maar niet noodzakelijkerwijs juist begrepen wordt. De naam van de partij waartoe de sollicitant behoort, staat garant voor de waarde van zijn boodschap. Wij gaan er vanuit, dat de naam van de partij de vlag is, die de lading moet dekken. Dat is juist, in zo verre de conceptuele kennis van de kiesgerechtigde burger hem in staat stelt de perceptie te herkennen. Politieke filosofie is helaas geen dagelijkse kost voor de meerderheid van de burgers.
Denominaties als liberaal en sociaal zijn over het algemeen slechts te verklaren door de gebruikers van deze woorden. Anderen interpreteren door hun juiste of onjuiste kennis en kwalificeren met hun gevoel. Het zijn slechts diegenen die zich realiseren dat hun belangen wel eens verkeerd behartigd zouden kunnen worden, die zich nader informeren. Een denominatie als christelijk, biedt geborgenheid en eist loyaliteit, die door gelovigen verwacht en begrepen worden, maar dezelfde denominatie kan door anderen als ongewenst autoritair beschouwd worden.
Bij de boodschap die onder de vlag van een partij (met betekenisvolle partijbenaming) gepresenteerd wordt, hoort een boodschapper, die de geloofwaardigheid (van de uitvoeringsmogelijkheid) van de boodschap moet bevestigen. De congruentie van deze politicus met de denominatie die hij zich toemeet (volgens het kennis- en gevoelskader van de kiezer), is uiteindelijk bepalend voor de acceptatie door de stemgerechtigde burger.
Om de keuzebeslissing van de stemgerechtigde burger actief te beïnvloeden moeten wij erkennen dat de maatschappij gesegmenteerd is. Er zijn conservatieve, onderzoekende, intelligente, wispelturige, domme en indolente kiezers, die ieder eigen adoptieprocessen volgen. Sommige burgers kunnen beschouwd worden als innovatieve opinieleiders, die nieuwsgierig zijn, andere als de avant-garde, die modieus is, en een vroege meerderheid volgt spontaan na testimonials van haar rolmodellen. Ten slotte kan een deel van de rest volgen na herhaalde presentatie.
Het is dus niet alleen de inhoud van de boodschap die van belang is. Zonder de genuanceerde presentaties van de boodschap en de boodschapper, is zelfs de beste naamgeving van generlei waarde. We mogen zelfs stellen: ‘it ain't what you say, it's the way you say it.'