WolBES = Wet Openbare Lichamen BES
Download This Document (.pdf)
-
WET OPENBARE LICHAMEN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN
SABA
INHOUDSOPGAVE
HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK II DE INSTELLING VAN DE OPENBARE LICHAMEN
HOOFDSTUK III DE INRICHTING EN SAMENSTELLING VAN HET
EILANDSBESTUUR
AFDELING I. ALGEMENE BEPALING
AFDELING II. DE EILANDSRAAD
AFDELING III. HET BESTUURSCOLLEGE
AFDELING IV. DE GEZAGHEBBER
AFDELING V. DE GEZAMENLIJKE REKENKAMER
AFDELING VI. DE OMBUDSMAN
§ 1 Algemene bepaling
§ 2 De eilandelijke ombudsman
§ 3 De eilandelijke ombudscommissie
§ 4 De gezamenlijke ombudsman en de gezamenlijke
ombudscommissie
AFDELING VII. DE COMMISSIES
AFDELING VIII. GELDELIJKE VOORZIENINGEN TEN
BEHOEVE VAN DE LEDEN VAN DE EILANDSRAAD EN DE
COMMISSIES
AFDELING IX. DE EILANDSECRETARIS EN DE
EILANDGRIFFIER
§ 1 Algemene bepalingen
§ 2 De eilandsecretaris
§ 3 De eilandgriffier
HOOFDSTUK IV. DE BEVOEGDHEID VAN HET
EILANDSBESTUUR
AFDELING I. ALGEMENE BEPALINGEN
§ 1 Inleidende bepalingen
§ 2 Bestuursdwang
§ 3 Bekendmaking en inwerkingtreding van besluiten die
algemeen verbindende voorschriften inhouden
§ 4 Termijnen
AFDELING II. DE BEVOEGDHEID VAN DE EILANDSRAAD
AFDELING III. DE BEVOEGDHEID VAN HET
BESTUURSCOLLEGE
AFDELING IV. DE BEVOEGDHEID VAN DE GEZAGHEBBER
AFDELING V. DE BEVOEGDHEID VAN DE GEZAMENLIJKE
REKENKAMER
AFDELING VI. BIJZONDERE VOORZIENINGEN
HOOFDSTUK V. VERHOUDING TOT HET RIJK
AFDELING I DE RIJKSVERTEGENWOORDIGER VOOR DE
OPENBARE LICHAMEN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
§ 1 Algemene bepaling
§ 1 De bevoegdheid van de Rijksvertegenwoordiger
AFDELING II. VERHOUDING TOT HET RIJK
AFDELING III. BEPALINGEN INZAKE HET TOEZICHT OP HET
EILANDSBESTUUR
§ 1 Goedkeuring
§ 2 Schorsing en vernietiging
HOOFDSTUK VI. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Regels met betrekking tot de openbare lichamen Bonaire, Sint
Eustatius en Saba (Wet openbare lichamen Bonaire, Sint
Eustatius en Saba)
VOORSTEL VAN WET
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat met de
eilandgebieden Bonaire, Sint Eustatius en Saba is overeengekomen
dat zij een staatsrechtelijke positie krijgen binnen het Nederlandse
staatsbestel en worden ingericht als openbaar lichaam in de zin van
artikel 134 van de Grondwet en dat het in verband hiermee wenselijk
is de instelling en inrichting van deze openbare lichamen te regelen,
de samenstelling en bevoegdheid van hun besturen, de
openbaarheid van hun vergaderingen alsmede het toezicht op deze
besturen, waarbij voor zover mogelijk aansluiting wordt gezocht bij
het gemeentelijk bestuursmodel;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan,
gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt
verstaan onder:
a. openbaar lichaam: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of
Saba;
b. eilandsbestuur: ieder bevoegd orgaan van het openbaar
lichaam;
c. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties;
d. Rijksvertegenwoordiger: Rijksvertegenwoordiger voor de
openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
2. In deze wet wordt onder ambtenaar mede verstaan: degene die
op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam is.
HOOFDSTUK II DE INSTELLING VAN DE OPENBARE LICHAMEN
Artikel 2
1. Er is een openbaar lichaam Bonaire.
2. Het openbaar lichaam Bonaire omvat de eilanden Bonaire en
Klein Bonaire.
3. Het openbaar lichaam Bonaire bezit rechtspersoonlijkheid.
Artikel 3
1. Er is een openbaar lichaam Sint Eustatius.
2. Het openbaar lichaam Sint Eustatius omvat het eiland Sint
Eustatius.
3. Het openbaar lichaam Sint Eustatius bezit
rechtspersoonlijkheid.
Artikel 4
1. Er is een openbaar lichaam Saba.
2. Het openbaar lichaam Saba omvat het eiland Saba.
3. Het openbaar lichaam Saba bezit rechtspersoonlijkheid.
HOOFDSTUK III DE INRICHTING EN SAMENSTELLING VAN HET
EILANDSBESTUUR
AFDELING I. ALGEMENE BEPALING
Artikel 5
In elk openbaar lichaam is een eilandsraad, een bestuurscollege
en een gezaghebber.
AFDELING II. DE EILANDSRAAD
Artikel 6
De eilandsraad vertegenwoordigt de gehele bevolking van het
openbaar lichaam.
Artikel 7
1. De leden van de eilandsraad worden gekozen op de grondslag
van evenredige vertegenwoordiging binnen door de wet te stellen
grenzen.
2. De verkiezingen worden gehouden bij geheime stemming.
Artikel 8
De zittingsduur van de eilandsraad is vier jaren, behoudens bij de
wet te bepalen uitzonderingen.
Artikel 9
1. Het aantal leden van de eilandsraad bedraagt:
a. negen in het openbaar lichaam Bonaire;
b. vijf in de openbare lichamen Sint Eustatius en Saba.
2. De eilandsraad kan bij eilandsverordening bepalen dat het
aantal leden van de eilandsraad op een hoger aantal wordt gesteld
dan het aantal, genoemd in het eerste lid, met dien verstande dat het
aantal leden van de eilandsraad een oneven aantal bedraagt en het
aantal leden niet hoger gesteld wordt dan:
a. vijftien voor het openbaar lichaam Bonaire;
b. negen voor de openbare lichamen Sint Eustatius en Saba.
3. Een eilandsverordening als bedoeld in het tweede lid wordt ten
minste vier maanden voor de dag van kandidaatstelling voor de
verkiezing van de leden van de eilandsraad vastgesteld.
4. Vermeerdering of vermindering van het aantal leden van de
eilandsraad treedt eerst in bij de eerstvolgende periodieke verkiezing
van de eilandsraad.
Artikel 10
De gezaghebber is voorzitter van de eilandsraad.
Artikel 11
1. Voor het lidmaatschap van de eilandsraad is vereist dat men
Nederlander en ingezetene van het openbaar lichaam is, de leeftijd
van achttien jaar heeft bereikt en niet is uitgesloten van het kiesrecht.
2. Onder ingezetene wordt verstaan hij die zijn werkelijke
woonplaats in het openbaar lichaam heeft.
3. Hij die als ingezetene met een adres is ingeschreven in de
bevolkingsadministratie van een openbaar lichaam, wordt,
behoudens bewijs van het tegendeel, geacht werkelijke woonplaats
te hebben in het openbaar lichaam.
Artikel 12
1. Niet als lid van de eilandsraad wordt toegelaten de persoon die
is gehuwd met, of bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad
is van:
a. de gezaghebber;
b. een eilandgedeputeerde, of
c. de eilandsecretaris.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt:
a. als gehuwd of als echtgenoot tevens aangemerkt de
ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde
meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft
een bloedverwant in de eerste graad;
b. als ongehuwd tevens aangemerkt degene die duurzaam
gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.
3. Van een gezamenlijke huishouding als bedoeld in het tweede
lid is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde
woning hebben en:
a. zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het
leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel
anderszins;
b. zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de
toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn gesteld;
c. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft
plaatsgevonden van een kind van de een door de ander;
d. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de
huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of
e. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een
gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt
met de gezamenlijke huishouding, bedoeld in het derde lid.
Artikel 13
Ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats is niet
benoembaar tot lid van de eilandsraad hij die na de laatstgehouden
periodieke verkiezing van de leden van de eilandsraad wegens
handelen in strijd met artikel 17 van het lidmaatschap van de
eilandsraad is vervallen verklaard.
Artikel 14
1. De leden van de eilandsraad maken openbaar welke andere
functies dan het lidmaatschap van de eilandsraad zij vervullen.
2. De openbaarmaking vindt plaats terstond na benoeming tot lid
van de eilandsraad of na aanvaarding van een andere functie en
geschiedt door terinzagelegging van een opgave van de functies op
het bestuurskantoor van het openbaar lichaam.
Artikel 15
1. Een lid van de eilandsraad is niet tevens:
a. minister;
b. staatssecretaris;
c. lid van de Raad van State;
d. lid van de Algemene Rekenkamer;
e. Nationale ombudsman;
f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de
Wet Nationale ombudsman;
g. Rijksvertegenwoordiger;
h. gezaghebber;
i. eilandgedeputeerde;
j. lid van de gezamenlijke rekenkamer;
k. ombudsman of lid van de ombudscommissie;
l. ambtenaar, door of vanwege het bestuur van het openbaar
lichaam aangesteld of daaraan ondergeschikt.
2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder i, kan een lid
van de eilandsraad tevens eilandgedeputeerde zijn van het openbaar
lichaam waar hij lid van de eilandsraad is gedurende het tijdvak dat:
a. aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van
de leden van de eilandsraad en eindigt op het tijdstip waarop de
eilandgedeputeerden ingevolge artikel 52, eerste lid, aftreden, of
b. aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot
eilandgedeputeerde en eindigt op het tijdstip waarop de geloofsbrief
van zijn opvolger als lid van de eilandsraad is goedgekeurd of
waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan
worden benoemd. Hij wordt geacht ontslag te nemen als lid van de
eilandsraad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot
eilandgedeputeerde aanvaardt. Artikel X 6 van de Kieswet is van
overeenkomstige toepassing.
3. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder l, kan een lid
van de eilandsraad tevens zijn:
a. ambtenaar van de burgerlijke stand;
b. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke
verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht;
c. ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar
onderwijs.
4. Van het eerste lid, aanhef en onder l, kan de
Rijksvertegenwoordiger ontheffing verlenen indien de functie van
ambtenaar niet zodanige bevoegdheden of verantwoordelijkheden
meebrengt, dat voor belangenverstrengeling moet worden gevreesd.
Artikel 16
1. Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden
van de eilandsraad in de vergadering, in handen van de voorzitter,
de volgende eed (verklaring en belofte) af:
"Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de eilandsraad benoemd
te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk
voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of
te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte
heb aangenomen of zal aannemen.
Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik
de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de
eilandsraad naar eer en geweten zal vervullen.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!"
(Dat verklaar en beloof ik!")
2. In plaats van in het Nederlands kan de eed (verklaring en
belofte) in het Papiaments of het Engels worden afgelegd.
3. Wanneer de eed (verklaring en belofte) in het Papiaments wordt
afgelegd, luidt de tekst van de eed (verklaring en belofte) als volgt:
"Mi ta hura (deklará) ku pa mi nombramentu den e kargo o
funshon di miembro di konseho insularmi no a duna ni primintí, ni
direkta- ni indirektamente, bou di ningun nòmber ni denominashon ni
preteksto, ningun regalo ni fabor.
Mi ta hura (deklará i primintí) ku mi no a risibí ni mi no a aseptá, ni
lo mi no aseptá, ni direkta- ni indirektamente, ningun regalo ni ningun
promesa di hasi algu o laga di hasi algu den e kargo o funshon en
kuestion.
Mi ta hura (primintí) ku lo mi ta fiel na Konstitushon, ku lo mi
kumpli ku lei i ku lo mi kumpli ku mi obligashonnan komo miembro di
konseho insular segun mi konsenshi i honor.
Mi ta hasi esei ku yudansa di Dios Todopoderoso!”
(Esei mi ta deklará i primintí!")
4. Wanneer de eed (verklaring en belofte) in het Engels wordt
afgelegd, luidt de tekst van de eed (verklaring en belofte) als volgt:
"I swear (affirm) that I neither gave nor promised any gift or favour,
either directly or indirectly, under any name or pretext whatsoever, in
order to be appointed member of the island council.
I swear (affirm and promise) that I have made no gift or promise,
and shall accept no gift or promise, either directly or indirectly, in
order to do or to omit to do anything in the course of my duties.
I swear (promise) that I will bear allegiance to the Constitution,
that I will observe the laws and that I will perform my duties as
member of the island council in good faith.
So help me God Almighty!
(This I affirm and promise!)
Artikel 17
1. Een lid van de eilandsraad mag niet:
a. als advocaat, procureur of adviseur in geschillen werkzaam zijn
ten behoeve van het openbaar lichaam of het eilandsbestuur dan wel
ten behoeve van de wederpartij van het openbaar lichaam of het
eilandsbestuur;
b. als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van
de wederpartij van het openbaar lichaam of het eilandsbestuur;
c. als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve
van derden tot het met het openbaar lichaam aangaan van:
1°. overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d;
2°. overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan
het openbaar lichaam;
d. rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan
betreffende:
1°. het aannemen van werk ten behoeve van het openbaar
lichaam;
2°. het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van
werkzaamheden ten behoeve van het openbaar lichaam;
3°. het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan het
openbaar lichaam;
4°. het verhuren van roerende zaken aan het openbaar lichaam;
5°. het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van het
openbaar lichaam;
6°. het van het openbaar lichaam onderhands verwerven van
onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn
onderworpen;
7°. het onderhands huren of pachten van het openbaar lichaam.
2. Van het eerste lid, aanhef en onderdeel d, kan de
Rijksvertegenwoordiger ontheffing verlenen.
3. De eilandsraad stelt voor zijn leden een gedragscode vast.
Artikel 18
De eilandsraad stelt een reglement van orde voor zijn
vergaderingen en andere werkzaamheden vast.
Artikel 19
1. De eilandsraad vergadert zo vaak als hij daartoe heeft besloten.
2. Voorts vergadert de eilandsraad indien de gezaghebber het
nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden
waaruit de eilandsraad bestaat schriftelijk, met opgave van redenen,
daarom verzoekt.
Artikel 20
De eilandsraad vergadert na de periodieke verkiezing van zijn
leden voor de eerste maal in nieuwe samenstelling op de dag met
ingang waarvan de leden van de eilandsraad in oude samenstelling
aftreden.
Artikel 21
1. De gezaghebber roept de leden schriftelijk tot de vergadering
op.
2. Tegelijkertijd met de oproeping brengt de gezaghebber dag,
tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda
en de daarbij behorende voorstellen met uitzondering van de
stukken, bedoeld in artikel 27, tweede lid, worden tegelijkertijd met
de oproeping en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven
wijze ter inzage gelegd.
Artikel 22
1. De vergadering van de eilandsraad wordt niet geopend voordat
blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting
hebbende leden tegenwoordig is.
2. Indien ingevolge het eerste lid de vergadering niet kan worden
geopend, belegt de gezaghebber, onder verwijzing naar dit artikel,
opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten minste
vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.
3. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid
niet van toepassing. De eilandsraad kan echter over andere
aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet
geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten,
indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal
zitting hebbende leden tegenwoordig is.
Artikel 23
1. De gezaghebber heeft het recht in de vergadering aan de
beraadslaging deel te nemen.
2. Een eilandgedeputeerde heeft toegang tot de vergaderingen en
kan aan de beraadslaging deelnemen.
3. Een eilandgedeputeerde kan door de raad worden uitgenodigd
om ter vergadering aanwezig te zijn.
Artikel 24
De leden van het eilandsbestuur en andere personen die
deelnemen aan de beraadslaging kunnen niet in rechte worden
vervolgd of aangesproken voor dan wel worden verplicht in rechte
getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de vergadering van de
eilandsraad hebben gezegd of aan de eilandsraad schriftelijk hebben
overgelegd.
Artikel 25
1. De vergadering van de eilandsraad wordt in het openbaar
gehouden.
2. De deuren worden gesloten, wanneer ten minste één vijfde van
het aantal leden dat de presentielijst heeft getekend daarom verzoekt
of de voorzitter het nodig oordeelt.
3. De eilandsraad beslist vervolgens of met gesloten deuren zal
worden vergaderd.
4. De voorzitter kan vervolgens alsnog besluiten dat de
vergadering in het openbaar wordt gehouden indien hij dit in het
kader van het openbaar belang nodigt acht.
5. Van een vergadering met gesloten deuren wordt een
afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt
tenzij de eilandsraad anders beslist.
6. De eilandsraad maakt de besluitenlijst van zijn vergaderingen
terstond na de vaststelling daarvan openbaar op de in het openbaar
lichaam gebruikelijke wijze. De eilandsraad laat de openbaarmaking
achterwege voor zover het aangelegenheden betreft ten aanzien
waarvan op grond van artikel 27 geheimhouding is opgelegd of ten
aanzien waarvan openbaarmaking in strijd is met het openbaar
belang.
Artikel 26
1. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of
besloten over:
a. de toelating van nieuw benoemde leden;
b. de vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling
van de jaarrekening;
c. de invoering, wijziging en afschaffing van eilandbelastingen, en
d. de benoeming en het ontslag van eilandgedeputeerden.
2. In een besloten vergadering kan geen besluit worden genomen
over:
a. ontwerpen van eilandsverordeningen;
b. het doen van uitgaven, op de begroting niet voorkomende of de
daarop uitgetrokken posten te boven gaande;
c. het aanwijzen van middelen tot dekking van zodanige uitgaven;
d. het geheel of gedeeltelijk vervreemden en het bezwaren van de
eigendommen van het openbaar lichaam;
e. het onderhands verhuren, verpachten of in gebruik geven van
eigendommen van het openbaar lichaam;
f. het onderhands gunnen of aanbesteden van werken of
leveranties.
Artikel 27
1. De eilandsraad kan op grond van een belang, genoemd in
artikel 11 van de Wet openbaarheid van bestuur Bonaire, Sint
Eustatius en Saba omtrent het in een besloten vergadering
behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de
eilandsraad worden overgelegd, geheimhouding opleggen.
Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde
wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt
door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het
behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de
eilandsraad haar opheft.
2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 11 van de Wet
openbaarheid van bestuur Bonaire, Sint Eustatius en Saba, kan de
geheimhouding eveneens worden opgelegd door het
bestuurscollege, de gezaghebber en een commissie, ieder ten
aanzien van de stukken die zij aan de eilandsraad of aan leden van
de eilandsraad overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding
gemaakt.
3. De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot
geheimhouding met betrekking tot aan de eilandsraad overgelegde
stukken vervalt, indien de oplegging niet door de eilandsraad in zijn
eerstvolgende vergadering die blijkens de presentielijst door meer
dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt
bekrachtigd.
4. De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot
geheimhouding met betrekking tot aan leden van de eilandsraad
overgelegde stukken wordt in acht genomen totdat het orgaan dat de
verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het stuk waaromtrent
geheimhouding is opgelegd aan de eilandsraad is voorgelegd, totdat
de eilandsraad haar opheft. De eilandsraad kan deze beslissing
alleen nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door
meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht.
Artikel 28
1. De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de
vergadering en is bevoegd, wanneer die orde op enigerlei wijze door
toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders
te doen vertrekken.
2. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de
vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot
de vergadering te ontzeggen.
3. Hij kan de eilandsraad voorstellen aan een lid dat door zijn
gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere
verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet
beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering
onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij
herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie
maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.
Artikel 29
De leden van de eilandsraad stemmen zonder last.
Artikel 30
1. Een lid van de eilandsraad neemt niet deel aan de stemming
over:
a. een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk
persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;
b. de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam
waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij behoort.
2. Bij een schriftelijke stemming wordt onder het deelnemen aan
de stemming verstaan het inleveren van een stembriefje.
3. Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij
behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij
een herstemming is beperkt.
4. Het eerste lid is niet van toepassing bij het besluit betreffende
de toelating van de na periodieke verkiezing benoemde leden.
Artikel 31
1. Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het
aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de
stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen.
2. Het eerste lid is niet van toepassing:
a. ingeval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een
benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer personen ten
aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op grond
van dat lid niet geldig was;
b. in een vergadering als bedoeld in artikel 22, tweede lid, voor
zover het betreft onderwerpen die in de daaraan voorafgaande,
ingevolge artikel 22, eerste lid, niet geopende vergadering aan de
orde waren gesteld.
Artikel 32
1. Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming wordt
de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben
uitgebracht.
2. Bij een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van
een stem verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld
stembriefje.
Artikel 33
1. De stemming over personen voor het doen van benoemingen,
voordrachten of aanbevelingen is geheim.
2. Indien de stemmen staken over personen tot wie de keuze door
een voordracht of bij een herstemming is beperkt, wordt in dezelfde
vergadering een herstemming gehouden.
3. Staken bij deze stemming de stemmen opnieuw, dan beslist
terstond het lot.
Artikel 34
1. De overige stemmingen geschieden bij hoofdelijke oproeping,
indien de voorzitter of een van de leden dat verlangt. In dat geval
geschieden zij mondeling.
2. Bij hoofdelijke oproeping is ieder ter vergadering aanwezig lid
dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden
verplicht zijn stem voor of tegen uit te brengen.
3. Indien over een voorstel geen stemming wordt gevraagd, is het
aangenomen.
4. Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking van stemmen
het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende
vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend.
5. Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in
een ingevolge het vierde lid opnieuw belegde vergadering, is het
voorstel niet aangenomen.
6. Onder een voltallige vergadering wordt verstaan een
vergadering waarin alle leden waaruit de eilandsraad bestaat, voor
zover zij zich niet van deelneming aan de stemming moesten
onthouden, een stem hebben uitgebracht.
Artikel 35
De stukken die van de eilandsraad uitgaan, worden door de
gezaghebber ondertekend en door de eilandgriffier
medeondertekend. Bij verhindering of ontstentenis van de
gezaghebber worden de stukken die van de eilandsraad uitgaan
ondertekend door degene die krachtens artikel 86 de gezaghebber
als voorzitter van de eilandsraad vervangt.
Artikel 36
1. De eilandsraad en elk van zijn leden hebben recht op ambtelijke
bijstand.
2. De in de eilandsraad vertegenwoordigde groeperingen hebben
recht op ondersteuning.
3. De eilandsraad stelt met betrekking tot de ambtelijke bijstand en
de ondersteuning van de in de eilandsraad vertegenwoordigde
groeperingen een eilandsverordening vast. De verordening bevat ten
aanzien van de ondersteuning regels over de besteding en de
verantwoording.
4. De eilandsverordening behoeft de goedkeuring van de
Rijksvertegenwoordiger.
AFDELING III. HET BESTUURSCOLLEGE
Artikel 37
1. De gezaghebber en de eilandgedeputeerden vormen te zamen
het bestuurscollege.
2. De gezaghebber is voorzitter van het bestuurscollege.
Artikel 38
1. De eilandsraad benoemt de eilandgedeputeerden.
2. De gezaghebber wordt geïnformeerd over de uitkomsten van de
college-onderhandelingen. Hij wordt alsdan in de gelegenheid
gesteld zijn opvattingen over voorstellen ten behoeve van het
collegeprogramma kenbaar te maken.
Artikel 39
1. Het aantal eilandgedeputeerden bedraagt:
a. drie in het openbaar lichaam Bonaire;
b. twee in de openbare lichamen Sint Eustatius en Saba.
2. De eilandsraad kan besluiten dat de functie van
eilandgedeputeerde in deeltijd wordt uitgeoefend.
3. Indien het tweede lid toepassing vindt kan de eilandsraad het
aantal eilandgedeputeerden verhogen, met dien verstande dat de
tijdsbestedingsnorm van de eilandgedeputeerden gezamenlijk ten
hoogste tien procent meer bedraagt dan de tijdsbestedingsnorm van
de eilandgedeputeerden gezamenlijk zou hebben bedragen indien
het tweede lid geen toepassing had gevonden en het aantal
eilandgedeputeerden niet hoger wordt gesteld dan:
a. vier in het openbaar lichaam Bonaire;
b. drie in de openbare lichamen Sint Eustatius en Saba.
4. De eilandsraad stelt bij de benoeming van de
eilandgedeputeerden de tijdsbestedingsnorm van elke
eilandgedeputeerde vast.
5. Bij de berekening van het maximale aantal
eilandgedeputeerden wordt afgerond tot het dichtstbijgelegen gehele
getal.
Artikel 40
1. Voor de functie van eilandgedeputeerde gelden de vereisten
voor het lidmaatschap van de eilandsraad, bedoeld in artikel 11.
2. De eilandsraad kan voor de duur van een jaar ontheffing
verlenen van het vereiste van ingezetenschap. De ontheffing kan in
bijzondere gevallen, telkens met een periode van maximaal een jaar,
worden verlengd.
3. Dezelfde persoon kan niet in meer dan één openbaar lichaam
eilandgedeputeerde zijn.
Artikel 41
1. Een eilandgedeputeerde is niet tevens:
a. minister;
b. staatssecretaris;
c. lid van de Raad van State;
d. lid van de Algemene Rekenkamer;
e. Nationale ombudsman;
f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de
Wet Nationale ombudsman;
g. Rijksvertegenwoordiger;
h lid van een eilandsraad;
i. gezaghebber;
j. lid van de gezamenlijke rekenkamer;
k. ombudsman of lid van de ombudscommissie;
l. ambtenaar, door of vanwege het bestuur van een openbaar
lichaam aangesteld of daaraan ondergeschikt;
m. ambtenaar, door of vanwege het Rijk aangesteld, tot wiens
taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het
toezicht op het openbaar lichaam;
n. functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel
van bestuur het bestuur van een openbaar lichaam van advies dient.
2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel h, kan een
eilandgedeputeerde tevens lid zijn van de eilandsraad van het
openbaar lichaam waar hij eilandgedeputeerde is gedurende het
tijdvak dat:
a. aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van
de leden van de eilandsraad en eindigt op het tijdstip waarop de
eilandgedeputeerden ingevolge artikel 52, eerste lid, aftreden, of
b. aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot
eilandgedeputeerde en eindigt op het tijdstip waarop de goedkeuring
van de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van de eilandsraad
onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft
beslist dat geen opvolger kan worden benoemd. Hij wordt geacht
ontslag te nemen als lid van de eilandsraad met ingang van het
tijdstip waarop hij zijn benoeming tot eilandgedeputeerde aanvaardt.
Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.
3. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel l, kan een
eilandgedeputeerde tevens zijn:
a. ambtenaar van de burgerlijke stand;
b. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke
verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht;
c. ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar
onderwijs.
Artikel 42
1. Niet tot eilandgedeputeerde wordt benoemd de persoon die
gehuwd is met, of bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad
is van:
a. een lid van de eilandsraad;
b. de gezaghebber;
c. de eilandsecretaris, of
d. de eilandgriffier.
2. Artikel 12, tweede en derde lid, is van toepassing.
Artikel 43
De benoeming van eilandgedeputeerden na de verkiezing van de
leden van de eilandsraad vindt plaats in een vergadering van de
eilandsraad in nieuwe samenstelling.
Artikel 44
In het geval van artikel 43 gaat de benoeming van degene die zijn
benoeming tot eilandgedeputeerde heeft aangenomen, in op het
tijdstip waarop ten minste de helft van het met inachtneming van
artikel 39 bepaalde aantal eilandgedeputeerden zijn benoeming heeft
aangenomen of, indien de aanneming van de benoeming op een
later tijdstip plaatsvindt, op dat tijdstip.
Artikel 45
De benoeming ter vervulling van een plaats die tussentijds
openvalt, geschiedt zo spoedig mogelijk.
Artikel 46
De benoemde eilandgedeputeerde deelt de eilandsraad uiterlijk op
de tiende dag na de kennisgeving van zijn benoeming mee of hij de
benoeming aanneemt. Indien deze termijn verstrijkt zonder
mededeling, wordt de benoemde eilandgedeputeerde geacht de
benoeming niet aan te nemen.
Artikel 47
Wanneer de benoeming niet is aangenomen, geschiedt zo
spoedig mogelijk een nieuwe benoeming.
Artikel 48
1. Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de
eilandgedeputeerden, in de vergadering van de eilandsraad, in
handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af:
”Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot eilandgedeputeerde benoemd te
worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk
voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of
te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte
heb aangenomen of zal aannemen.
Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik
de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als
eilandgedeputeerde naar eer en geweten zal vervullen.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!’
(”Dat verklaar en beloof ik!”)
2. In plaats van in het Nederlands kan de eed (verklaring en
belofte) in het Papiaments of het Engels worden afgelegd.
3. Wanneer de eed (verklaring en belofte) in het Papiaments wordt
afgelegd, luidt de tekst van de eed (verklaring en belofte) als volgt:
"Mi ta hura (deklará) ku pa mi nombramentu den e kargo o
funshon di diputado, mi no a duna ni primintí, ni direkta- ni
indirektamente, bou di ningun nòmber ni denominashon ni preteksto,
ningun regalo ni fabor.
Mi ta hura (deklará i primintí) ku mi no a risibí ni mi no a aseptá, ni
lo mi no aseptá, ni direkta- ni indirektamente, ningun regalo ni ningun
promesa di hasi algu o laga di hasi algu den e kargo o funshon en
kuestion.
Mi ta hura (primintí) ku lo mi ta fiel na Konstitushon, ku lo mi
kumpli ku lei i ku lo mi kumpli ku mi obligashonnan komo diputado
segun mi konsenshi i honor.
Mi ta hasi esei ku yudansa di Dios Todopoderoso!”
(Esei mi ta deklará i primintí!")
4. Wanneer de eed (verklaring en belofte) in het Engels wordt
afgelegd, luidt de tekst van de eed (verklaring en belofte) als volgt:
"I swear (affirm) that I neither gave nor promised any gift or favour,
either directly or indirectly, under any name or pretext whatsoever, in
order to be appointed member of the island executive.
I swear (affirm and promise) that I have made no gift or promise,
and shall accept no gift or promise, either directly or indirectly, in
order to do or to omit to do anything in the course of my duties.
I swear (promise) that I will bear allegiance to the Constitution,
that I will observe the laws and that I will perform my duties as
member member of the island executive in good faith.
So help me God Almighty!
(This I affirm and promise!)
Artikel 49
1. Een eilandgedeputeerde vervult geen nevenfuncties waarvan
de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling
van zijn functie als eilandgedeputeerde.
2. Een eilandgedeputeerde meldt zijn voornemen tot aanvaarding
van een nevenfunctie aan de eilandsraad.
3. Artikel 14 is van overeenkomstige toepassing op de
eilandgedeputeerden.
Artikel 50
1. Een eilandgedeputeerde dient bij de Rijksvertegenwoordiger
binnen dertig dagen na aanneming van zijn benoeming en binnen
dertig dagen na zijn ontslag een schriftelijke verklaring in met:
a. een nauwkeurige omschrijving van de zakelijke belangen die hij
en zijn echtgenoot hebben of beheren;
b. een nauwkeurige omschrijving van de onroerende zaken,
roerende zaken, op geld waardeerbare rechten alsmede vorderingen
en schulden van hem en zijn echtgenoot;
c. een nauwkeurige omschrijving van de aard van zijn
nevenfuncties alsmede de functies van zijn echtgenoot;
d. de vermelding of aan de nevenfuncties inkomsten of voordelen
in welke vorm dan ook, zijn verbonden en voorzover een geldelijke
vergoeding daaraan is verbonden de omvang daarvan.
2. Artikel 12, tweede en derde lid, is van toepassing.
3. Geen opgave hoeft te worden gedaan van belangen, zaken,
met uitzondering van onroerende zaken, rechten, vorderingen en
schulden, waarvan de waarde niet meer dan PM (bedrag
vergelijkbaar met NAF. 20.000,- ) bedraagt.
4. De verklaring wordt door de eilandgedeputeerde ondertekend.
5. Bij ministeriële regeling wordt voor de verklaring een model
vastgesteld.
6. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke gevallen
en onder welke voorwaarden de schriftelijke verklaring langs
elektronische weg kan worden ingediend.
Artikel 51
1. Artikel 17, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige
toepassing op de eilandgedeputeerden.
2. De eilandsraad stelt voor de eilandgedeputeerden een
gedragscode vast.
Artikel 52
1. Na de verkiezing van de leden van de eilandsraad treden de
eilandgedeputeerden af op het moment dat de eilandsraad ten
minste de helft van het met inachtneming van artikel 39 bepaalde
aantal eilandgedeputeerden heeft benoemd en deze benoemingen
zijn aangenomen.
2. Indien zoveel eilandgedeputeerden hun ontslag indienen of
worden ontslagen dat niet ten minste de helft van het met
inachtneming van artikel 39 bepaalde aantal eilandgedeputeerden in
functie is, treedt de gezaghebber in de plaats van het
bestuurscollege totdat dit wel het geval is.
Artikel 53
1. Een eilandgedeputeerde kan te allen tijde ontslag nemen. Hij
doet daarvan schriftelijk mededeling aan de eilandsraad.
2. Het ontslag gaat in met ingang van de dag, gelegen een maand
na de dag waarop hij zijn ontslag heeft genomen of zoveel eerder als
zijn opvolger de benoeming heeft aangenomen.
Artikel 54
1. De eilandgedeputeerden genieten ten laste van het openbaar
lichaam een bezoldiging, die bij of krachtens algemene maatregel
van bestuur wordt geregeld.
2. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld betreffende
tegemoetkoming in of vergoeding van bijzondere kosten en
betreffende andere financiële voorzieningen die verband houden met
de vervulling van het ambt van eilandgedeputeerde.
3. Buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend
genieten de eilandgedeputeerden als zodanig geen inkomsten, in
welke vorm ook, ten laste van het openbaar lichaam.
4. De eilandgedeputeerden genieten geen vergoedingen, in welke
vorm ook, voor werkzaamheden, verricht in nevenfuncties die zij
vervullen uit hoofde van het ambt van eilandgedeputeerde ongeacht
of die vergoedingen ten laste van het openbaar lichaam komen of
niet. Indien deze vergoedingen worden uitgekeerd, worden zij gestort
in de kas van het openbaar lichaam.
5. Van het bepaalde in het vierde lid kan de
Rijksvertegenwoordiger in bijzondere gevallen ontheffing verlenen.
Artikel 55
1. Indien degene wiens benoeming tot eilandgedeputeerde is
ingegaan, een functie bekleedt als bedoeld in artikel 41, eerste lid, en
het tweede of derde lid van dat artikel niet van toepassing zijn, draagt
hij er onverwijld zorg voor dat hij uit die functie wordt ontheven.
2. De eilandsraad verleent hem ontslag indien hij dit nalaat.
3. Het ontslag gaat in terstond na de bekendmaking van het
ontslagbesluit.
4. Indien de eilandsraad naar het oordeel van de gezaghebber ten
onrechte nalaat ontslag te verlenen, wordt de eilandgedeputeerde
door de gezaghebber van zijn betrekking vervallen verklaard.
5. De werking van een besluit, inhoudende de vervallenverklaring,
wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien
beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. Gedurende deze
periode is de eilandgedeputeerde in zijn betrekking geschorst.
6. In de gevallen, bedoeld in het tweede en vierde lid, is artikel 4:8
van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Artikel 56
1. Indien een eilandgedeputeerde niet langer voldoet aan de
vereisten voor de functie van eilandgedeputeerde, bedoeld in artikel
40, of een functie gaat bekleden als bedoeld in artikel 41, eerste lid,
en het tweede of derde lid van dat artikel niet van toepassing zijn,
neemt hij onmiddellijk ontslag. Hij doet hiervan schriftelijk mededeling
aan de eilandsraad.
2. Artikel 55, tweede tot en met zesde lid, is van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 57
1. Indien een uitspraak van de eilandsraad inhoudende de
opzegging van zijn vertrouwen in een eilandgedeputeerde er niet toe
leidt dat de betrokken eilandgedeputeerde onmiddellijk ontslag
neemt, kan de eilandsraad besluiten tot ontslag.
2. Op het ontslagbesluit zijn artikel 4:8 van de Algemene wet
bestuursrecht en artikel 7, eerste lid, van de Wet administratieve
rechtspraak Bonaire, Sint Eustatius en Saba niet van toepassing.
Artikel 58
De rechter treedt niet in de beoordeling van de gronden waarop
de eilandsraad tot ontslag van een eilandgedeputeerde heeft
besloten.
Artikel 59
Het bestuurscollege stelt een reglement van orde voor zijn
vergaderingen en andere werkzaamheden vast, dat aan de
eilandsraad wordt toegezonden.
Artikel 60
1. De gezaghebber stelt, met inachtneming van hetgeen het
bestuurscollege heeft bepaald, dag en plaats van de vergadering van
het bestuurscollege en het tijdstip van de opening vast.
2. De gezaghebber maakt dag en plaats van te houden openbare
vergaderingen en het tijdstip van de opening bekend.
Artikel 61
1. De gezaghebber bevordert de eenheid van het collegebeleid.
2. De gezaghebber kan onderwerpen aan de agenda voor een
vergadering van het bestuurscollege toevoegen.
3. De gezaghebber kan ten aanzien van geagendeerde
onderwerpen een eigen voorstel aan het bestuurscollege voorleggen.
Artikel 62
1. De vergaderingen van het bestuurscollege worden met gesloten
deuren gehouden, voor zover het bestuurscollege niet anders heeft
bepaald.
2. Het reglement van orde voor de vergaderingen kan regels
geven omtrent de openbaarheid van de vergaderingen van het
bestuurscollege.
Artikel 63
1. Het bestuurscollege kan op grond van een belang, genoemd in
artikel 11 van de Wet openbaarheid van bestuur Bonaire, Sint
Eustatius en Saba, omtrent het in een besloten vergadering
behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan het
bestuurscollege worden overgelegd, geheimhouding opleggen.
Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde
wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt
door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het
behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat het
bestuurscollege haar opheft.
2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 11 van de Wet
openbaarheid van bestuur Bonaire, Sint Eustatius en Saba, kan de
geheimhouding eveneens worden opgelegd door de gezaghebber of
een commissie, ten aanzien van de stukken die zij aan het
bestuurscollege overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding
gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat het
orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel de eilandsraad
haar opheft.
3. Indien het bestuurscollege zich ter zake van het behandelde
waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt tot de eilandsraad
heeft gericht, wordt de geheimhouding in acht genomen totdat de
eilandsraad haar opheft.
Artikel 64
1. In de vergadering van het bestuurscollege kan slechts worden
beraadslaagd of besloten, indien ten minste de helft van het aantal
zitting hebbende leden tegenwoordig is.
2. Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de
gezaghebber, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een
vergadering.
3. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid
niet van toepassing. Het bestuurscollege kan echter over andere
aangelegenheden dan die waarvoor de eerdere vergadering was
belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien ten minste de helft
van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.
Artikel 65
De leden van het bestuurscollege en andere personen die
deelnemen aan de beraadslaging kunnen niet in rechte worden
vervolgd of aangesproken voor hetgeen zij in de vergadering van het
bestuurscollege hebben gezegd of aan het bestuurscollege
schriftelijk hebben overgelegd.
Artikel 66
De artikelen 30, eerste tot en met derde lid, 31 en 32 zijn ten
aanzien van de vergaderingen van het bestuurscollege van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 67
1. Indien bij een stemming, anders dan over personen voor het
doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen, de
stemmen staken, wordt opnieuw gestemd.
2. Staken de stemmen andermaal over hetzelfde voorstel, dan
beslist de stem van de voorzitter.
Artikel 68
1. De stukken die van het bestuurscollege uitgaan, worden door
de gezaghebber ondertekend en door de eilandsecretaris
medeondertekend.
2. Het bestuurscollege kan hem toestaan de ondertekening op te
dragen aan een ander lid van het bestuurscollege, aan de
eilandsecretaris of aan een of meer andere ambtenaren van het
openbaar lichaam.
3. De medeondertekening door de eilandsecretaris is niet van
toepassing indien de ondertekening van stukken die van het
bestuurscollege uitgaan ingevolge het tweede lid is opgedragen aan
de eilandsecretaris of een of meer ambtenaren van het openbaar
lichaam.
Artikel 69
1. De eilandsraad kan regelen van welke beslissingen van het
bestuurscollege aan de leden van de eilandsraad kennisgeving wordt
gedaan. Daarbij kan de eilandsraad de gevallen bepalen waarin met
terinzagelegging kan worden volstaan.
2. Het bestuurscollege laat de kennisgeving of terinzagelegging
achterwege voor zover deze in strijd is met het openbaar belang.
3. Het bestuurscollege maakt de besluitenlijst van zijn
vergaderingen terstond na de vaststelling daarvan openbaar op de in
het openbaar lichaam gebruikelijke wijze. Het bestuurscollege laat de
openbaarmaking achterwege voor zover het aangelegenheden
betreft ten aanzien waarvan op grond van artikel 63 geheimhouding
is opgelegd of ten aanzien waarvan openbaarmaking in strijd is met
het openbaar belang.
AFDELING IV. DE GEZAGHEBBER
Artikel 70
1. De gezaghebber wordt bij koninklijk besluit op voordracht van
Onze Minister benoemd en herbenoemd voor de tijd van zes jaar. Hij
kan te allen tijde bij koninklijk besluit op voordracht van Onze
Minister worden ontslagen.
2. De Rijksvertegenwoordiger maakt voor elke door benoeming te
vervullen plaats een met redenen omklede aanbeveling op. Alvorens
zijn aanbeveling te doen verzoekt hij de eilandsraad zijn gevoelen
kenbaar te maken met betrekking tot de aan de te benoemen
gezaghebber te stellen eisen van bekwaamheid en geschiktheid.
3. De eilandsraad kan uit zijn midden een vertrouwenscommissie
instellen belast met de beoordeling van de op haar verzoek door de
Rijksvertegenwoordiger daartoe geselecteerde kandidaten. De
vertrouwenscommissie brengt vertrouwelijk verslag uit van haar
bevindingen aan de Rijksvertegenwoordiger.
4. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid kunnen bij
algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld
omtrent de bij benoeming te volgen procedure.
5. De Rijksvertegenwoordiger doet een voorstel tot herbenoeming.
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld
over de wijze waarop de eilandsraad in verband daarmee zijn
gevoelen omtrent het functioneren van de gezaghebber kenbaar kan
maken aan de Rijksvertegenwoordiger.
Artikel 71
1. De gezaghebber kan bij koninklijk besluit worden geschorst.
2. Onze Minister kan, in afwachting van een besluit omtrent
schorsing, bepalen dat de gezaghebber zijn functie niet uitoefent.
3. Een besluit als bedoeld in het tweede lid vervalt, indien niet
binnen een maand een besluit omtrent de schorsing is genomen.
Artikel 72
Voor de benoembaarheid tot gezaghebber is het
Nederlanderschap vereist.
Artikel 73
Dezelfde persoon kan niet in meer dan een openbaar lichaam tot
gezaghebber worden benoemd.
Artikel 74
1. Alvorens zijn ambt te aanvaarden, legt de gezaghebber in
handen van de Rijksvertegenwoordiger de volgende eed (verklaring
en belofte) af:
"Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot gezaghebber benoemd te
worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk
voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of
te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte
heb aangenomen of zal aannemen.
Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik
de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als gezaghebber naar
eer en geweten zal vervullen.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!"
(Dat verklaar en beloof ik!")
2. In plaats van in het Nederlands kan de eed (verklaring en
belofte) in het Papiaments of het Engels worden afgelegd.
3. Wanneer de eed (verklaring en belofte) in het Papiaments wordt
afgelegd, luidt de tekst van de eed (verklaring en belofte) als volgt:
"Mi ta hura (deklará) ku pa mi nombramentu den e kargo o
funshon di gezaghebber mi no a duna ni primintí, ni direkta- ni
indirektamente, bou di ningun nòmber ni denominashon ni preteksto,
ningun regalo ni fabor.
Mi ta hura (deklará i primintí) ku mi no a risibí ni mi no a aseptá, ni
lo mi no aseptá, ni direkta- ni indirektamente, ningun regalo ni ningun
promesa di hasi algu o laga di hasi algu den e kargo o funshon en
kuestion.
Mi ta hura (primintí) ku lo mi ta fiel na Konstitushon, ku lo mi
kumpli ku lei i ku lo mi kumpli ku mi obligashonnan komo
gezaghebber segun mi konsenshi i honor.
Mi ta hasi esei ku yudansa di Dios Todopoderoso!”
(Esei mi ta deklará i primintí!")
4. Wanneer de eed (verklaring en belofte) in het Engels wordt
afgelegd, luidt de tekst van de eed (verklaring en belofte) als volgt:
"I swear (affirm) that I neither gave nor promised any gift or favour,
either directly or indirectly, under any name or pretext whatsoever, in
order to be appointed lieutenant governor.
I swear (affirm and promise) that I have made no gift or promise,
and shall accept no gift or promise, either directly or indirectly, in
order to do or to omit to do anything in the course of my duties.
I swear (promise) that I will bear allegiance to the Constitution,
that I will observe the laws and that I will perform my duties as
lieutenant governor in good faith.
So help me God Almighty!
(This I affirm and promise!)
Artikel 75
1. De gezaghebber geniet ten laste van het openbaar lichaam een
bezoldiging, die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur
wordt geregeld.
2. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld betreffende
tegemoetkoming in of vergoeding van bijzondere kosten en
betreffende andere financiële voorzieningen die verband houden met
de vervulling van het ambt van gezaghebber.
3. Buiten hetgeen hem bij of krachtens de wet is toegekend,
geniet de gezaghebber als zodanig geen inkomsten, in welke vorm
ook, ten laste van het openbaar lichaam.
4. De gezaghebber geniet geen vergoedingen, in welke vorm ook,
voor werkzaamheden, verricht in nevenfuncties welke hij vervult uit
hoofde van het ambt van gezaghebber, ongeacht of die
vergoedingen ten laste van het openbaar lichaam komen of niet.
Indien deze vergoedingen worden uitgekeerd, worden zij gestort in
de kas van het openbaar lichaam.
Artikel 76
1. De gezaghebber vervult geen nevenfuncties waarvan de
uitoefening ongewenst is met het oog op de goede vervulling van zijn
ambt van gezaghebber of op de handhaving van zijn onpartijdigheid
en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
2. De gezaghebber meldt zijn voornemen tot aanvaarding van een
nevenfunctie, anders dan uit hoofde van zijn ambt van gezaghebber,
aan de eilandsraad.
3. Artikel 14 is van overeenkomstige toepassing op de
gezaghebber.
Artikel 77
1. De gezaghebber is niet tevens:
a. minister;
b. staatssecretaris;
c. lid van de Raad van State;
d. lid van de Algemene Rekenkamer;
e. Nationale ombudsman;
f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de
Wet Nationale ombudsman;
g. Rijksvertegenwoordiger;
h. lid van een eilandsraad;
i. eilandgedeputeerde;
j. lid van de gezamenlijke rekenkamer;
k. ombudsman of lid van de ombudscommissie;
l. ambtenaar, door of vanwege het bestuur van een openbaar
lichaam aangesteld of daaraan ondergeschikt;
m. ambtenaar, door of vanwege het Rijk aangesteld, tot wiens
taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het
toezicht op het openbaar lichaam;
n. functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel
van bestuur het bestuur van een openbaar lichaam van advies dient.
2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel l, kan een
gezaghebber tevens ambtenaar van de burgerlijke stand zijn.
Artikel 78
1. Niet tot gezaghebber wordt benoemd de persoon die gehuwd is
met, of bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad is van:
a. een lid van de eilandsraad;
b. een eilandgedeputeerde;
c. de eilandsecretaris, of
d. de eilandgriffier.
2. Artikel 12, tweede en derde lid, is van toepassing.
Artikel 79
1. Artikel 17, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige
toepassing op de gezaghebber.
2. De eilandsraad stelt voor de gezaghebber een gedragscode
vast.
Artikel 80
1. De gezaghebber dient bij de Rijksvertegenwoordiger binnen
dertig dagen na zijn benoeming en binnen dertig dagen na zijn
ontslag een schriftelijke verklaring in met:
a. een nauwkeurige omschrijving van de zakelijke belangen die hij
en zijn echtgenoot hebben of beheren;
b. een nauwkeurige omschrijving van de onroerende zaken,
roerende zaken, op geld waardeerbare rechten alsmede vorderingen
en schulden van hem en zijn echtgenoot;
c. een nauwkeurige omschrijving van de aard van zijn
nevenfuncties alsmede de functies van zijn echtgenoot;
d. de vermelding of aan de nevenfuncties inkomsten of voordelen
in welke vorm dan ook, zijn verbonden en voorzover een geldelijke
vergoeding daaraan is verbonden de omvang daarvan.
2. Artikel 12, tweede en derde lid, is van toepassing.
3. Geen opgave hoeft te worden gedaan van belangen, zaken,
met uitzondering van onroerende zaken, rechten, vorderingen en
schulden, waarvan de waarde niet meer dan PM (bedrag
vergelijkbaar met NAF. 20.000,- ) bedraagt.
4. De verklaring wordt door de gezaghebber ondertekend.
5. Bij ministeriële regeling wordt voor de verklaring een model
vastgesteld.
6. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke gevallen
en onder welke voorwaarden de schriftelijke verklaring langs
elektronische weg kan worden ingediend.
Artikel 81
Het ambt van gezaghebber ontheft van alle bij of krachtens de wet
opgelegde verplichtingen tot het verrichten van persoonlijke diensten.
Artikel 82
1. De gezaghebber heeft zijn werkelijke woonplaats in het
openbaar lichaam.
2. De Rijksvertegenwoordiger kan voor ten hoogste een jaar
ontheffing verlenen van de verplichting om de werkelijke woonplaats
in het openbaar lichaam te hebben.
Artikel 83
1. Indien de gezaghebber langer dan zes weken buiten het
openbaar lichaam wenst te verblijven, behoeft hij daartoe de
toestemming van de Rijksvertegenwoordiger. De toestemming mag
alleen worden verleend, indien het belang van het openbaar lichaam
zich daartegen niet verzet.
2. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de
termijn, genoemd in het eerste lid.
Artikel 84
1. Alle aan de eilandsraad of aan het bestuurscollege gerichte
stukken worden door of namens de gezaghebber geopend.
2. Van de ontvangst van aan de eilandsraad gerichte stukken die
niet terstond in de vergadering van de eilandsraad aan de orde
worden gesteld, doet hij in de eerstvolgende vergadering van de
eilandsraad mededeling.
Artikel 85
Bij koninklijk besluit wordt bepaald, welke de
onderscheidingstekenen van de gezaghebber zijn en bij welke
gelegenheden hij deze zal dragen.
Artikel 86
1. Bij verhindering of ontstentenis van de gezaghebber wordt zijn
ambt waargenomen door een door het bestuurscollege aan te wijzen
eilandgedeputeerde. Het voorzitterschap van de eilandsraad wordt in
dat geval waargenomen door het langstzittende lid van de
eilandsraad. Indien meer leden van de eilandsraad even lang zitting
hebben, vindt de waarneming plaats door het oudste lid in jaren van
hen. De eilandsraad kan een ander lid van de eilandsraad met de
waarneming belasten.
2. Bij verhindering of ontstentenis van alle eilandgedeputeerden
wordt het ambt waargenomen door het langstzittende lid van de
eilandsraad. Indien meer leden van de eilandsraad even lang zitting
hebben, vindt de waarneming plaats door het oudste lid in jaren van
hen. De eilandsraad kan een ander lid van de eilandsraad met de
waarneming belasten.
Artikel 87
1. Indien de Rijksvertegenwoordiger het in het belang van het
openbaar lichaam nodig oordeelt, voorziet hij in afwijking van artikel
86 in de waarneming. Alvorens daartoe over te gaan hoort hij de
eilandsraad, tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten.
2. Hij die door de Rijksvertegenwoordiger met de waarneming van
het ambt van gezaghebber is belast, legt in handen van de
Rijksvertegenwoordiger een overeenkomstig artikel 74 luidende eed
(verklaring en belofte) af.
Artikel 88
De toekenning van een vergoeding ten laste van het openbaar
lichaam aan degene die met de waarneming van het ambt van
gezaghebber is belast, wordt geregeld bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur.
Artikel 89
Ten aanzien van degene die met de waarneming van het ambt
van gezaghebber is belast, zijn de artikelen 77 tot en met 79 van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 90
1. De eilandsraad kan regelen van welke beslissingen van de
gezaghebber aan de leden van de eilandsraad kennisgeving wordt
gedaan. Daarbij kan de eilandsraad de gevallen bepalen waarin met
terinzagelegging kan worden volstaan.
2. De gezaghebber laat de kennisgeving of terinzagelegging
achterwege voor zover deze in strijd is met het openbaar belang.
AFDELING V. DE GEZAMENLIJKE REKENKAMER
Artikel 91
De eilandsraden stellen gezamenlijk bij eilandsverordening een
gezamenlijke rekenkamer in.
Artikel 92
1. De gezamenlijke rekenkamer bestaat uit drie leden.
2. Elke eilandsraad benoemt één lid van de gezamenlijke
rekenkamer voor de duur van zes jaar
3. De eilandsraad kan voor het lid dat hij heeft benoemd een
plaatsvervangend lid benoemen. Deze afdeling is op
plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing.
4. De eilandsraad kan een lid herbenoemen.
5. Voorafgaand aan de benoemingen, bedoeld in het tweede tot
en met het vierde lid, pleegt de eilandsraad overleg met de
gezamenlijke rekenkamer.
6. Een lid van de gezamenlijke rekenkamer wordt door de
eilandsraad die hem heeft benoemd, ontslagen:
a. op eigen verzoek;
b. bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het
lidmaatschap;
c. indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak
wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak
een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
d. indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak
onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard,
surséance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is
gegijzeld.
7. Een lid van de gezamenlijke rekenkamer kan door de
eilandsraad die hem heeft benoemd, worden ontslagen:
a. indien hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn
functie te vervullen;
b. indien hij handelt in strijd met artikel 97.
Artikel 93
1. Een lid van de gezamenlijke rekenkamer wordt door de
eilandsraad die hem heeft benoemd, op non-actief gesteld indien:
a. hij zich in voorlopige hechtenis bevindt;
b. hij bij een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke
uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een
uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg
heeft;
c. hij onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is
verklaard, surséance van betaling heeft verkregen of wegens
schulden is gegijzeld ingevolge een nog niet onherroepelijk
geworden rechterlijke uitspraak.
2. Een lid van de gezamenlijke rekenkamer kan door de
eilandsraad die hem heeft benoemd, op non-actief worden gesteld,
indien tegen hem een gerechtelijk onderzoek ter zake van een
misdrijf wordt ingesteld of indien er een ander ernstig vermoeden is
van het bestaan van feiten en omstandigheden die tot ontslag,
anders dan op gronden, genoemd in artikel 92, zesde lid, onderdeel
a, en zevende lid, onderdeel a, zouden kunnen leiden.
3. De eilandsraad beëindigt de non-activiteit zodra de grond voor
de maatregel is vervallen, met dien verstande dat in een geval als
bedoeld in het tweede lid de non-activiteit in ieder geval eindigt na
zes maanden. In dat geval kan de eilandsraad de maatregel telkens
voor ten hoogste drie maanden verlengen.
Artikel 94
Artikel 14 is van overeenkomstige toepassing op de leden van de
gezamenlijke rekenkamer.
Artikel 95
1. Een lid van de gezamenlijke rekenkamer is niet tevens:
a. minister;
b. staatssecretaris;
c. lid van de Raad van State;
d. lid van de Algemene Rekenkamer;
e. Nationale ombudsman;
f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de
Wet Nationale ombudsman;
g. Rijksvertegenwoordiger;
h. lid van een eilandsraad;
i. gezaghebber;
j. eilandgedeputeerde;
k. ombudsman of lid van de ombudscommissie;
l. lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 112 en 113;
m. ambtenaar, door of va