WolBES = Wet Openbare Lichamen BES

Download This Document (.pdf)



  • WET OPENBARE LICHAMEN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN
    SABA
    INHOUDSOPGAVE
    HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
    HOOFDSTUK II DE INSTELLING VAN DE OPENBARE LICHAMEN
    HOOFDSTUK III DE INRICHTING EN SAMENSTELLING VAN HET
    EILANDSBESTUUR
    AFDELING I. ALGEMENE BEPALING
    AFDELING II. DE EILANDSRAAD
    AFDELING III. HET BESTUURSCOLLEGE
    AFDELING IV. DE GEZAGHEBBER
    AFDELING V. DE GEZAMENLIJKE REKENKAMER
    AFDELING VI. DE OMBUDSMAN
    § 1 Algemene bepaling
    § 2 De eilandelijke ombudsman
    § 3 De eilandelijke ombudscommissie
    § 4 De gezamenlijke ombudsman en de gezamenlijke
    ombudscommissie
    AFDELING VII. DE COMMISSIES
    AFDELING VIII. GELDELIJKE VOORZIENINGEN TEN
    BEHOEVE VAN DE LEDEN VAN DE EILANDSRAAD EN DE
    COMMISSIES
    AFDELING IX. DE EILANDSECRETARIS EN DE
    EILANDGRIFFIER
    § 1 Algemene bepalingen
    § 2 De eilandsecretaris
    § 3 De eilandgriffier
    HOOFDSTUK IV. DE BEVOEGDHEID VAN HET
    EILANDSBESTUUR
    AFDELING I. ALGEMENE BEPALINGEN
    § 1 Inleidende bepalingen
    § 2 Bestuursdwang
    § 3 Bekendmaking en inwerkingtreding van besluiten die
    algemeen verbindende voorschriften inhouden
    § 4 Termijnen
    AFDELING II. DE BEVOEGDHEID VAN DE EILANDSRAAD
    AFDELING III. DE BEVOEGDHEID VAN HET
    BESTUURSCOLLEGE
    AFDELING IV. DE BEVOEGDHEID VAN DE GEZAGHEBBER
    AFDELING V. DE BEVOEGDHEID VAN DE GEZAMENLIJKE
    REKENKAMER
    AFDELING VI. BIJZONDERE VOORZIENINGEN
    HOOFDSTUK V. VERHOUDING TOT HET RIJK
    AFDELING I DE RIJKSVERTEGENWOORDIGER VOOR DE
    OPENBARE LICHAMEN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
    § 1 Algemene bepaling
    § 1 De bevoegdheid van de Rijksvertegenwoordiger
    AFDELING II. VERHOUDING TOT HET RIJK
    AFDELING III. BEPALINGEN INZAKE HET TOEZICHT OP HET
    EILANDSBESTUUR
    § 1 Goedkeuring
    § 2 Schorsing en vernietiging
    HOOFDSTUK VI. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
    Regels met betrekking tot de openbare lichamen Bonaire, Sint
    Eustatius en Saba (Wet openbare lichamen Bonaire, Sint
    Eustatius en Saba)
    VOORSTEL VAN WET
    Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
    van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
    Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
    Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat met de
    eilandgebieden Bonaire, Sint Eustatius en Saba is overeengekomen
    dat zij een staatsrechtelijke positie krijgen binnen het Nederlandse
    staatsbestel en worden ingericht als openbaar lichaam in de zin van
    artikel 134 van de Grondwet en dat het in verband hiermee wenselijk
    is de instelling en inrichting van deze openbare lichamen te regelen,
    de samenstelling en bevoegdheid van hun besturen, de
    openbaarheid van hun vergaderingen alsmede het toezicht op deze
    besturen, waarbij voor zover mogelijk aansluiting wordt gezocht bij
    het gemeentelijk bestuursmodel;
    Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen
    overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan,
    gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
    HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
    Artikel 1
    1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt
    verstaan onder:
    a. openbaar lichaam: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of
    Saba;
    b. eilandsbestuur: ieder bevoegd orgaan van het openbaar
    lichaam;
    c. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en
    Koninkrijksrelaties;
    d. Rijksvertegenwoordiger: Rijksvertegenwoordiger voor de
    openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
    2. In deze wet wordt onder ambtenaar mede verstaan: degene die
    op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam is.
    HOOFDSTUK II DE INSTELLING VAN DE OPENBARE LICHAMEN
    Artikel 2
    1. Er is een openbaar lichaam Bonaire.
    2. Het openbaar lichaam Bonaire omvat de eilanden Bonaire en
    Klein Bonaire.
    3. Het openbaar lichaam Bonaire bezit rechtspersoonlijkheid.
    Artikel 3
    1. Er is een openbaar lichaam Sint Eustatius.
    2. Het openbaar lichaam Sint Eustatius omvat het eiland Sint
    Eustatius.
    3. Het openbaar lichaam Sint Eustatius bezit
    rechtspersoonlijkheid.
    Artikel 4
    1. Er is een openbaar lichaam Saba.
    2. Het openbaar lichaam Saba omvat het eiland Saba.
    3. Het openbaar lichaam Saba bezit rechtspersoonlijkheid.
    HOOFDSTUK III DE INRICHTING EN SAMENSTELLING VAN HET
    EILANDSBESTUUR
    AFDELING I. ALGEMENE BEPALING
    Artikel 5
    In elk openbaar lichaam is een eilandsraad, een bestuurscollege
    en een gezaghebber.
    AFDELING II. DE EILANDSRAAD
    Artikel 6
    De eilandsraad vertegenwoordigt de gehele bevolking van het
    openbaar lichaam.
    Artikel 7
    1. De leden van de eilandsraad worden gekozen op de grondslag
    van evenredige vertegenwoordiging binnen door de wet te stellen
    grenzen.
    2. De verkiezingen worden gehouden bij geheime stemming.
    Artikel 8
    De zittingsduur van de eilandsraad is vier jaren, behoudens bij de
    wet te bepalen uitzonderingen.
    Artikel 9
    1. Het aantal leden van de eilandsraad bedraagt:
    a. negen in het openbaar lichaam Bonaire;
    b. vijf in de openbare lichamen Sint Eustatius en Saba.
    2. De eilandsraad kan bij eilandsverordening bepalen dat het
    aantal leden van de eilandsraad op een hoger aantal wordt gesteld
    dan het aantal, genoemd in het eerste lid, met dien verstande dat het
    aantal leden van de eilandsraad een oneven aantal bedraagt en het
    aantal leden niet hoger gesteld wordt dan:
    a. vijftien voor het openbaar lichaam Bonaire;
    b. negen voor de openbare lichamen Sint Eustatius en Saba.
    3. Een eilandsverordening als bedoeld in het tweede lid wordt ten
    minste vier maanden voor de dag van kandidaatstelling voor de
    verkiezing van de leden van de eilandsraad vastgesteld.
    4. Vermeerdering of vermindering van het aantal leden van de
    eilandsraad treedt eerst in bij de eerstvolgende periodieke verkiezing
    van de eilandsraad.
    Artikel 10
    De gezaghebber is voorzitter van de eilandsraad.
    Artikel 11
    1. Voor het lidmaatschap van de eilandsraad is vereist dat men
    Nederlander en ingezetene van het openbaar lichaam is, de leeftijd
    van achttien jaar heeft bereikt en niet is uitgesloten van het kiesrecht.
    2. Onder ingezetene wordt verstaan hij die zijn werkelijke
    woonplaats in het openbaar lichaam heeft.
    3. Hij die als ingezetene met een adres is ingeschreven in de
    bevolkingsadministratie van een openbaar lichaam, wordt,
    behoudens bewijs van het tegendeel, geacht werkelijke woonplaats
    te hebben in het openbaar lichaam.
    Artikel 12
    1. Niet als lid van de eilandsraad wordt toegelaten de persoon die
    is gehuwd met, of bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad
    is van:
    a. de gezaghebber;
    b. een eilandgedeputeerde, of
    c. de eilandsecretaris.
    2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt:
    a. als gehuwd of als echtgenoot tevens aangemerkt de
    ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde
    meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft
    een bloedverwant in de eerste graad;
    b. als ongehuwd tevens aangemerkt degene die duurzaam
    gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.
    3. Van een gezamenlijke huishouding als bedoeld in het tweede
    lid is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde
    woning hebben en:
    a. zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het
    leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel
    anderszins;
    b. zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de
    toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn gesteld;
    c. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft
    plaatsgevonden van een kind van de een door de ander;
    d. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de
    huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of
    e. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een
    gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt
    met de gezamenlijke huishouding, bedoeld in het derde lid.
    Artikel 13
    Ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats is niet
    benoembaar tot lid van de eilandsraad hij die na de laatstgehouden
    periodieke verkiezing van de leden van de eilandsraad wegens
    handelen in strijd met artikel 17 van het lidmaatschap van de
    eilandsraad is vervallen verklaard.
    Artikel 14
    1. De leden van de eilandsraad maken openbaar welke andere
    functies dan het lidmaatschap van de eilandsraad zij vervullen.
    2. De openbaarmaking vindt plaats terstond na benoeming tot lid
    van de eilandsraad of na aanvaarding van een andere functie en
    geschiedt door terinzagelegging van een opgave van de functies op
    het bestuurskantoor van het openbaar lichaam.
    Artikel 15
    1. Een lid van de eilandsraad is niet tevens:
    a. minister;
    b. staatssecretaris;
    c. lid van de Raad van State;
    d. lid van de Algemene Rekenkamer;
    e. Nationale ombudsman;
    f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de
    Wet Nationale ombudsman;
    g. Rijksvertegenwoordiger;
    h. gezaghebber;
    i. eilandgedeputeerde;
    j. lid van de gezamenlijke rekenkamer;
    k. ombudsman of lid van de ombudscommissie;
    l. ambtenaar, door of vanwege het bestuur van het openbaar
    lichaam aangesteld of daaraan ondergeschikt.
    2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder i, kan een lid
    van de eilandsraad tevens eilandgedeputeerde zijn van het openbaar
    lichaam waar hij lid van de eilandsraad is gedurende het tijdvak dat:
    a. aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van
    de leden van de eilandsraad en eindigt op het tijdstip waarop de
    eilandgedeputeerden ingevolge artikel 52, eerste lid, aftreden, of
    b. aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot
    eilandgedeputeerde en eindigt op het tijdstip waarop de geloofsbrief
    van zijn opvolger als lid van de eilandsraad is goedgekeurd of
    waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan
    worden benoemd. Hij wordt geacht ontslag te nemen als lid van de
    eilandsraad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot
    eilandgedeputeerde aanvaardt. Artikel X 6 van de Kieswet is van
    overeenkomstige toepassing.
    3. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder l, kan een lid
    van de eilandsraad tevens zijn:
    a. ambtenaar van de burgerlijke stand;
    b. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke
    verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht;
    c. ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar
    onderwijs.
    4. Van het eerste lid, aanhef en onder l, kan de
    Rijksvertegenwoordiger ontheffing verlenen indien de functie van
    ambtenaar niet zodanige bevoegdheden of verantwoordelijkheden
    meebrengt, dat voor belangenverstrengeling moet worden gevreesd.
    Artikel 16
    1. Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden
    van de eilandsraad in de vergadering, in handen van de voorzitter,
    de volgende eed (verklaring en belofte) af:
    "Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de eilandsraad benoemd
    te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk
    voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
    Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of
    te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte
    heb aangenomen of zal aannemen.
    Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik
    de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de
    eilandsraad naar eer en geweten zal vervullen.
    Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!"
    (Dat verklaar en beloof ik!")
    2. In plaats van in het Nederlands kan de eed (verklaring en
    belofte) in het Papiaments of het Engels worden afgelegd.
    3. Wanneer de eed (verklaring en belofte) in het Papiaments wordt
    afgelegd, luidt de tekst van de eed (verklaring en belofte) als volgt:
    "Mi ta hura (deklará) ku pa mi nombramentu den e kargo o
    funshon di miembro di konseho insularmi no a duna ni primintí, ni
    direkta- ni indirektamente, bou di ningun nòmber ni denominashon ni
    preteksto, ningun regalo ni fabor.
    Mi ta hura (deklará i primintí) ku mi no a risibí ni mi no a aseptá, ni
    lo mi no aseptá, ni direkta- ni indirektamente, ningun regalo ni ningun
    promesa di hasi algu o laga di hasi algu den e kargo o funshon en
    kuestion.
    Mi ta hura (primintí) ku lo mi ta fiel na Konstitushon, ku lo mi
    kumpli ku lei i ku lo mi kumpli ku mi obligashonnan komo miembro di
    konseho insular segun mi konsenshi i honor.
    Mi ta hasi esei ku yudansa di Dios Todopoderoso!”
    (Esei mi ta deklará i primintí!")
    4. Wanneer de eed (verklaring en belofte) in het Engels wordt
    afgelegd, luidt de tekst van de eed (verklaring en belofte) als volgt:
    "I swear (affirm) that I neither gave nor promised any gift or favour,
    either directly or indirectly, under any name or pretext whatsoever, in
    order to be appointed member of the island council.
    I swear (affirm and promise) that I have made no gift or promise,
    and shall accept no gift or promise, either directly or indirectly, in
    order to do or to omit to do anything in the course of my duties.
    I swear (promise) that I will bear allegiance to the Constitution,
    that I will observe the laws and that I will perform my duties as
    member of the island council in good faith.
    So help me God Almighty!
    (This I affirm and promise!)
    Artikel 17
    1. Een lid van de eilandsraad mag niet:
    a. als advocaat, procureur of adviseur in geschillen werkzaam zijn
    ten behoeve van het openbaar lichaam of het eilandsbestuur dan wel
    ten behoeve van de wederpartij van het openbaar lichaam of het
    eilandsbestuur;
    b. als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van
    de wederpartij van het openbaar lichaam of het eilandsbestuur;
    c. als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve
    van derden tot het met het openbaar lichaam aangaan van:
    1°. overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d;
    2°. overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan
    het openbaar lichaam;
    d. rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan
    betreffende:
    1°. het aannemen van werk ten behoeve van het openbaar
    lichaam;
    2°. het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van
    werkzaamheden ten behoeve van het openbaar lichaam;
    3°. het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan het
    openbaar lichaam;
    4°. het verhuren van roerende zaken aan het openbaar lichaam;
    5°. het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van het
    openbaar lichaam;
    6°. het van het openbaar lichaam onderhands verwerven van
    onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn
    onderworpen;
    7°. het onderhands huren of pachten van het openbaar lichaam.
    2. Van het eerste lid, aanhef en onderdeel d, kan de
    Rijksvertegenwoordiger ontheffing verlenen.
    3. De eilandsraad stelt voor zijn leden een gedragscode vast.
    Artikel 18
    De eilandsraad stelt een reglement van orde voor zijn
    vergaderingen en andere werkzaamheden vast.
    Artikel 19
    1. De eilandsraad vergadert zo vaak als hij daartoe heeft besloten.
    2. Voorts vergadert de eilandsraad indien de gezaghebber het
    nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden
    waaruit de eilandsraad bestaat schriftelijk, met opgave van redenen,
    daarom verzoekt.
    Artikel 20
    De eilandsraad vergadert na de periodieke verkiezing van zijn
    leden voor de eerste maal in nieuwe samenstelling op de dag met
    ingang waarvan de leden van de eilandsraad in oude samenstelling
    aftreden.
    Artikel 21
    1. De gezaghebber roept de leden schriftelijk tot de vergadering
    op.
    2. Tegelijkertijd met de oproeping brengt de gezaghebber dag,
    tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda
    en de daarbij behorende voorstellen met uitzondering van de
    stukken, bedoeld in artikel 27, tweede lid, worden tegelijkertijd met
    de oproeping en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven
    wijze ter inzage gelegd.
    Artikel 22
    1. De vergadering van de eilandsraad wordt niet geopend voordat
    blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting
    hebbende leden tegenwoordig is.
    2. Indien ingevolge het eerste lid de vergadering niet kan worden
    geopend, belegt de gezaghebber, onder verwijzing naar dit artikel,
    opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten minste
    vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.
    3. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid
    niet van toepassing. De eilandsraad kan echter over andere
    aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet
    geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten,
    indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal
    zitting hebbende leden tegenwoordig is.
    Artikel 23
    1. De gezaghebber heeft het recht in de vergadering aan de
    beraadslaging deel te nemen.
    2. Een eilandgedeputeerde heeft toegang tot de vergaderingen en
    kan aan de beraadslaging deelnemen.
    3. Een eilandgedeputeerde kan door de raad worden uitgenodigd
    om ter vergadering aanwezig te zijn.
    Artikel 24
    De leden van het eilandsbestuur en andere personen die
    deelnemen aan de beraadslaging kunnen niet in rechte worden
    vervolgd of aangesproken voor dan wel worden verplicht in rechte
    getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de vergadering van de
    eilandsraad hebben gezegd of aan de eilandsraad schriftelijk hebben
    overgelegd.
    Artikel 25
    1. De vergadering van de eilandsraad wordt in het openbaar
    gehouden.
    2. De deuren worden gesloten, wanneer ten minste één vijfde van
    het aantal leden dat de presentielijst heeft getekend daarom verzoekt
    of de voorzitter het nodig oordeelt.
    3. De eilandsraad beslist vervolgens of met gesloten deuren zal
    worden vergaderd.
    4. De voorzitter kan vervolgens alsnog besluiten dat de
    vergadering in het openbaar wordt gehouden indien hij dit in het
    kader van het openbaar belang nodigt acht.
    5. Van een vergadering met gesloten deuren wordt een
    afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt
    tenzij de eilandsraad anders beslist.
    6. De eilandsraad maakt de besluitenlijst van zijn vergaderingen
    terstond na de vaststelling daarvan openbaar op de in het openbaar
    lichaam gebruikelijke wijze. De eilandsraad laat de openbaarmaking
    achterwege voor zover het aangelegenheden betreft ten aanzien
    waarvan op grond van artikel 27 geheimhouding is opgelegd of ten
    aanzien waarvan openbaarmaking in strijd is met het openbaar
    belang.
    Artikel 26
    1. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of
    besloten over:
    a. de toelating van nieuw benoemde leden;
    b. de vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling
    van de jaarrekening;
    c. de invoering, wijziging en afschaffing van eilandbelastingen, en
    d. de benoeming en het ontslag van eilandgedeputeerden.
    2. In een besloten vergadering kan geen besluit worden genomen
    over:
    a. ontwerpen van eilandsverordeningen;
    b. het doen van uitgaven, op de begroting niet voorkomende of de
    daarop uitgetrokken posten te boven gaande;
    c. het aanwijzen van middelen tot dekking van zodanige uitgaven;
    d. het geheel of gedeeltelijk vervreemden en het bezwaren van de
    eigendommen van het openbaar lichaam;
    e. het onderhands verhuren, verpachten of in gebruik geven van
    eigendommen van het openbaar lichaam;
    f. het onderhands gunnen of aanbesteden van werken of
    leveranties.
    Artikel 27
    1. De eilandsraad kan op grond van een belang, genoemd in
    artikel 11 van de Wet openbaarheid van bestuur Bonaire, Sint
    Eustatius en Saba omtrent het in een besloten vergadering
    behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de
    eilandsraad worden overgelegd, geheimhouding opleggen.
    Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde
    wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt
    door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het
    behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de
    eilandsraad haar opheft.
    2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 11 van de Wet
    openbaarheid van bestuur Bonaire, Sint Eustatius en Saba, kan de
    geheimhouding eveneens worden opgelegd door het
    bestuurscollege, de gezaghebber en een commissie, ieder ten
    aanzien van de stukken die zij aan de eilandsraad of aan leden van
    de eilandsraad overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding
    gemaakt.
    3. De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot
    geheimhouding met betrekking tot aan de eilandsraad overgelegde
    stukken vervalt, indien de oplegging niet door de eilandsraad in zijn
    eerstvolgende vergadering die blijkens de presentielijst door meer
    dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt
    bekrachtigd.
    4. De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot
    geheimhouding met betrekking tot aan leden van de eilandsraad
    overgelegde stukken wordt in acht genomen totdat het orgaan dat de
    verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het stuk waaromtrent
    geheimhouding is opgelegd aan de eilandsraad is voorgelegd, totdat
    de eilandsraad haar opheft. De eilandsraad kan deze beslissing
    alleen nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door
    meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht.
    Artikel 28
    1. De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de
    vergadering en is bevoegd, wanneer die orde op enigerlei wijze door
    toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders
    te doen vertrekken.
    2. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de
    vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot
    de vergadering te ontzeggen.
    3. Hij kan de eilandsraad voorstellen aan een lid dat door zijn
    gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere
    verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet
    beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering
    onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij
    herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie
    maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.
    Artikel 29
    De leden van de eilandsraad stemmen zonder last.
    Artikel 30
    1. Een lid van de eilandsraad neemt niet deel aan de stemming
    over:
    a. een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk
    persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;
    b. de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam
    waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij behoort.
    2. Bij een schriftelijke stemming wordt onder het deelnemen aan
    de stemming verstaan het inleveren van een stembriefje.
    3. Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij
    behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij
    een herstemming is beperkt.
    4. Het eerste lid is niet van toepassing bij het besluit betreffende
    de toelating van de na periodieke verkiezing benoemde leden.
    Artikel 31
    1. Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het
    aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de
    stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen.
    2. Het eerste lid is niet van toepassing:
    a. ingeval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een
    benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer personen ten
    aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op grond
    van dat lid niet geldig was;
    b. in een vergadering als bedoeld in artikel 22, tweede lid, voor
    zover het betreft onderwerpen die in de daaraan voorafgaande,
    ingevolge artikel 22, eerste lid, niet geopende vergadering aan de
    orde waren gesteld.
    Artikel 32
    1. Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming wordt
    de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben
    uitgebracht.
    2. Bij een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van
    een stem verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld
    stembriefje.
    Artikel 33
    1. De stemming over personen voor het doen van benoemingen,
    voordrachten of aanbevelingen is geheim.
    2. Indien de stemmen staken over personen tot wie de keuze door
    een voordracht of bij een herstemming is beperkt, wordt in dezelfde
    vergadering een herstemming gehouden.
    3. Staken bij deze stemming de stemmen opnieuw, dan beslist
    terstond het lot.
    Artikel 34
    1. De overige stemmingen geschieden bij hoofdelijke oproeping,
    indien de voorzitter of een van de leden dat verlangt. In dat geval
    geschieden zij mondeling.
    2. Bij hoofdelijke oproeping is ieder ter vergadering aanwezig lid
    dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden
    verplicht zijn stem voor of tegen uit te brengen.
    3. Indien over een voorstel geen stemming wordt gevraagd, is het
    aangenomen.
    4. Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking van stemmen
    het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende
    vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend.
    5. Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in
    een ingevolge het vierde lid opnieuw belegde vergadering, is het
    voorstel niet aangenomen.
    6. Onder een voltallige vergadering wordt verstaan een
    vergadering waarin alle leden waaruit de eilandsraad bestaat, voor
    zover zij zich niet van deelneming aan de stemming moesten
    onthouden, een stem hebben uitgebracht.
    Artikel 35
    De stukken die van de eilandsraad uitgaan, worden door de
    gezaghebber ondertekend en door de eilandgriffier
    medeondertekend. Bij verhindering of ontstentenis van de
    gezaghebber worden de stukken die van de eilandsraad uitgaan
    ondertekend door degene die krachtens artikel 86 de gezaghebber
    als voorzitter van de eilandsraad vervangt.
    Artikel 36
    1. De eilandsraad en elk van zijn leden hebben recht op ambtelijke
    bijstand.
    2. De in de eilandsraad vertegenwoordigde groeperingen hebben
    recht op ondersteuning.
    3. De eilandsraad stelt met betrekking tot de ambtelijke bijstand en
    de ondersteuning van de in de eilandsraad vertegenwoordigde
    groeperingen een eilandsverordening vast. De verordening bevat ten
    aanzien van de ondersteuning regels over de besteding en de
    verantwoording.
    4. De eilandsverordening behoeft de goedkeuring van de
    Rijksvertegenwoordiger.
    AFDELING III. HET BESTUURSCOLLEGE
    Artikel 37
    1. De gezaghebber en de eilandgedeputeerden vormen te zamen
    het bestuurscollege.
    2. De gezaghebber is voorzitter van het bestuurscollege.
    Artikel 38
    1. De eilandsraad benoemt de eilandgedeputeerden.
    2. De gezaghebber wordt geïnformeerd over de uitkomsten van de
    college-onderhandelingen. Hij wordt alsdan in de gelegenheid
    gesteld zijn opvattingen over voorstellen ten behoeve van het
    collegeprogramma kenbaar te maken.
    Artikel 39
    1. Het aantal eilandgedeputeerden bedraagt:
    a. drie in het openbaar lichaam Bonaire;
    b. twee in de openbare lichamen Sint Eustatius en Saba.
    2. De eilandsraad kan besluiten dat de functie van
    eilandgedeputeerde in deeltijd wordt uitgeoefend.
    3. Indien het tweede lid toepassing vindt kan de eilandsraad het
    aantal eilandgedeputeerden verhogen, met dien verstande dat de
    tijdsbestedingsnorm van de eilandgedeputeerden gezamenlijk ten
    hoogste tien procent meer bedraagt dan de tijdsbestedingsnorm van
    de eilandgedeputeerden gezamenlijk zou hebben bedragen indien
    het tweede lid geen toepassing had gevonden en het aantal
    eilandgedeputeerden niet hoger wordt gesteld dan:
    a. vier in het openbaar lichaam Bonaire;
    b. drie in de openbare lichamen Sint Eustatius en Saba.
    4. De eilandsraad stelt bij de benoeming van de
    eilandgedeputeerden de tijdsbestedingsnorm van elke
    eilandgedeputeerde vast.
    5. Bij de berekening van het maximale aantal
    eilandgedeputeerden wordt afgerond tot het dichtstbijgelegen gehele
    getal.
    Artikel 40
    1. Voor de functie van eilandgedeputeerde gelden de vereisten
    voor het lidmaatschap van de eilandsraad, bedoeld in artikel 11.
    2. De eilandsraad kan voor de duur van een jaar ontheffing
    verlenen van het vereiste van ingezetenschap. De ontheffing kan in
    bijzondere gevallen, telkens met een periode van maximaal een jaar,
    worden verlengd.
    3. Dezelfde persoon kan niet in meer dan één openbaar lichaam
    eilandgedeputeerde zijn.
    Artikel 41
    1. Een eilandgedeputeerde is niet tevens:
    a. minister;
    b. staatssecretaris;
    c. lid van de Raad van State;
    d. lid van de Algemene Rekenkamer;
    e. Nationale ombudsman;
    f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de
    Wet Nationale ombudsman;
    g. Rijksvertegenwoordiger;
    h lid van een eilandsraad;
    i. gezaghebber;
    j. lid van de gezamenlijke rekenkamer;
    k. ombudsman of lid van de ombudscommissie;
    l. ambtenaar, door of vanwege het bestuur van een openbaar
    lichaam aangesteld of daaraan ondergeschikt;
    m. ambtenaar, door of vanwege het Rijk aangesteld, tot wiens
    taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het
    toezicht op het openbaar lichaam;
    n. functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel
    van bestuur het bestuur van een openbaar lichaam van advies dient.
    2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel h, kan een
    eilandgedeputeerde tevens lid zijn van de eilandsraad van het
    openbaar lichaam waar hij eilandgedeputeerde is gedurende het
    tijdvak dat:
    a. aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van
    de leden van de eilandsraad en eindigt op het tijdstip waarop de
    eilandgedeputeerden ingevolge artikel 52, eerste lid, aftreden, of
    b. aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot
    eilandgedeputeerde en eindigt op het tijdstip waarop de goedkeuring
    van de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van de eilandsraad
    onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft
    beslist dat geen opvolger kan worden benoemd. Hij wordt geacht
    ontslag te nemen als lid van de eilandsraad met ingang van het
    tijdstip waarop hij zijn benoeming tot eilandgedeputeerde aanvaardt.
    Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.
    3. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel l, kan een
    eilandgedeputeerde tevens zijn:
    a. ambtenaar van de burgerlijke stand;
    b. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke
    verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht;
    c. ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar
    onderwijs.
    Artikel 42
    1. Niet tot eilandgedeputeerde wordt benoemd de persoon die
    gehuwd is met, of bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad
    is van:
    a. een lid van de eilandsraad;
    b. de gezaghebber;
    c. de eilandsecretaris, of
    d. de eilandgriffier.
    2. Artikel 12, tweede en derde lid, is van toepassing.
    Artikel 43
    De benoeming van eilandgedeputeerden na de verkiezing van de
    leden van de eilandsraad vindt plaats in een vergadering van de
    eilandsraad in nieuwe samenstelling.
    Artikel 44
    In het geval van artikel 43 gaat de benoeming van degene die zijn
    benoeming tot eilandgedeputeerde heeft aangenomen, in op het
    tijdstip waarop ten minste de helft van het met inachtneming van
    artikel 39 bepaalde aantal eilandgedeputeerden zijn benoeming heeft
    aangenomen of, indien de aanneming van de benoeming op een
    later tijdstip plaatsvindt, op dat tijdstip.
    Artikel 45
    De benoeming ter vervulling van een plaats die tussentijds
    openvalt, geschiedt zo spoedig mogelijk.
    Artikel 46
    De benoemde eilandgedeputeerde deelt de eilandsraad uiterlijk op
    de tiende dag na de kennisgeving van zijn benoeming mee of hij de
    benoeming aanneemt. Indien deze termijn verstrijkt zonder
    mededeling, wordt de benoemde eilandgedeputeerde geacht de
    benoeming niet aan te nemen.
    Artikel 47
    Wanneer de benoeming niet is aangenomen, geschiedt zo
    spoedig mogelijk een nieuwe benoeming.
    Artikel 48
    1. Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de
    eilandgedeputeerden, in de vergadering van de eilandsraad, in
    handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af:
    ”Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot eilandgedeputeerde benoemd te
    worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk
    voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
    Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of
    te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte
    heb aangenomen of zal aannemen.
    Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik
    de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als
    eilandgedeputeerde naar eer en geweten zal vervullen.
    Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!’
    (”Dat verklaar en beloof ik!”)
    2. In plaats van in het Nederlands kan de eed (verklaring en
    belofte) in het Papiaments of het Engels worden afgelegd.
    3. Wanneer de eed (verklaring en belofte) in het Papiaments wordt
    afgelegd, luidt de tekst van de eed (verklaring en belofte) als volgt:
    "Mi ta hura (deklará) ku pa mi nombramentu den e kargo o
    funshon di diputado, mi no a duna ni primintí, ni direkta- ni
    indirektamente, bou di ningun nòmber ni denominashon ni preteksto,
    ningun regalo ni fabor.
    Mi ta hura (deklará i primintí) ku mi no a risibí ni mi no a aseptá, ni
    lo mi no aseptá, ni direkta- ni indirektamente, ningun regalo ni ningun
    promesa di hasi algu o laga di hasi algu den e kargo o funshon en
    kuestion.
    Mi ta hura (primintí) ku lo mi ta fiel na Konstitushon, ku lo mi
    kumpli ku lei i ku lo mi kumpli ku mi obligashonnan komo diputado
    segun mi konsenshi i honor.
    Mi ta hasi esei ku yudansa di Dios Todopoderoso!”
    (Esei mi ta deklará i primintí!")
    4. Wanneer de eed (verklaring en belofte) in het Engels wordt
    afgelegd, luidt de tekst van de eed (verklaring en belofte) als volgt:
    "I swear (affirm) that I neither gave nor promised any gift or favour,
    either directly or indirectly, under any name or pretext whatsoever, in
    order to be appointed member of the island executive.
    I swear (affirm and promise) that I have made no gift or promise,
    and shall accept no gift or promise, either directly or indirectly, in
    order to do or to omit to do anything in the course of my duties.
    I swear (promise) that I will bear allegiance to the Constitution,
    that I will observe the laws and that I will perform my duties as
    member member of the island executive in good faith.
    So help me God Almighty!
    (This I affirm and promise!)
    Artikel 49
    1. Een eilandgedeputeerde vervult geen nevenfuncties waarvan
    de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling
    van zijn functie als eilandgedeputeerde.
    2. Een eilandgedeputeerde meldt zijn voornemen tot aanvaarding
    van een nevenfunctie aan de eilandsraad.
    3. Artikel 14 is van overeenkomstige toepassing op de
    eilandgedeputeerden.
    Artikel 50
    1. Een eilandgedeputeerde dient bij de Rijksvertegenwoordiger
    binnen dertig dagen na aanneming van zijn benoeming en binnen
    dertig dagen na zijn ontslag een schriftelijke verklaring in met:
    a. een nauwkeurige omschrijving van de zakelijke belangen die hij
    en zijn echtgenoot hebben of beheren;
    b. een nauwkeurige omschrijving van de onroerende zaken,
    roerende zaken, op geld waardeerbare rechten alsmede vorderingen
    en schulden van hem en zijn echtgenoot;
    c. een nauwkeurige omschrijving van de aard van zijn
    nevenfuncties alsmede de functies van zijn echtgenoot;
    d. de vermelding of aan de nevenfuncties inkomsten of voordelen
    in welke vorm dan ook, zijn verbonden en voorzover een geldelijke
    vergoeding daaraan is verbonden de omvang daarvan.
    2. Artikel 12, tweede en derde lid, is van toepassing.
    3. Geen opgave hoeft te worden gedaan van belangen, zaken,
    met uitzondering van onroerende zaken, rechten, vorderingen en
    schulden, waarvan de waarde niet meer dan PM (bedrag
    vergelijkbaar met NAF. 20.000,- ) bedraagt.
    4. De verklaring wordt door de eilandgedeputeerde ondertekend.
    5. Bij ministeriële regeling wordt voor de verklaring een model
    vastgesteld.
    6. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke gevallen
    en onder welke voorwaarden de schriftelijke verklaring langs
    elektronische weg kan worden ingediend.
    Artikel 51
    1. Artikel 17, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige
    toepassing op de eilandgedeputeerden.
    2. De eilandsraad stelt voor de eilandgedeputeerden een
    gedragscode vast.
    Artikel 52
    1. Na de verkiezing van de leden van de eilandsraad treden de
    eilandgedeputeerden af op het moment dat de eilandsraad ten
    minste de helft van het met inachtneming van artikel 39 bepaalde
    aantal eilandgedeputeerden heeft benoemd en deze benoemingen
    zijn aangenomen.
    2. Indien zoveel eilandgedeputeerden hun ontslag indienen of
    worden ontslagen dat niet ten minste de helft van het met
    inachtneming van artikel 39 bepaalde aantal eilandgedeputeerden in
    functie is, treedt de gezaghebber in de plaats van het
    bestuurscollege totdat dit wel het geval is.
    Artikel 53
    1. Een eilandgedeputeerde kan te allen tijde ontslag nemen. Hij
    doet daarvan schriftelijk mededeling aan de eilandsraad.
    2. Het ontslag gaat in met ingang van de dag, gelegen een maand
    na de dag waarop hij zijn ontslag heeft genomen of zoveel eerder als
    zijn opvolger de benoeming heeft aangenomen.
    Artikel 54
    1. De eilandgedeputeerden genieten ten laste van het openbaar
    lichaam een bezoldiging, die bij of krachtens algemene maatregel
    van bestuur wordt geregeld.
    2. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld betreffende
    tegemoetkoming in of vergoeding van bijzondere kosten en
    betreffende andere financiële voorzieningen die verband houden met
    de vervulling van het ambt van eilandgedeputeerde.
    3. Buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend
    genieten de eilandgedeputeerden als zodanig geen inkomsten, in
    welke vorm ook, ten laste van het openbaar lichaam.
    4. De eilandgedeputeerden genieten geen vergoedingen, in welke
    vorm ook, voor werkzaamheden, verricht in nevenfuncties die zij
    vervullen uit hoofde van het ambt van eilandgedeputeerde ongeacht
    of die vergoedingen ten laste van het openbaar lichaam komen of
    niet. Indien deze vergoedingen worden uitgekeerd, worden zij gestort
    in de kas van het openbaar lichaam.
    5. Van het bepaalde in het vierde lid kan de
    Rijksvertegenwoordiger in bijzondere gevallen ontheffing verlenen.
    Artikel 55
    1. Indien degene wiens benoeming tot eilandgedeputeerde is
    ingegaan, een functie bekleedt als bedoeld in artikel 41, eerste lid, en
    het tweede of derde lid van dat artikel niet van toepassing zijn, draagt
    hij er onverwijld zorg voor dat hij uit die functie wordt ontheven.
    2. De eilandsraad verleent hem ontslag indien hij dit nalaat.
    3. Het ontslag gaat in terstond na de bekendmaking van het
    ontslagbesluit.
    4. Indien de eilandsraad naar het oordeel van de gezaghebber ten
    onrechte nalaat ontslag te verlenen, wordt de eilandgedeputeerde
    door de gezaghebber van zijn betrekking vervallen verklaard.
    5. De werking van een besluit, inhoudende de vervallenverklaring,
    wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien
    beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. Gedurende deze
    periode is de eilandgedeputeerde in zijn betrekking geschorst.
    6. In de gevallen, bedoeld in het tweede en vierde lid, is artikel 4:8
    van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
    Artikel 56
    1. Indien een eilandgedeputeerde niet langer voldoet aan de
    vereisten voor de functie van eilandgedeputeerde, bedoeld in artikel
    40, of een functie gaat bekleden als bedoeld in artikel 41, eerste lid,
    en het tweede of derde lid van dat artikel niet van toepassing zijn,
    neemt hij onmiddellijk ontslag. Hij doet hiervan schriftelijk mededeling
    aan de eilandsraad.
    2. Artikel 55, tweede tot en met zesde lid, is van overeenkomstige
    toepassing.
    Artikel 57
    1. Indien een uitspraak van de eilandsraad inhoudende de
    opzegging van zijn vertrouwen in een eilandgedeputeerde er niet toe
    leidt dat de betrokken eilandgedeputeerde onmiddellijk ontslag
    neemt, kan de eilandsraad besluiten tot ontslag.
    2. Op het ontslagbesluit zijn artikel 4:8 van de Algemene wet
    bestuursrecht en artikel 7, eerste lid, van de Wet administratieve
    rechtspraak Bonaire, Sint Eustatius en Saba niet van toepassing.
    Artikel 58
    De rechter treedt niet in de beoordeling van de gronden waarop
    de eilandsraad tot ontslag van een eilandgedeputeerde heeft
    besloten.
    Artikel 59
    Het bestuurscollege stelt een reglement van orde voor zijn
    vergaderingen en andere werkzaamheden vast, dat aan de
    eilandsraad wordt toegezonden.
    Artikel 60
    1. De gezaghebber stelt, met inachtneming van hetgeen het
    bestuurscollege heeft bepaald, dag en plaats van de vergadering van
    het bestuurscollege en het tijdstip van de opening vast.
    2. De gezaghebber maakt dag en plaats van te houden openbare
    vergaderingen en het tijdstip van de opening bekend.
    Artikel 61
    1. De gezaghebber bevordert de eenheid van het collegebeleid.
    2. De gezaghebber kan onderwerpen aan de agenda voor een
    vergadering van het bestuurscollege toevoegen.
    3. De gezaghebber kan ten aanzien van geagendeerde
    onderwerpen een eigen voorstel aan het bestuurscollege voorleggen.
    Artikel 62
    1. De vergaderingen van het bestuurscollege worden met gesloten
    deuren gehouden, voor zover het bestuurscollege niet anders heeft
    bepaald.
    2. Het reglement van orde voor de vergaderingen kan regels
    geven omtrent de openbaarheid van de vergaderingen van het
    bestuurscollege.
    Artikel 63
    1. Het bestuurscollege kan op grond van een belang, genoemd in
    artikel 11 van de Wet openbaarheid van bestuur Bonaire, Sint
    Eustatius en Saba, omtrent het in een besloten vergadering
    behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan het
    bestuurscollege worden overgelegd, geheimhouding opleggen.
    Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde
    wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt
    door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het
    behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat het
    bestuurscollege haar opheft.
    2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 11 van de Wet
    openbaarheid van bestuur Bonaire, Sint Eustatius en Saba, kan de
    geheimhouding eveneens worden opgelegd door de gezaghebber of
    een commissie, ten aanzien van de stukken die zij aan het
    bestuurscollege overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding
    gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat het
    orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel de eilandsraad
    haar opheft.
    3. Indien het bestuurscollege zich ter zake van het behandelde
    waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt tot de eilandsraad
    heeft gericht, wordt de geheimhouding in acht genomen totdat de
    eilandsraad haar opheft.
    Artikel 64
    1. In de vergadering van het bestuurscollege kan slechts worden
    beraadslaagd of besloten, indien ten minste de helft van het aantal
    zitting hebbende leden tegenwoordig is.
    2. Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de
    gezaghebber, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een
    vergadering.
    3. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid
    niet van toepassing. Het bestuurscollege kan echter over andere
    aangelegenheden dan die waarvoor de eerdere vergadering was
    belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien ten minste de helft
    van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.
    Artikel 65
    De leden van het bestuurscollege en andere personen die
    deelnemen aan de beraadslaging kunnen niet in rechte worden
    vervolgd of aangesproken voor hetgeen zij in de vergadering van het
    bestuurscollege hebben gezegd of aan het bestuurscollege
    schriftelijk hebben overgelegd.
    Artikel 66
    De artikelen 30, eerste tot en met derde lid, 31 en 32 zijn ten
    aanzien van de vergaderingen van het bestuurscollege van
    overeenkomstige toepassing.
    Artikel 67
    1. Indien bij een stemming, anders dan over personen voor het
    doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen, de
    stemmen staken, wordt opnieuw gestemd.
    2. Staken de stemmen andermaal over hetzelfde voorstel, dan
    beslist de stem van de voorzitter.
    Artikel 68
    1. De stukken die van het bestuurscollege uitgaan, worden door
    de gezaghebber ondertekend en door de eilandsecretaris
    medeondertekend.
    2. Het bestuurscollege kan hem toestaan de ondertekening op te
    dragen aan een ander lid van het bestuurscollege, aan de
    eilandsecretaris of aan een of meer andere ambtenaren van het
    openbaar lichaam.
    3. De medeondertekening door de eilandsecretaris is niet van
    toepassing indien de ondertekening van stukken die van het
    bestuurscollege uitgaan ingevolge het tweede lid is opgedragen aan
    de eilandsecretaris of een of meer ambtenaren van het openbaar
    lichaam.
    Artikel 69
    1. De eilandsraad kan regelen van welke beslissingen van het
    bestuurscollege aan de leden van de eilandsraad kennisgeving wordt
    gedaan. Daarbij kan de eilandsraad de gevallen bepalen waarin met
    terinzagelegging kan worden volstaan.
    2. Het bestuurscollege laat de kennisgeving of terinzagelegging
    achterwege voor zover deze in strijd is met het openbaar belang.
    3. Het bestuurscollege maakt de besluitenlijst van zijn
    vergaderingen terstond na de vaststelling daarvan openbaar op de in
    het openbaar lichaam gebruikelijke wijze. Het bestuurscollege laat de
    openbaarmaking achterwege voor zover het aangelegenheden
    betreft ten aanzien waarvan op grond van artikel 63 geheimhouding
    is opgelegd of ten aanzien waarvan openbaarmaking in strijd is met
    het openbaar belang.
    AFDELING IV. DE GEZAGHEBBER
    Artikel 70
    1. De gezaghebber wordt bij koninklijk besluit op voordracht van
    Onze Minister benoemd en herbenoemd voor de tijd van zes jaar. Hij
    kan te allen tijde bij koninklijk besluit op voordracht van Onze
    Minister worden ontslagen.
    2. De Rijksvertegenwoordiger maakt voor elke door benoeming te
    vervullen plaats een met redenen omklede aanbeveling op. Alvorens
    zijn aanbeveling te doen verzoekt hij de eilandsraad zijn gevoelen
    kenbaar te maken met betrekking tot de aan de te benoemen
    gezaghebber te stellen eisen van bekwaamheid en geschiktheid.
    3. De eilandsraad kan uit zijn midden een vertrouwenscommissie
    instellen belast met de beoordeling van de op haar verzoek door de
    Rijksvertegenwoordiger daartoe geselecteerde kandidaten. De
    vertrouwenscommissie brengt vertrouwelijk verslag uit van haar
    bevindingen aan de Rijksvertegenwoordiger.
    4. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid kunnen bij
    algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld
    omtrent de bij benoeming te volgen procedure.
    5. De Rijksvertegenwoordiger doet een voorstel tot herbenoeming.
    Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld
    over de wijze waarop de eilandsraad in verband daarmee zijn
    gevoelen omtrent het functioneren van de gezaghebber kenbaar kan
    maken aan de Rijksvertegenwoordiger.
    Artikel 71
    1. De gezaghebber kan bij koninklijk besluit worden geschorst.
    2. Onze Minister kan, in afwachting van een besluit omtrent
    schorsing, bepalen dat de gezaghebber zijn functie niet uitoefent.
    3. Een besluit als bedoeld in het tweede lid vervalt, indien niet
    binnen een maand een besluit omtrent de schorsing is genomen.
    Artikel 72
    Voor de benoembaarheid tot gezaghebber is het
    Nederlanderschap vereist.
    Artikel 73
    Dezelfde persoon kan niet in meer dan een openbaar lichaam tot
    gezaghebber worden benoemd.
    Artikel 74
    1. Alvorens zijn ambt te aanvaarden, legt de gezaghebber in
    handen van de Rijksvertegenwoordiger de volgende eed (verklaring
    en belofte) af:
    "Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot gezaghebber benoemd te
    worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk
    voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
    Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of
    te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte
    heb aangenomen of zal aannemen.
    Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik
    de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als gezaghebber naar
    eer en geweten zal vervullen.
    Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!"
    (Dat verklaar en beloof ik!")
    2. In plaats van in het Nederlands kan de eed (verklaring en
    belofte) in het Papiaments of het Engels worden afgelegd.
    3. Wanneer de eed (verklaring en belofte) in het Papiaments wordt
    afgelegd, luidt de tekst van de eed (verklaring en belofte) als volgt:
    "Mi ta hura (deklará) ku pa mi nombramentu den e kargo o
    funshon di gezaghebber mi no a duna ni primintí, ni direkta- ni
    indirektamente, bou di ningun nòmber ni denominashon ni preteksto,
    ningun regalo ni fabor.
    Mi ta hura (deklará i primintí) ku mi no a risibí ni mi no a aseptá, ni
    lo mi no aseptá, ni direkta- ni indirektamente, ningun regalo ni ningun
    promesa di hasi algu o laga di hasi algu den e kargo o funshon en
    kuestion.
    Mi ta hura (primintí) ku lo mi ta fiel na Konstitushon, ku lo mi
    kumpli ku lei i ku lo mi kumpli ku mi obligashonnan komo
    gezaghebber segun mi konsenshi i honor.
    Mi ta hasi esei ku yudansa di Dios Todopoderoso!”
    (Esei mi ta deklará i primintí!")
    4. Wanneer de eed (verklaring en belofte) in het Engels wordt
    afgelegd, luidt de tekst van de eed (verklaring en belofte) als volgt:
    "I swear (affirm) that I neither gave nor promised any gift or favour,
    either directly or indirectly, under any name or pretext whatsoever, in
    order to be appointed lieutenant governor.
    I swear (affirm and promise) that I have made no gift or promise,
    and shall accept no gift or promise, either directly or indirectly, in
    order to do or to omit to do anything in the course of my duties.
    I swear (promise) that I will bear allegiance to the Constitution,
    that I will observe the laws and that I will perform my duties as
    lieutenant governor in good faith.
    So help me God Almighty!
    (This I affirm and promise!)
    Artikel 75
    1. De gezaghebber geniet ten laste van het openbaar lichaam een
    bezoldiging, die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur
    wordt geregeld.
    2. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld betreffende
    tegemoetkoming in of vergoeding van bijzondere kosten en
    betreffende andere financiële voorzieningen die verband houden met
    de vervulling van het ambt van gezaghebber.
    3. Buiten hetgeen hem bij of krachtens de wet is toegekend,
    geniet de gezaghebber als zodanig geen inkomsten, in welke vorm
    ook, ten laste van het openbaar lichaam.
    4. De gezaghebber geniet geen vergoedingen, in welke vorm ook,
    voor werkzaamheden, verricht in nevenfuncties welke hij vervult uit
    hoofde van het ambt van gezaghebber, ongeacht of die
    vergoedingen ten laste van het openbaar lichaam komen of niet.
    Indien deze vergoedingen worden uitgekeerd, worden zij gestort in
    de kas van het openbaar lichaam.
    Artikel 76
    1. De gezaghebber vervult geen nevenfuncties waarvan de
    uitoefening ongewenst is met het oog op de goede vervulling van zijn
    ambt van gezaghebber of op de handhaving van zijn onpartijdigheid
    en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
    2. De gezaghebber meldt zijn voornemen tot aanvaarding van een
    nevenfunctie, anders dan uit hoofde van zijn ambt van gezaghebber,
    aan de eilandsraad.
    3. Artikel 14 is van overeenkomstige toepassing op de
    gezaghebber.
    Artikel 77
    1. De gezaghebber is niet tevens:
    a. minister;
    b. staatssecretaris;
    c. lid van de Raad van State;
    d. lid van de Algemene Rekenkamer;
    e. Nationale ombudsman;
    f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de
    Wet Nationale ombudsman;
    g. Rijksvertegenwoordiger;
    h. lid van een eilandsraad;
    i. eilandgedeputeerde;
    j. lid van de gezamenlijke rekenkamer;
    k. ombudsman of lid van de ombudscommissie;
    l. ambtenaar, door of vanwege het bestuur van een openbaar
    lichaam aangesteld of daaraan ondergeschikt;
    m. ambtenaar, door of vanwege het Rijk aangesteld, tot wiens
    taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het
    toezicht op het openbaar lichaam;
    n. functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel
    van bestuur het bestuur van een openbaar lichaam van advies dient.
    2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel l, kan een
    gezaghebber tevens ambtenaar van de burgerlijke stand zijn.
    Artikel 78
    1. Niet tot gezaghebber wordt benoemd de persoon die gehuwd is
    met, of bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad is van:
    a. een lid van de eilandsraad;
    b. een eilandgedeputeerde;
    c. de eilandsecretaris, of
    d. de eilandgriffier.
    2. Artikel 12, tweede en derde lid, is van toepassing.
    Artikel 79
    1. Artikel 17, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige
    toepassing op de gezaghebber.
    2. De eilandsraad stelt voor de gezaghebber een gedragscode
    vast.
    Artikel 80
    1. De gezaghebber dient bij de Rijksvertegenwoordiger binnen
    dertig dagen na zijn benoeming en binnen dertig dagen na zijn
    ontslag een schriftelijke verklaring in met:
    a. een nauwkeurige omschrijving van de zakelijke belangen die hij
    en zijn echtgenoot hebben of beheren;
    b. een nauwkeurige omschrijving van de onroerende zaken,
    roerende zaken, op geld waardeerbare rechten alsmede vorderingen
    en schulden van hem en zijn echtgenoot;
    c. een nauwkeurige omschrijving van de aard van zijn
    nevenfuncties alsmede de functies van zijn echtgenoot;
    d. de vermelding of aan de nevenfuncties inkomsten of voordelen
    in welke vorm dan ook, zijn verbonden en voorzover een geldelijke
    vergoeding daaraan is verbonden de omvang daarvan.
    2. Artikel 12, tweede en derde lid, is van toepassing.
    3. Geen opgave hoeft te worden gedaan van belangen, zaken,
    met uitzondering van onroerende zaken, rechten, vorderingen en
    schulden, waarvan de waarde niet meer dan PM (bedrag
    vergelijkbaar met NAF. 20.000,- ) bedraagt.
    4. De verklaring wordt door de gezaghebber ondertekend.
    5. Bij ministeriële regeling wordt voor de verklaring een model
    vastgesteld.
    6. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke gevallen
    en onder welke voorwaarden de schriftelijke verklaring langs
    elektronische weg kan worden ingediend.
    Artikel 81
    Het ambt van gezaghebber ontheft van alle bij of krachtens de wet
    opgelegde verplichtingen tot het verrichten van persoonlijke diensten.
    Artikel 82
    1. De gezaghebber heeft zijn werkelijke woonplaats in het
    openbaar lichaam.
    2. De Rijksvertegenwoordiger kan voor ten hoogste een jaar
    ontheffing verlenen van de verplichting om de werkelijke woonplaats
    in het openbaar lichaam te hebben.
    Artikel 83
    1. Indien de gezaghebber langer dan zes weken buiten het
    openbaar lichaam wenst te verblijven, behoeft hij daartoe de
    toestemming van de Rijksvertegenwoordiger. De toestemming mag
    alleen worden verleend, indien het belang van het openbaar lichaam
    zich daartegen niet verzet.
    2. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de
    termijn, genoemd in het eerste lid.
    Artikel 84
    1. Alle aan de eilandsraad of aan het bestuurscollege gerichte
    stukken worden door of namens de gezaghebber geopend.
    2. Van de ontvangst van aan de eilandsraad gerichte stukken die
    niet terstond in de vergadering van de eilandsraad aan de orde
    worden gesteld, doet hij in de eerstvolgende vergadering van de
    eilandsraad mededeling.
    Artikel 85
    Bij koninklijk besluit wordt bepaald, welke de
    onderscheidingstekenen van de gezaghebber zijn en bij welke
    gelegenheden hij deze zal dragen.
    Artikel 86
    1. Bij verhindering of ontstentenis van de gezaghebber wordt zijn
    ambt waargenomen door een door het bestuurscollege aan te wijzen
    eilandgedeputeerde. Het voorzitterschap van de eilandsraad wordt in
    dat geval waargenomen door het langstzittende lid van de
    eilandsraad. Indien meer leden van de eilandsraad even lang zitting
    hebben, vindt de waarneming plaats door het oudste lid in jaren van
    hen. De eilandsraad kan een ander lid van de eilandsraad met de
    waarneming belasten.
    2. Bij verhindering of ontstentenis van alle eilandgedeputeerden
    wordt het ambt waargenomen door het langstzittende lid van de
    eilandsraad. Indien meer leden van de eilandsraad even lang zitting
    hebben, vindt de waarneming plaats door het oudste lid in jaren van
    hen. De eilandsraad kan een ander lid van de eilandsraad met de
    waarneming belasten.
    Artikel 87
    1. Indien de Rijksvertegenwoordiger het in het belang van het
    openbaar lichaam nodig oordeelt, voorziet hij in afwijking van artikel
    86 in de waarneming. Alvorens daartoe over te gaan hoort hij de
    eilandsraad, tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten.
    2. Hij die door de Rijksvertegenwoordiger met de waarneming van
    het ambt van gezaghebber is belast, legt in handen van de
    Rijksvertegenwoordiger een overeenkomstig artikel 74 luidende eed
    (verklaring en belofte) af.
    Artikel 88
    De toekenning van een vergoeding ten laste van het openbaar
    lichaam aan degene die met de waarneming van het ambt van
    gezaghebber is belast, wordt geregeld bij of krachtens algemene
    maatregel van bestuur.
    Artikel 89
    Ten aanzien van degene die met de waarneming van het ambt
    van gezaghebber is belast, zijn de artikelen 77 tot en met 79 van
    overeenkomstige toepassing.
    Artikel 90
    1. De eilandsraad kan regelen van welke beslissingen van de
    gezaghebber aan de leden van de eilandsraad kennisgeving wordt
    gedaan. Daarbij kan de eilandsraad de gevallen bepalen waarin met
    terinzagelegging kan worden volstaan.
    2. De gezaghebber laat de kennisgeving of terinzagelegging
    achterwege voor zover deze in strijd is met het openbaar belang.
    AFDELING V. DE GEZAMENLIJKE REKENKAMER
    Artikel 91
    De eilandsraden stellen gezamenlijk bij eilandsverordening een
    gezamenlijke rekenkamer in.
    Artikel 92
    1. De gezamenlijke rekenkamer bestaat uit drie leden.
    2. Elke eilandsraad benoemt één lid van de gezamenlijke
    rekenkamer voor de duur van zes jaar
    3. De eilandsraad kan voor het lid dat hij heeft benoemd een
    plaatsvervangend lid benoemen. Deze afdeling is op
    plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing.
    4. De eilandsraad kan een lid herbenoemen.
    5. Voorafgaand aan de benoemingen, bedoeld in het tweede tot
    en met het vierde lid, pleegt de eilandsraad overleg met de
    gezamenlijke rekenkamer.
    6. Een lid van de gezamenlijke rekenkamer wordt door de
    eilandsraad die hem heeft benoemd, ontslagen:
    a. op eigen verzoek;
    b. bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het
    lidmaatschap;
    c. indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak
    wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak
    een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
    d. indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak
    onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard,
    surséance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is
    gegijzeld.
    7. Een lid van de gezamenlijke rekenkamer kan door de
    eilandsraad die hem heeft benoemd, worden ontslagen:
    a. indien hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn
    functie te vervullen;
    b. indien hij handelt in strijd met artikel 97.
    Artikel 93
    1. Een lid van de gezamenlijke rekenkamer wordt door de
    eilandsraad die hem heeft benoemd, op non-actief gesteld indien:
    a. hij zich in voorlopige hechtenis bevindt;
    b. hij bij een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke
    uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een
    uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg
    heeft;
    c. hij onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is
    verklaard, surséance van betaling heeft verkregen of wegens
    schulden is gegijzeld ingevolge een nog niet onherroepelijk
    geworden rechterlijke uitspraak.
    2. Een lid van de gezamenlijke rekenkamer kan door de
    eilandsraad die hem heeft benoemd, op non-actief worden gesteld,
    indien tegen hem een gerechtelijk onderzoek ter zake van een
    misdrijf wordt ingesteld of indien er een ander ernstig vermoeden is
    van het bestaan van feiten en omstandigheden die tot ontslag,
    anders dan op gronden, genoemd in artikel 92, zesde lid, onderdeel
    a, en zevende lid, onderdeel a, zouden kunnen leiden.
    3. De eilandsraad beëindigt de non-activiteit zodra de grond voor
    de maatregel is vervallen, met dien verstande dat in een geval als
    bedoeld in het tweede lid de non-activiteit in ieder geval eindigt na
    zes maanden. In dat geval kan de eilandsraad de maatregel telkens
    voor ten hoogste drie maanden verlengen.
    Artikel 94
    Artikel 14 is van overeenkomstige toepassing op de leden van de
    gezamenlijke rekenkamer.
    Artikel 95
    1. Een lid van de gezamenlijke rekenkamer is niet tevens:
    a. minister;
    b. staatssecretaris;
    c. lid van de Raad van State;
    d. lid van de Algemene Rekenkamer;
    e. Nationale ombudsman;
    f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de
    Wet Nationale ombudsman;
    g. Rijksvertegenwoordiger;
    h. lid van een eilandsraad;
    i. gezaghebber;
    j. eilandgedeputeerde;
    k. ombudsman of lid van de ombudscommissie;
    l. lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 112 en 113;
    m. ambtenaar, door of va




0.8761 // 32