Chuchubi ta bai leuw, riba su baranca.
Honi soit qui mal y pense
Sommigen noemden onze pieds à terre in de Kraal roversnesten.
Anderen loofden de gouden rotsen.
Wat dan ook, voor ons allen waren het veilige havens.
Van overal kwamen wij, vrijwillig en gedwongen, naar onze smeltkroes.
We dienden en handelden voor de WIC.
Ons loon was een aalmoes, rijk werden vooral de afwezigen.
Te zeer onderling verbonden om elkaar te bevechten,
keerden onze gevoelens zich tegen de koning en zijn maten,
die ons wederom wilden verhandelen toen het tij keerde.
Onze reden van bestaan is het feit dat we bestaan.
We blijven dienen, voor wie maar wil.
Leerscholen vinden we voornamelijk in Nederland.
Verbannen uit onze oorsprong, hebben wij ons met elkaar geassimileerd.
Bij ons is alles anders en wij weten niet beter.
We zijn nooit uitgenodigd het te verlaten sinds we werden getransplanteerd.
Onze rolmodellen waren boeven en piraten.
Ook wij werden geuzen en bekwaamden ons in het pierewaaien.
Helaas viel er hier voor ons geen productieve economie te naasten.
Wat een kinnesinne van onze leermeesters,
die ons beschimpen in plaats van te complimenteren.
Paniek dat onze boevenbende zich niet langer zal laten bedonderen?
We hebben onszelf overtroffen. Nederland is aan het eind van haar Latijn.
Verpatsen moeten we die handel!
Wie biedt er iets, wie wil een vochtige en koude delta?